maandag 12 december 2011

Het andere Egypte

 

Het andere Egypte


Het Egypte dat wij kennen van onze reizen (elf keer als ik goed geteld heb) is meestal vuil, chaotisch, met opdringerige winkeliers, en taxichauffeurs en andere dienstverleners die constant met hun hand open staan voor 'bakshish'.

Er is ook een ander Egypte. De naam is El Gouna, een luxe toeristenenclave niet zover van het drukke en chaotische Hurghada. We waren er al eens eerder geweest, ik meen zo'n 15 jaar geleden, en toen was El Gouna nog helemaal niks. Vier luxehotels aan de lagunes en enkele vieze cafeetjes in 'downtown' en dat was het. Het El Gouna van nu is uitgegroeid tot een oase van luxe en rust, een prachtige jachthaven (Abu Tig Marina), luxe hotels en villa's (te koop en/of te huur) omringd door gigantische tropische tuinen, en eet- en drinkgelegenheden in overvloed. En uiteraard aan alle kanten bewaakt met slagbomen en gewapende portiers. Toegegeven, het heeft met het echte Egypte niets te maken want deze oase zou zich zo maar overal ter wereld kunnen bevinden. Maar het is wél heerlijk om vrij te kunnen rondlopen zonder telkens lastig gevallen te worden, en om op een gezellig en proper terras te zitten.

Eigenlijk is het gewoon heel jammer om hier all inclusive te verblijven. De keur aan restaurants is echt enorm. Egyptisch uiteraard, maar evengoed Marokkaans (Mamounia), sjiek Frans (Le Deauville), trendy upper-class Belgisch-Duits (Rive Gauche), klassiek Italiaans (La Scala), of hip en jong (Moods). En dat aan prijzen waar we hier eens van kunnen dromen, én bovendien allemaal gelegen op de meest idyllische locaties met het water van de lagune of van de open zee heel dichtbij.

Voor we vertrokken had ik gezegd dat dit toch wel echt de laatste keer Egypte was. Maar zie, ik ben alweer helemaal om. Ik zou morgen terug vertrekken als het kon.

Ook ons hotel (Three Corners Ocean View) was trouwens prima. Het was dat hotel waar een heel verhaal aan vast zit ... We hadden een heerlijke ruime kamer beneden, heel rustig met zicht op de lagune, met een overdekt terras en een open privé terras met ligbedden. We hebben er ook lekker gegeten en de service was prima. Het hotel is 'adults only', zonder bijbedoelingen trouwens, er zijn alleen geen faciliteiten voor kinderen. Erg rustig dus. Hier willen we best nog wel eens vertoeven ...

zondag 26 juni 2011

Portugal

 

Het Grote Reisverslag



Ik dacht, ik schrijf maar even een reisverslag voor het nageslacht. Helaas heeft het nageslacht niet veel interesse in de avonturen van moeder en vader. Ach, dan schrijf ik het toch gewoon voor mezelf en voor mijn trouwe lezers. Het wordt wel lang ... u bent gewaarschuwd!

Maandagmorgen 6 juni vertrokken we, gepakt en gezakt, met de trein - jawel! - naar de luchthaven van Zaventem voor onze vlucht naar Porto. Daar aangekomen haalden we onze huurauto op, een spiksplinternieuwe Seat Ibiza met 230 km op de teller. Ondanks de heksenketel onderweg leidde onze Claire (GPS) ons feilloos naar ons hotel in het hart van Porto. Nadat we de koffers naar boven hadden gebracht togen we maar meteen naar de bar om ons welkomstdrankje, een glas heerlijke porto of wat had je gedacht, te nuttigen. Hij smaakte ons bijzonder lekker.

En dan de stad in natuurlijk. Het hotel lag in de bovenstad, en wij wilden helemaal naar beneden, naar de Douro. Ik had dus al snel in de gaten dat het een moeilijke klus zou worden om op eigen kracht terug boven te geraken. Gelukkig is het openbaar vervoer hier bijzonder goed geregeld: metro of bus, we konden kiezen.
Het uitzicht op de stad vanaf Vila Nova de Gaia (waar de porthuizen gelegen zijn) aan de overkant van de Douro was fenomenaal mooi in het avondlicht.

Dag twee hebben we de Douro vallei gereden. Mooi, mooi, mooi. Vooral het tweede deel: de Rota do Vinho do Porto tot in Pinhâo. Glooiend landschap, veel haarspeldbochten, wijnstokken zo ver het oog reikt en verder vrijwel geen levend wezen te zien onderweg. Ieder porthuis heeft zijn eigen wijngaard, netjes aangeduid met een (of meerdere) bordje(s). Het eerste deel van de route, de Rota dos Vinhos Verdes, vonden wij persoonlijk wat saaier.

En dan moest er natuurlijk ook geproefd worden. Dat deden we de volgende dag. Eerst sightseeing in Porto en tegen de middag wandelden we - bergop uiteraard - richting Taylor's voor de lunch. Die tip had ik via een internet kennis. Barão de Fladgate is een klassige zaak, en gelukkig konden we op het terras zitten want we waren - zoals altijd tijdens de vakantie - heel casual gekleed. Vanop ons plekje hadden we een enig zicht op de stad.

Na de lunch deden we een rondleiding bij Graham's met aansluitend een portproeverij. Zeer interessant wat de jongeman ons allemaal wist te vertellen over port van A tot Z. Ik heb onthouden dat je een Ruby het best een paar uren in de koelkast zet voor je hem schenkt, en dat een Vintage maximaal twee dagen bewaard kan worden eens de fles open is geweest. Dat wordt even flink doordrinken als je maar met twee bent ... In de proefkamer proefden we een Late Bottled Vintage (2005), een Ruby Finest Reserve en een Tawny 10 years old. De laatste was de beste.

De volgende dag lieten we Porto achter ons en begaven we ons richting Sintra, onze tweede halte. Onderweg stopten we nog even in Aveiro, ook wel het Venetië van Portugal genoemd. Buiten de moliceiros die wat weg hebben van een gondel vond ik er weinig Venetië aan. Het station was ook nog wel mooi om te zien. Een groot statig wit gebouw met veel blauwe azulejos. En we moesten toch lunchen, dat ging dus in één moeite door.

Aangekomen in Sintra (het miezerde een beetje) vonden we al snel onze B&B. Van buiten zag het er allemaal netjes uit. Een prachtige tuin met zwembad en heel veel bomen, apart stond een gebouwtje waarin de kamers ondergebracht zijn. En toen viel het toch wel even tegen. De kamer was zeer basic, de badkamer klein en zo mogelijk nog eenvoudiger. Geen productjes, niet eens een doos kleenex. Ik had echt zin om snel weer weg te lopen maar geboekt is geboekt, dus we hadden weinig keuze wilden we geen tweemaal kosten maken. En ach, we zouden toch veel weg zijn, dus we overleefden het hier wel. Maar ik begrijp toch nog altijd niet hoe ze op Tripadvisor op één konden staan (ze staan nu trouwens op 2 en misschien na mijn review nog lager).

We gingen al snel het stadje in, steil omhoog deze keer. Wat een drukte! Busladingen vol toeristen werden er gedropt. Er is natuurlijk ook best veel te zien qua paleizen en tuinen. 's Avonds, toen de hordes toeristen verdwenen waren, was het er trouwens heerlijk rustig.

De volgende ochtend, na ons ontbijt buitenshuis, bezochten we achtereenvolgens Quinta da Regaleira en het park en in de namiddag het Palácio Nacional de Pena en het park. Mooi, en uitstekend verzorgd, maar niet meer zo heel veel kleur in de tuinen. De meeste bloeiende struiken en snijbloemen waren natuurlijk al uitgebloeid. En steil, steil dat het was! Tegen de avond hadden we allebei pijn in onze kuiten. We hadden natuurlijk ook onze wandelingen in Porto er al op zitten. Nog een uurtje aan het zwembad gezeten voor we gingen eten.

De volgende morgen vertrokken we al vroeg naar Lissabon, met de trein. Een fluitje van een cent want vanuit Sintra is er maar één lijn en die gaat rechtstreeks naar station Rossio in Lissabon. Aan kaartjes geraken uit de automaat, die na stap 1 plots alleen nog Portugees 'sprak', was nog even een avontuur op zich, maar dankzij mijn kennis van het Frans en het Spaans is uiteindelijk ook dat gelukt.

En toen stonden we daar in Lissabon. Ik had wel een stadsplan en we wisten wat we wilden zien, maar ik vond het toch een chaotische bedoening. Omdat Lissabon op zeven heuvels is gebouwd kochten we direct maar een dagkaart voor het openbaar vervoer. Daarmee mochten we ook op de hop-on, hop-off bus en zo lieten we ons heerlijk in de open bus door de stad voeren, met de haren in de wind.

Eerste stop was Belém aan de rivier Taag waar de beroemde pastéis de Belém vandaan komen. Natuurlijk moesten we pastéis hebben van DE bakkerij. Ze waren niet eens zo lekker in feite. Na nog wat te hebben rondgewandeld en bekeken in Belém ging het terug met de bus naar het stadsdeel Baixa, de 'lage' moderne stad met grote gebouwen en immense pleinen. Heel anders dan bijvoorbeeld de wijk Bairro Alto waar we met de elevador naartoe 'stegen'. En ook weer anders dan de wijk Alfama waar we met zo'n oud geel trammetje (lijn 12) naartoe tramden 's avonds. Deze wijk had toch wel mijn voorkeur. Heel levendig en volks, met kleine donkere cafeetjes en typische restaurantjes. Na onze wandeling aldaar daalden we te voet terug af naar de Baixa waar we in de omgeving van het station een restaurant opzochten. Daar gingen we na een paar uren heel vrolijk naar buiten. Onderweg naar het station kregen we nog hash aangeboden van een paar duistere figuren maar we hadden al zoveel wijn in ons lijf (vandaar de vrolijkheid) dat we het vriendelijk maar resoluut geweigerd hebben. Na 40 minuten treinen stonden we rond een uur of elf terug in Sintra op het station. Een lange en vermoeiende dag.

Rust was dus wat we nodig hadden de volgende dag. Het strand Praia das Maças bracht uitkomst. Ligbedden gehuurd en lekker een halve dag in de zon liggen lezen. Daarna nog Cabo da Roca - het meest westelijke punt van het Europese vasteland - bezocht en de populaire badstad Cascais. Gezellig om rond te lopen, heel veel zonnige terrasjes met opdringerige obers, maar geen plek voor ons om te verblijven. Veel te druk. We waren uiteindelijk nog blij dat we 's avonds terug naar onze basic B&B in Sintra konden!

Onze laatste dag in Sintra begon bewolkt. We bezochten Monserrate (paleis en park). Weer ging het op en neer in het prachtige park. In de namiddag nog een goed uur aan het strand van Praia do Guincho in Cascais gezeten tot er hele donkere wolken kwamen overdrijven. Toen zijn we maar naar Boca do Inferno gereden en hebben we 's avonds onze valiezen ingepakt voor onze rit naar Algarve de volgende dag.

Een flinke rit, zo'n 325 km. De autowegen in Portugal zijn zalig om te rijden. Op het hele traject zijn we misschien twintig auto's gepasseerd. Dat maak je in België zelfs 's nachts niet mee! Het landschap onderweg is ook prachtig. Je rijdt midden door de natuur in een glooiend landschap bijna loodrecht naar het zuiden. Wijngaarden worden afgewisseld met rijstvelden, olijf- en appelsienengaarden, serra's, uitgestrekte zonnebloemvelden, ... Ook heel veel ooievaars gezien onderweg. Op iedere hoogspanningspiloon zaten er wel een aantal nesten. Blijkt dat deze pilonen speciaal met plateaus gebouwd worden om de ooievaars in het landschap te houden.

In de namiddag kwamen we aan in Cabanas de Tavira. We kenden het natuurlijk al, hadden er vorig jaar ook een appartement gehuurd, wel in een andere straat. Na een simpel telefoontje kwam Nico van de 'management company' ons de sleutel brengen en toen konden we ons gaan installeren in onze luxe penthouse. Het was nieuw en heel ruim. De leren zetels en stoelen geurden nog naar de nieuwigheid. We waren de enige residenten in het blokje (3 app.), het was er dus super rustig. Tien minuutjes lopen naar het centrum (wat heet) van Cabanas en de ferry service naar het strand. Kon echt niet beter. Manlief heeft genoten van het dakterras. Die stond 's morgens speciaal vroeg op om daar al te kunnen gaan zonnen. Overdag was het daar trouwens veel te warm.

Veel hebben we niet gedaan in de Algarve. We hadden natuurlijk vorig jaar al veel bezocht en het was veel te heet om iets te ondernemen. We zijn een keer gaan shoppen in de luxe mall in Portimâo, hebben een rit gemaakt door de Serra de Monchique en Caldas de Monchique bezocht, verder nog een stadswandeling in Olhâo en het oude centrum van Faro. En voor de rest hebben we genoten van de zee en het witte strand en van ons appartement.

Omdat we vanuit Porto terug naar huis zouden vliegen (de prijs van one-way vliegtickets en van de drop-off fee voor de auto noopten ons daartoe) en onze vlucht in de vroege namiddag ging, zijn we een dag eerder vertrokken vanuit Cabanas en hebben we nog overnacht in de pousada in de buurt van Coimbra. Dat gaf ons ook de gelegenheid om deze universiteitsstad te bezoeken. Een groezelige, wat vieze stad vonden wij. Maar goed, we zijn er geweest en na de zoveelste vrijwel slapeloze nacht leverden we de volgende middag de auto in met 2700 km meer op de teller en vlogen we, na een zeer geslaagde vakantie, terug naar huis.

Há caracóis!


Wat opviel in alle steden en stadjes, behalve in de toeristenplaatsen in de Algarve, is de armoede die heel zichtbaar is. Heel veel leegstand en woningen in erbarmelijke staat, bedelaars, kreupelen, daklozen die in een portiek sliepen op een stuk karton.

Verblijf (geselecteerd aan de hand van reviews op Tripadvisor en Fodor's):
Porto (3 nachten): Porto Trindade, vrij nieuw designhotel, goed gelegen in het stadscentrum. Kamer 100% geluidsdicht, aan de kleine kant met weinig bergruimte en slechts één zitje. 'Pillow menu' met een keur aan hoofdkussens. Kleine design badkamer met douche, lavabo en toilet. Uitgebreid ontbijtbuffet, met heel veel vers fruit, lekker spek met eieren, charcuterie en kaas, ... voor elk wat wils. Parkeergarage op 300m, het hotel nam de kosten tussen 18u en 09u voor zijn rekening. Netjes!
Prijs/kwaliteit: meer dan correct.

Sintra (5 nachten): Casa do Valle, een wat tegenvallende B&B. Kamer en badkamer zeer basic en vooral badkamer zeer klein met een (plastiek) douchecabine, lavabomeubeltje en toilet. Wel een zeer goed bed, en een rustige ligging, maar helaas was de kamer niet goed te verduisteren. En ik ben al zo'n slechte slaper, heel gevoelig aan licht en geluid. Mooie en goed onderhouden tuin met zwembad en ligbedden. Ontbijt was optioneel en moest je op je kamer of op je mini-balkon nuttigen. Voor het balkon was het te fris en op de kamer ontbijten vinden wij niet gezellig, dus dat hebben we dan ook niet gedaan. Je kan in Portugal in ieder café een al dan niet uitgebreid ontbijt krijgen. Veel gezelliger.
Prijs/kwaliteit: te duur.

Cabanas de Tavira (9 nachten): luxueuze penthouse (2de verd.) met 2 slaapkamers met goede bedden met elk een eigen badkamer (een met ligbad/douche en een met douche), lavabomeubel, bidet en toilet. Verder een ruime living en keuken met alles erop en eraan, terras met meubilair en dakterras met ligbedden. Echt een heerlijk luchtig half open-plan appartement op de 2de - en dus hoogste - verdieping. Gemeenschappelijk zwembad met ligbedden.
Prijs/kwaliteit: correct.

Coimbra (1 nacht): Pousada de Condeixa-a-Nova, een van de staatshotels dus. "Old world charm", alles straalde luxe en klasse uit. Zeer ruime kamer met twee bedden (harde matrassen) en zithoek en grote luxe marmeren badkamer met ligbad, dubbele lavabo en toilet. Ook hier 'pillow menu'. Uitgebreid ontbijtbuffet, net zo lekker als in Porto. Groot zwembad met ligbedden in de mooie groene tuin.
Prijs/kwaliteit: correct.


Eten: eenvoudige Portugese keuken, geen culinaire hoogstandjes. Douradas, robalos, sardinhas, mariscos, ... in allerlei vormen tot ze zo ongeveer onze oren uitkwamen. In de Algarve hebben we wel gezocht naar de wat mooier gelegen restaurantjes, aan het strand bijvoorbeeld. Pézinhos N'areia was met 78 euro alles-erop-en-eraan onze enige 'uitspatting'. Het restaurant was idyllisch gelegen met uitzicht op het mooie strand van Praia Verde, en het eten was lekker (en veel, zoals overal in Portugal). De zachte loungemuziek op de achtergrond maakte het plaatje compleet.
Gerechten die er deze vakantie uitsprongen waren de cataplana de peixo e marisco bij O Tamboril in Olhâo, de arroz de tamboril com gambas bij O Monteiro in Cabanas en voor manlief de chanfana (geitenvlees in rode wijn) in Coimbra.
Prijs/kwaliteit: tja, als je voor gemiddeld zo'n 35 euro voor twee een volledige maaltijd eet, inclusief water, wijn en koffie, dan heb je niet te klagen.

Weer: uitstekend weer tijdens de hele reis. Een perfecte temperatuur van om en bij de 22° (in de schaduw uiteraard) tijdens onze rondreis en 'ietsjes' warmer in de Algarve. Tot zo'n 36° (ook in de schaduw) de laatste dagen. Dat was - voor mij althans - van het goede te veel. Gelukkig waait er daar aan het strand meestal een stevige wind maar het was helaas te warm om veel te gaan sightseeën.


dinsdag 22 maart 2011

Jordanië

 

De vakantie

Tja, die is weer voorbij. Het was genoeg hoor, zo'n week aan het zwembad/strand hangen. Het was ook veel te heet. De eerste drie dagen ging het nog, 26-28 graden, maar daarna volgden er vier dagen van 31-32 graden. Echt niks voor mij.

De excursies die er te maken zijn in Jordanië (Petra, Wadi Rum) hadden we twee jaar geleden al gedaan. Ik had nog wel zin in de Wadi Rum maar vond 160 euro voor een halve dag woestijn toch wat met zijn haar getrokken, zeker omdat we het al gezien hebben.

We hebben onze dagen dus meestal horizontaal doorgebracht, op een ligbed aan het zwembad, zowel aan het hotel als bij de Beach Club op het strand. Daar hadden we het hele zwembadencomplex zo goed als voor ons alleen. Behalve tijdens het weekend.


Tala Bay is een luxe vakantieoord voor welgestelde Jordaniërs en Saudi's (de grens met Saudi Arabië ligt op 6 km). Ook Westerse toeristen zijn er welkom. Maar in het weekend zie je echt heel veel hoofddoekjes. Ik heb mij toch weer de nodige vragen gesteld bij de onderdanigheid/volgzaamheid van deze dames. Bijvoorbeeld, man en kinderen spelen vrolijk in zee of in het zwembad, of zitten in een luchtige zwemshort aan het strand terwijl moeder de vrouw van kop tot teen ingepakt in haar - meestal - zwarte outfit onder een parasol zit en toekijkt hoe de rest van het gezin zich amuseert. Soms durft er wel eens een dame in het zwembad te gaan, mét alle kleren aan natuurlijk, hoofddoek inclusief (niet echt hygiënisch), om nadien weer nederig onder de parasol te kruipen. Ik had het daar echt wel moeilijk mee. Zij vinden het blijkbaar heel normaal, krijgen het mee van thuis en lopen netjes in het rijtje. Je zou er hier eens om moeten komen ...

Van onze vorige reis vind ik geen verslag. Dan maar wat foto's ...

Petra

Wadi Rum



vrijdag 19 november 2010

Valencia



Valencia

Zondagavond toen we uit het vliegtuig stapten was het in Valencia nog 23 graden en wolkenloos. Bijna niet te geloven als je twee uren en tien minuten eerder in Brussel op de tarmac het troosteloze grijze weer aanschouwde. Wij dus snel de metro in, en ingecheckt in het vooraf geboekte boutique hotel Ad Hoc Monumental.
Bij navraag aan de receptionist waar we eens lekker konden eten wist deze ons alleen te vertellen dat er op zondag heel veel restaurants gesloten zijn en dat de meeste restaurants maar om 21u open gaan. Nu weten we natuurlijk al heel lang dat er in het zuiden laat gegeten wordt, maar negen uur vind ik persoonlijk toch wat overdreven. Mijn maag kan dat niet meer aan ... dan kan ik slapen wel helemaal vergeten.

Wij op goed geluk naar de Plaça de la Reina, zowat het meest toeristische plein in de ciutat vella, daar zouden we allicht wel een tapasbar of zo vinden.

Het werd een wijnbar waar we ons te goed hebben gedaan aan overheerlijke jamón ibérico gevolgd door paella valenciana (kip, konijn en groenten) voor mij en paella mariscos (zeevruchten en groenten) voor manlief.  En een fles lekkere rode wijn. Nadien hebben we nog tot na elven op een terras gezeten, en dit op 14 november!

Toen ik op dag twee de gordijnen opentrok zag ik een staalblauwe hemel en de zon scheen vrolijk onze kamer binnen.

Na het lekkere ontbijt togen we de oude stad in voor een uitgebreide verkenning. De oude stad is mooi, maar kleiner dan ik had verwacht. Prachtige grote appartementsgebouwen, wit geschilderd en met smeedijzeren balkonnetjes, en heel veel kerken natuurlijk, we zijn tenslotte in Spanje.



Helaas stonden er veel gebouwen in de steigers, en even buiten het historische centrum was er ook nogal wat leegstand. 's Middags pinxtos gegeten bij Sagardi, een hippe en trendy en heel druk bezochte pinxtosbar. Alle pinxtos kosten 1,80 euro. Koude hapjes staan op de toog (onder een stolp uiteraard) en met de warme hapjes komen ze rond. Je bedient jezelf, en om af te rekenen worden gewoon de prikkertjes op je bord geteld.
In de namiddag alweer lang op een terras in de zon gezeten, het leek wel zomer.

's Avonds kwamen we toevallig voorbij Restaurant Ness. Het was het enige restaurant in de omgeving dat al om 8u open was.Het zag er gelikt uit en de kaart beviel ons ook wel. Niet de typische toeristenkost en ook niet de typisch spartaanse Spaanse inrichting. Eerder integendeel: het restaurant was luxueus ingericht, volledig in het wit met hier en daar een zwart accent.

De gastvrouw sprak vlekkeloos Engels, maar waardeerde ook wel mijn pogingen om de conversatie in het Spaans te voeren. Na de uitgebreide maaltijd hebben we nog een rondje oude stad gelopen en wat gedronken. Daarop volgde een lange en slapeloze nacht. De combinatie veel wijn, uitgebreid én laat eten werkt dus absoluut niet voor mij.

Dag drie begon (en eindigde) even blauw en zonnig als dag twee. We hadden fietsen gehuurd die om tien uur bij het hotel werden afgeleverd. Fietsen door Valencia is een aparte belevenis.

Rondom de oude stad loopt een brede ringweg met vier rijvakken maar aan de fietser is er helaas niet gedacht. Het was dus hier en daar wat slalommen tussen het andere verkeer. Maar ook dat went, en eens we in de Jardí del Turia waren was het heerlijk fietsen.

Ons doel van vandaag waren de bouwwerken van de Valenciaanse architect Santiago Calatrava en het strand.

Met open mond hebben we staan kijken in de Ciutat de les Arts i les Ciències. Wat een contrast met de art nouveau, gotiek, enz. in de oude stad. Prachtig en overweldigend.

Nadien ging het langs een brede  boulevard, mét fietspad, richting haven en strand. Valencia heeft een lang en breed goudgeel strand omzoomd door een niet eens zo lelijke strandboulevard. Spijtig dat we geen badgerief bij hadden.

We hadden ons graag een paar uurtjes op het strand neergevleid want het was er echt weer voor. In plaats daarvan hebben we dan maar uitgebreid geluncht bij La Alegria de la Huerta aan het strand en nog lang na-geterrast.

Dag vier zag er grijzig uit en toen we na het ontbijt naar buiten stapten regende het. Niet zo tof, maar we gingen daar toch niet voor binnen blijven! Regenachtig weer is uitstekend om te shoppen: de overdekte Mercat Central met - naar het schijnt, ik heb ze niet geteld - 900 kramen, de luxe warenhuizen El Corte Inglés en de talloze boetieks konden ons wel bezighouden tot het ophield met regenen.

In de namiddag hebben we dan wat rondgewandeld in de Jardins del Real. Eigenlijk is Valencia best wel een groene stad, en ik kan me zo voorstellen dat het in de lente en de zomer een zeer kleurige en fleurige bedoening is.
Die avond hebben we trouwens gegeten in een hele gezellige tapasbar. Tapas ... je kan er niet omheen in Valencia.

Donderdagmorgen - blauwe hemel en zon - moesten we helaas al om 11u vertrekken richting luchthaven. Na het ontbijt had ik nog net even de tijd om mijn eerder begonnen blogje over onze Mop verder van me af te schrijven. 

donderdag 1 juli 2010

Algarve

 

Terug

En hier ben ik alweer terug. De Algarve is ons prima bevallen. Ik had eigenlijk geen idee wat ik er van kon verwachten. Veel Engelsen, dat wel en we hebben ook best veel Engels gehoord maar niet aan de kant waar wij zaten. Dat was in Cabanas de Tavira, een klein badplaatsje vlakbij het nog authentieke stadje Tavira. Daar hoorden we overwegend Portugees en Spaans. De Spaanse grens op 24 km afstand zal daar niet vreemd aan geweest zijn.

In Cabanas was er niet zoveel te beleven. Er waren wat kleine restaurantjes in de oude straatjes en wat meer toeristisch georiënteerde restaurants aan de 'boulevard', maar verder was het een heel rustig plaatsje. Wij reden dan ook meestal 's avonds naar Tavira, een heel gezellig stadje op 4 km van Cabanas, met een keur aan restaurantjes. En tijdens onze uitstapjes aten we ter plekke, daar waar we toevallig waren. Overal hebben we lekker gegeten voor echt heel weinig geld. Vis natuurlijk, heel veel vis op het menu. Dorade, espada, stokvis, sardienen, schaal- en schelpdieren, ... maar ook nogal wat lam en geit en veel gemengde schotels vlees/schaaldieren. Ook veel lekkere wijntjes gedronken, wit en rood, en natuurlijk de bekende vinho verde die ik persoonlijk heel erg lekker vond.

Het was eigenlijk de bedoeling om het uit eten te gaan een beetje te beperken en zelf te kokkerellen maar met de lage Portugese prijzen is het er niet echt van gekomen. Eén keer heb ik pasta gemaakt want dat is daar in de restaurants moeilijk te krijgen. Portugezen zijn nogal aardappeleters, zowel de gewone als de zoete variant. En rijst staat er ook altijd op het menu. Maar wij hadden zin in pasta en kochten op de markt in Loulé een mooi stuk vis en wat verse groenten en aten daar wat lekkere pasta bij.

De Algarve is qua natuur zeer gevarieerd. Je hebt natuurlijk de overbekende stranden, maar ook het binnenland is fascinerend mooi. De Serra do Caldeirão bijvoorbeeld waar het krioelt van de kurkeiken, waar je eindeloos kan rijden en je afvragen waarom er daar in 's hemelsnaam een weg getrokken is ... tot je dan hoog op een berg twee huisjes tegenkomt. En een kerkje natuurlijk.

Qua stranden heb je aan de oostkust prachtige lange stranden van fijn wit zand omzoomd door duingebied. De stranden tussen Quinta do Lago en de Spaanse grens liggen trouwens allemaal in beschermd natuurgebied: het Parque Natural da Ria Formosa. In feite zijn het allemaal langgerekte eilandjes (zandbanken) die in een lagune liggen en je moet er dus heen met een bootje, met een treintje of over een brug. Je kan er eindeloos wandelen en het was er overal nog super rustig. Ten westen van Faro is de kust dan weer veel ruiger met goudgele stranden met grillige rotsformaties in Praia da Rocha en Ponta de Piedade, om maar een paar voorbeelden te noemen. Indrukwekkend mooi. Nog verder naar het westen, richting Sagres heb je dan weer terug wat kleinere baaien met fijn wit zand, zoals Salema. Maar er zijn ook oerlelijke stranden en badplaatsen. Het Praia dos Pescadores in Albufeira spant vast de kroon. Mensenlief, daar zou ik nog niet gratis willen logeren. De hoge appartementenblokken liggen bijna tot op het strand en het lawaai dat er uit alle bars naar buiten knalt is gewoon niet te harden.

Ik zou de prachtige bloemen nog vergeten! Lanen vol met jacaranda's, bougainvilleas die weelderig over een muur hangen, oleanders die zomaar in het wild langs de kant van de weg groeien, strelitzia's, hibiscus, bloeiende cactussen, ... echt te veel om op te noemen en veel meer dan we er in Madeira hebben gezien. Echt genieten was dit.

Foto's op Facebook!

dinsdag 6 april 2010

De vloek van de farao

 

De vloek van de farao

Net terug van onze tiende (zo ongeveer toch) vakantie in Egypte. Ik die altijd roep "ik ben nog nooit ziek geweest in Egypte", wat ook de waarheid is, heb deze keer ook prijs gehad. De vloek van de farao is voor het eerst op mij neergedaald. Ik had er zelfs al een beetje rekening mee gehouden dat het deze keer wel eens zou kunnen gebeuren. Hier het verhaal.
Begin februari begin ik uit te kijken naar een last minute in Egypte. Er is een schitterend aanbod op een nieuw hotel, pas 2 maanden open, van een gekende Belgische keten die vooral geroemd wordt om zijn lekkere keuken. OK, die hotelketen is maar vier sterren waar we er normaal toch wel vijf willen hebben in Egypte, maar op Vakantiereiswijzer en Zoover krijgt het nieuwe hotel goede kritieken, en de introductieprijs ligt op ongeveer de helft van wat we normaal betalen ... In mijn achterhoofd zat alweer een extra reisje naar de zon begin december.
Voor alle zekerheid toch maar even een mailtje gestuurd naar het hoofdkantoor van Three Corners met de vraag of het hotel al volledig operationeel was. Het antwoord was positief, dus wij waren er helemaal gerust in.
Drie dagen voor vertrek kijk ik voor de aardigheid nog eens op Vakantiereiswijzer en lees ik dat er heel veel zieke gasten zijn in het hotel. Toen al vreesde ik dat wij er deze keer wel eens bij zouden kunnen zijn, want dit leek me geen geval van niet oppassen met eten of veel te lang in de hete zon hebben liggen bakken. Maar goed, there is no way back dus we wagen het erop.
Daar aangekomen horen we van de andere gasten dat het eigenlijk veel ernstiger is dan we aanvankelijk dachten. Op een gegeven moment zouden er zo'n vijftig zieken geweest zijn (maag- darmproblemen), waarvan er verschillende aan het infuus lagen. Oorzaak onbekend, maar het lag zeker niet aan het eten wist de directeur (die ik hierover had aangesproken) mij te vertellen. Hij kan natuurlijk veel zeggen. Wat doet een mens dan? Die let extra op wat hij/zij eet, gaat niet vanaf dag één voluit in de hete zon liggen, drinkt geen te koude drankjes, eet geen ijsjes, enz. Kortom, de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen die ons altijd al hebben geholpen. Maar het heeft allemaal niet mogen baten want op dag vier pendelde ik tussen vier uur 's nachts en drie uur 's middags van mijn bed naar het toilet. Ik kon op den duur van slapte bijna mijn bed niet meer uit. Diezelfde directeur heeft me hoogstpersoonlijk een doosje medicijnen (Antinal, ik vergeet het nooit meer) bezorgd en de volgende dag was ik, dankzij een dieet van rijst, vetvrije groentesoep, toast, een hardgekookt ei en bananen, alweer een stuk beter.Maar de farao vond blijkbaar dat hij me nog niet genoeg had gestraft want zaterdag begon het opnieuw. Gelukkig in minder erge mate, maar rijst hoef ik voorlopig toch even niet meer.
Zeer vreemd is wel dat manlief, die aan een eerdere Salmonella-besmetting - opgedaan in een spiksplinternieuw hotel in Spanje 22 jaar geleden - overgevoelige darmen heeft overgehouden, niet ziek is geweest. Gelukkig voor hem natuurlijk.
Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen zegt het spreekwoord. Ik heb nu ook mijn lesje wel geleerd. Nooit nog een nieuw hotel, en nooit nog minder dan vijf sterren in Egypte. Want we blijven wel gewoon naar Egypte reizen. We beschouwen dit als een eenmalige gebeurtenis.

zondag 15 juli 2007

Rousillon en Frans-Baskenland

Ik was zo verstandig geweest om de laatste dagen voor vertrek niet meer te gaan werken. Het hele inpakken en wegwezen gebeurt dan toch een stuk meer 'op het gemak'. Zelfs mijn vrees dat we niet alles in de koffer van mijn auto zouden krijgen bleek helemaal ongegrond.

Zo togen we dus richting Frankrijk op 13 juni. Chambre d'hôte voor onderweg, hotel voor de eerste etappe, appartement voor de laatste etappe ... alles was netjes op voorhand geboekt. Ik hou wel van wat zekerheid op dat vlak.

Onze eerste stop was in de Auvergne waar ik een overnachting geboekt had in het Domaine de Ternant, een groot landgoed (chambre d'hôte) midden in het natuurpark 'Volcans d'Auvergne'. Het regende lichtjes toen we daar aankwamen en het hele gebied leek mij erg donker en somber. Brrr. 's Avonds een regionaal menu gegeten in de Auberge des Muletiers. Ik herinner me mijn brandade de morue (een aardappelpuree waarin stukjes rauwe kabeljauw verwerkt zijn en dat even de oven in gaat) en de pieds de cochon (quoi? des pieds de cochon?? Ah oui, c'est une délicatesse! C'est une substance plus ou moins gélatineuse ...) die mijn man kreeg voorgeschoteld. Hij vond het nog lekker ook bovendien! Ik vond eigenlijk alleen de kaasjes en het brood lekker.

De volgende morgen goot het en zag je geen hand voor ogen van de mist. Ondanks het feit dat een vriendin van me ons de prachtige weerspreuk "Rond den elven komt het weder tot z'n zelven, maar om half tien kan je er nog niets van zien" had meegegeven, hebben we daarop niet gewacht en zijn we eerder dan gepland richting zuiden vertrokken.

Wij in full speed naar het zuiden dus, naar het warme weer. Dachten we, maar aangekomen in Argelès-sur-Mer viel dat behoorlijk tegen. De zon scheen wel een beetje maar het waaide hard en de wind was fris.

We settelden ons in het vooraf geboekte hotel Le Cottage - een prima adresje trouwens van de keten Relais du Silence, en trokken op verkenning. Het haventje was op zich wel gezellig maar om daar aan het water wat te eten was het te koud. Zo kwamen we terecht bij L'Amadeüs, een gastronomisch restaurant waar we zeer fijn gegeten hebben voor een zeer schappelijke prijs.

Tijdens onze vijf dagen in de Roussillon is het weer gestadig zonniger en warmer geworden en hebben we prachtige uitstappen gemaakt naar nabij gelegen stadjes zoals Collioure en Banyuls, maar ook in de Pyrénées Orientales. Een schitterend gebied. We vonden het allebei heerlijk om met het dak neergeklapt aan een gezapig tempo over de smalle en bochtige weggetjes te cruisen. Pure ontspanning!

Onderweg, zo ongeveer in the middle of nowhere, tijdens een ritje in het Pays des Cathars, in het onooglijke plaatsje Maury hebben we zeer toevallig nog een prachtig restaurant ontdekt, het 
Maison du Terroir van Pascal Borrell, een naam om te onthouden. Bij kenners van *-restaurants wellicht een bekende naam, voor mij totaal nieuw maar een ware ontdekking.

De dag dat we uit de Roussillon vertrokken naar Frans Baskenland - dwars door Zuid-Frankrijk de Pyreneeën over dus - was het snikheet! Dat beloofde voor het laatste deel van onze vakantie ...

Na check-in in ons appartement in de Résidence du Golf in Saint-Jean-de-Luz togen we op verkenning. Ons viel de vreemde bouwstijl op. 'Vreemd' in die zin dat het plaatje niet klopte: vakwerkhuizen met donker gekleurde houten balkonnen, inclusief geraniums en massa's hortensia's in de tuinen. Het leek wel of we in een of andere bergstreek waren aanbeland. Geen bougainvillea's hier, geen oleanders, zelfs niet één armzalig palmboompje ... Enfin, niet getreurd. De stranden waren prachtig breed met goudgeel fijn zand, en een enorm goede surf voor de liefhebbers. Het was er alleen wel broeierig heet, 36 graden gaf de buitentemperatuurmeter in de auto aan. 90 percent vochtig wist de hygrometer op een pleintje ons te vertellen.
Het mondaine Biarritz hebben we bezocht (my cup of tea), de bakermat van de 
espadrilles. Natuurlijk heb ik ook een paar gekocht, de échte, met een lint rond de enkel, in koraalrood.

Na dag 2 veranderde het weer. 's Morgens was het nog half zonnig, maar tegen de middag kwamen de wolken opzetten en 's avonds regende het vaak. Nog een paar dagen later zou het niet meer ophouden met regenen en bedroeg de dagtemperatuur nog 14 graden.

Een halve dag hebben we op het strand gezeten en voor de rest van de tijd hebben we veel sightseeing gedaan in de buurt en wat verder weg: o.m. Hondaribbia, een vissersdorp net over de Spaanse grens, met het houten treintje naar La Rhune (in de bergen en koud dat het was!), naar de Col d'Aubisque in de Hautes Pyrénées (prachtig!), naar Bayonne (jambon de Bayonne gegeten natuurlijk) in de regen en naar Donostia (San Sebastián) in de regen op txikiteo (pinxtos hopping).
Toen hadden we het helemaal gehad met de regen en de kou en zijn we voortijdig naar huis terug afgereisd.

Mijn speciale dank gaat uit naar Claire, de text-to-speech stem van onze GPS, die ons feilloos doorheen het hele parcours heeft geleid. 'Zij' is Nederlandse en haar Frans is voor verbetering vatbaar, maar ook dat went. Zo hadden we in het begin niet meteen door wat ze bedoelde met "500 meter doorrijden op de départementale c'est ça". Later begrepen we dat ze de départementale 16A (seize A) bedoelde.

Tja, terug van weggeweest, vier dagen eerder dan voorzien. We hadden al dagen door de regen en de kou gelopen in Frans en Spaans Baskenland en hadden er helemaal genoeg van. Inpakken en wegwezen dus! Ooit schrijf ik nog wel eens een reisverslagje. Nu ligt de regen en de minder mooie herinneringen nog te vers in het geheugen. Over een paar dagen komen vast de mooie herinneringen weer boven. Zoals het lekkere eten in de Roussillon, en de prachtige ritten door de Pyreneeën met de wind in de haren.

Al is het drukste plein in het hart van Donostia (San Sebastián), de Plaza de la Constitución, in de regen ook wel een apart plaatje (zie foto)!