donderdag 18 december 2014

Dubai en Oman

 

Reisverslag Dubai & Oman


Ik heb wat moeten broeden op mijn reisverslag want de beleving was zo apart en totaal anders dan pakweg drie weken door Zuid-Spanje toeren. Wij hebben echt drie weken in een andere wereld vertoefd. Correctie: in twee andere werelden, want het contrast tussen het mondaine, decadente emiraat Dubai en het serene, bescheiden sultanaat Oman kon niet groter zijn. Het is heel moeilijk om weer te geven wat ik daarbij gevoeld heb.

Maar laten we beginnen bij het begin. Dubai dus. Omdat we toch die richting uitgingen, vonden we het maar logisch dat we een paar dagen Dubai vastknoopten aan onze rondreis door Oman.

Dubai is het absolute tegenovergestelde van de echte Moslim wereld. Niet voor niets noemt men het het Las Vegas van het Midden Oosten. Er zijn hier heel veel regels van wat mag en vooral van wat niet mag, maar die worden allemaal - klandestien uiteraard - met voeten getreden. Alle pleziertjes zijn voor geld te koop, zo lang het maar in het geniep gebeurt.   

In Dubai is alles groot, groter, grootst, ... hoog, hoger, hoogst, ... duur, duurder, duurst, ... Enorme wolkenkrabbers tot meer dan 400 meter hoog, immense shopping malls, grote luxe auto's overal, prachtige hotels, kunstmatige eilanden die voor de kust gebouwd worden, ... Het is het enige land ter wereld waar ze een 7*-hotel hebben, de Burj Al Arab, streng beveiligd en niet toegankelijk voor non-guests. Een kamer ... pardon, een suite ... kost er in het laagseizoen gemiddeld 1600 euro. Per nacht.

Dubai is hectisch en chaotisch. Vooral het verkeer dan. Duizenden taxi's - beige met een gekleurd dak - vervoeren er even veel passagiers. Soms maar voor een ritje van een kilometer want het is overdag te heet om ver te lopen en taxi's zijn spotgoedkoop: 3 Dhs (0.6 euro) startgeld en nadien 1.6 Dhs (0.32 euro) per km. Goedkoper dan een kaartje voor de metro of de tram. O ja, taxi's met een roze dak zijn voorbehouden voor dames.

Alles, werkelijk alles is er air conditioned: de metrohaltes, de hokjes waarin de geldautomaten staan, de 'slurf' aan het vliegtuig, echt alles. De zwembaden van de hotels zijn gekoeld. Restaurants maken reclame voor hun "outdoor dining terrace for the cooler winter evenings". Het was er tijdens ons verblijf, eind november, 's avonds en 's nachts nog zesentwintig graden! In de zomer moet het hier onleefbaar zijn.

Dubai leeft vierentwintig uren op vierentwintig. Je kan hier rustig om drie uur 's nachts nog een restaurant binnen gaan. Het is ook pas 's avonds dat de Emiratis zelf buitenkomen. De dames gekleed in een zwarte abaya (vaak rijkelijk versierd) en niqab of een sluier ; de heren in spierwitte dishdasha met een witte of roodgeblokte ghutra op het hoofd. De dames dragen onder hun abaya trouwens gewone westerse kleding ... winkels à la Victoria Secret draaien hier op volle toeren! ... , hoge hakken en ze hebben stuk voor stuk een handtas van een exclusief merk bij. Het is heel spijtig dat deze mensen totaal niet toegankelijk zijn.

Uiteraard hebben we de Burj Khalifa bezocht, het hoogste gebouw ter wereld. In exact één minuut zoefden we met de lift naar de 124ste verdieping van waar we een fenomenaal 360° uitzicht hadden op de stad beneden ons. We hebben ook 'op hoogte' geluncht, in The Observatory, op de 52ste verdieping met mooi uitzicht op The Palm Jumeirah. "Lunch with a view" ... erg lekker gegeten ook nog!

Oud Dubai, de wijken Deira en Bur Dubai, is nog redelijk typisch. Hier vind je de gold souk en de spice souk met de typische geuren van het Midden Oosten. Je vaart er naartoe met een abra, een kort 'ritje' over Dubai Creek. Het is ook in deze wijken dat je nog de echte oosterse keuken vindt. Libanees, Indiaas, Pakistaans, enz. Dubai krioelt van de vreemde nationaliteiten, want er moet natuurlijk gewerkt worden. En dat wordt niet door Emiratis gedaan. Emiratis bekleden alleen hogere functies. Horeca-, hotel- en winkelpersoneel, bouwvakkers (Dubai is op dit moment één grote bouwwerf), taxichauffeurs, ... zijn allemaal buitenlanders. Veel Pakistanen, Indiërs, Sri Lankanen, ...

Onze tijd hier was te kort om alles intens te beleven, maar we hebben er eens van mogen proeven. Het was interessant en apart. We zijn vast van plan om hier nog een keer uitgebreid terug te komen!
(NVDR: dat hebben we ook gedaan, een goed jaar later).


~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ 

Na drie dagen Dubai gingen we overland door de andere emiraten (met de taxi, vier uren rijden) naar Khasab op het schiereiland Musandam, een exclave van Oman. Oman wordt wel eens het best bewaarde geheim van het Midden Oosten genoemd. Het is gelegen aan de Straat van Hormuz, de Golf van Oman en de Arabische Zee. Oman is sereen, bescheiden, écht. Het land is rijk aan cultureel erfgoed, de natuur is er van een adembenemende schoonheid en de mensen zijn er oprecht vriendelijk. En het toerisme viert er nog geen hoogtij.

Een kennismaking met dit schitterende land van kamelen, woestijnen en zoveel meer ...

Het contrast tussen Dubai en Khasab kon niet groter zijn! Eén laagbouw hotel aan zee te midden van majestueuze bergen. En stilte, alleen maar stilte. Naar Musandam kom je eigenlijk alleen om met een dhow tussen de fjorden te varen en om dolfijnen te spotten. Wat we dan ook gedaan hebben. Na de drukte van Dubai was het heerlijk om een dagje te relaxen op de boot en te genieten van de mooie fjorden en van de dolfijnen die vrolijk om onze boot heen zwommen.

Twee dagen later vlogen we met een klein propeller vliegtuigje van Khasab naar Muscat. Een goed uur gevlogen en onderweg genoten van het prachtige uitzicht dat we hadden op de Hajar Mountains.

In Muscat hebben we de eerste dag totaal niks gedaan. Alleen maar aan het zwembad gelegen en ons laten verwennen door het super gedienstige hotelpersoneel (ook hier weer Aziaten). Handdoeken werden gespreid, er werd een koelbox met flesjes gekoeld water gebracht, af en toe kwam er een mannetje langs met een schaal met in parten gesneden fruit, een ander mannetje kwam je bril poetsen, enz. Op en top verwennerij. Het beste hotel van de hele reis ook.

Wat hebben we nog gedaan in Muscat? De wijk Muttrah bezocht, met de souk uiteraard. De souk van Muttrah zou de oudste markt uit de Arabische wereld zijn. We hebben ook even langs de Corniche gelopen. Niet lang, want het was weer heel warm. Uiteindelijk hebben we nog een plezant 'klapke' gedaan met een groepje taxichauffeurs. Omanis zijn gelukkig wel heel toegankelijk. Ze waren gefrituurde hapjes aan het snoepen, geen idee wat het was, maar we moesten en we zouden proeven!

De Sultan Qaboos Grand Mosque is natuurlijk ook een must als je in Muscat bent. Het is de enige moskee in Oman die je als niet-moslim mag bezoeken. Je moet wel gepast gekleed zijn (armen en benen bedekt, dames een sjaal op het hoofd). Een schitterend gigantisch bouwwerk is dit, er kunnen 27.500 gelovigen in. Lusters van Swarovski kristal, glasramen van Venetiaans glas, marmer van Carrara, een handgeweven Perzisch tapijt met 1.700.000 knopen van 21 ton zwaar, aan één stuk, waaraan vier jaar gewerkt is, ... Groots en overweldigend.

Na drie dagen verwisselden we de stad voor de natuur. Onze Toyota Land Cruiser werd aan het hotel afgeleverd, samen met Yaqoob, de Omani chauffeur die met ons een dagje off-road ging rijden.
Alvorens aan de spannende rit te beginnen hebben we eerst nog een van de vele forten bezocht die Oman rijk is, het fort van Nakhl

De rit door de prachtige Wadi Bani Awf was spectaculair. Deze wadi zou tot de mooiste van Oman behoren. En er zijn daar heel veel wadi's en ik vond ze allemaal even mooi. Deze wadi (droge rivierbedding), omzoomd door palmbomen, loopt door een diep dal met aan alle kanten rotsgebergte. De volledige route (40 km) is off-road. Soms was de weg zó smal dat de auto aan de ene kant bijna de bergflank raakte en aan de andere kant over het diepe ravijn hing.

We passeerden verschillende oases, dadelpalmtuinen, bergdorpjes en overal hadden we de meest schitterende uitzichten. Deze rit gaat door de Hajar Mountains die we al uit het vliegtuig gezien hadden, tegelijk idyllisch en indrukwekkend, en vooral bangelijk! Onderweg hebben we nog gepicknickt aan een mooie bron. We hebben eigenlijk de meeste dagen gepicknickt want we zaten soms zo ver van de buitenwereld dat er in geen velden of wegen een restaurant te bespeuren viel. Mooie picknickplaatsen waren er altijd wel.

Yaqoob was een aangename gids. Hij sprak goed Engels en heeft ons veel verteld over de geschiedenis van zijn land, over de cultuur, en over zijn gezin met tien kinderen!

Zo kwamen we dan tegen de avond op onze volgende bestemming aan: Nizwa. Op zich niet zó interessant, maar we hadden nog veel bergen en wadis voor de boeg, en vanaf nu zaten we zelf aan het stuur van onze 4WD.

Vanuit Nizwa zijn we naar Jebel Shams gereden (aka de Grand Canyon van Oman) van waar je op het hoogst toegankelijke punt duizend meter de diepte in kijkt.

Wondermooi! Ook naar Jebel Akhdar (2000 m hoog), we hebben nog verschillende wadis gedaan en kleine, meestal uitgestorven, dorpjes bezocht. De mensen willen niet meer in de traditionele lemen huisjes wonen. Ze willen een moderne woning. En die kunnen ze redelijk gemakkelijk verwerven.

Yaqoob vertelde ons dat ieder Omaans gezin van de staat een stuk grond krijgt om een woning op te bouwen. Mensen die bovengemiddeld verdienen moeten hiervoor een kleinigheid betalen: 1 OMR (= 2 euro) per m². Overal ten lande zie je dan ook grote nieuwbouw villa's verschijnen.

Uiteraard hebben we ook nog de geitenmarkt in Nizwa bezocht. Die gaat iedere vrijdagmorgen door, vanaf zonsopgang tot 11u. Het is er een drukte van jewelste.

De verkopers lopen met hun geiten en schapen rondjes op een plein tot er een koper toehapt die het gewenste geitje volledig inspecteert. Er wordt eens in geknepen, er wordt in de bek gekeken, ...

Als je vrouwen met een snavelmasker wil zien: this is the place! Spijtig dat ze niet gefotografeerd willen worden (al was een snelle snapshot toch wel mogelijk). Ik wist eigenlijk niet dat hoofd- en gezichtbedekking zo streekgebonden zijn. Snavelmaskers zie je alleen in Nizwa. Op andere plaatsen dragen de vrouwen, net zoals in Dubai, een niqab en in de kleine dorpen alleen een sjaal op het hoofd en het gezicht vrij.

Omaanse mannen dragen trouwens dezelfde witte dishdasha als de Emiratis. Op het hoofd hebben zij een kuma of een massar. Ook mijn man heeft de hele tijd een kuma gedragen. Prima bescherming tegen de zon! Een Omani met een khanjar hebben we helaas niet gezien.

Na Nizwa kwam - voor mij - het mooiste van de hele reis: Wahiba Sands. Ik droomde er al jaren van om eens een nacht in de woestijn door te brengen, onder de sterrenhemel.
Die sterrenhemel is niet helemaal gelukt want het was volle maan. Misschien nog wel mooier! Na het (gedeeltelijk) aflaten van de banden van onze jeep zijn we zelf, achter een gids aan, tot aan het desert camp gereden, zo'n 30 km de woestijn in. We moesten wel de vaart erin houden om niet vast te geraken, maar het is ons zonder problemen gelukt.

In het tentenkamp kregen we een houten cabin toegewezen, van binnen bekleed met authentieke tapijten. Best comfortabel met een kingsize bed en een eigen douche en toilet in de open lucht.

Na het aanschouwen van de zonsondergang van op een hoge duin (op de kameel er naartoe) en de avondmaaltijd bij kaarslicht (geen elektriciteit in het kamp) lagen we al vroeg onder de wol.
De volgende morgen ook vroeg weer op want om kwart over zes was de zon er alweer.

We hadden een bedouinengids geboekt voor een halve dag desert crossing en dune bashing: 140 km dwars door de woestijn, soms op een wielspoor (aan 80 km/u), maar dikwijls ook gewoon door de hoge duinen, verticaal naar boven en naar beneden. Adrenaline momenten, en genieten met een grote G! Deze gids was minder spraakzaam en zijn Engels was niet zo goed verstaanbaar, maar we hadden eigenlijk ook geen behoefte aan een gesprek. We genoten van de omgeving, van de hoge duinen die overal een andere kleur hebben. Het was prachtig.

Toen we eenmaal terug op de gewone weg zaten namen we afscheid van de gids, hebben we in Al Ashkharah de banden laten bijvullen en zijn we langs de kustweg terug noordwaarts gereden, naar de havenstad Sur (waar vroeger de dhows gebouwd werden), en later verder door naar Ras Al Jinz. Daar komen 's avonds de zeeschildpadden hun eieren leggen op het strand. Hoewel het niet het goede seizoen was, hebben we toch drie grote schildpadden (80 cm lengte) gezien. In het seizoen zijn dat er dikwijls meer dan honderd! Twee schildpadden waren een plek aan het zoeken om hun nest te maken, een was bezig met eieren leggen. Dat zijn er zo'n 80 à 100 per keer. Het was fantastisch dat we zo'n intiem gebeuren hebben kunnen meemaken.

De volgende dag hebben we nog Wadi Tiwi en Wadi Shab gedaan, weer twee spectaculaire ritten door de bergen naar twee hele mooie wadi's. Verder ook nog Bimah Sinkhole bezocht en super-de-luxe geluncht bij The Chedi in Muscat. Netjes op tijd leverden we onze auto weer in (1700 km) en na de middag hadden we onze vlucht naar Salalah, helemaal in het zuiden van Oman.

Daar aangekomen hebben we een andere auto opgepikt maar daar hebben we niet veel meer mee rondgetoerd. We zijn nog naar de opgravingen van Khor Rori gereden. Daar zou een paleis gestaan hebben van de Koningin van Sheba. Dan verder door naar Wadi Darbat. Ook een hele mooie wadi waar veel kamelen lopen.

Ze lopen ook gewoon op straat, zelfs op de autoweg waar je aan 120 km/u mag rijden. Oppassen geblazen want ze komen zomaar ineens te voorschijn.

Salalah ... wuivende palmen, witte zandstranden, diepblauwe oceaan ... Het leek wel of we op de Caraïben zaten, maar dan zonder de vervelende hoge luchtvochtigheid. Onze laatste dagen hebben we hier alleen maar uitgerust aan het mooie strand van ons hotel. Er waren nauwelijks gasten, het was er zo heerlijk rustig. We hadden er nog wel een paar dagen langer willen blijven.

Maar helaas moesten we na drie dagen alweer het vliegtuig op, terug naar Dubai voor onze laatste nacht Midden-Oosten. De volgende dag hebben we nog tot na de middag aan het zwembad doorgebracht en toen was het echt voorbij.  







Onze reisweg:
-intercontinentale vlucht van Amsterdam naar Dubai (Emirates),
-overland van Dubai naar Khasab, Musandam
-binnenvlucht van Khasab naar Muscat (Oman Air),
-binnenvlucht van Muscat naar Salalah (Oman Air),
-internationale vlucht van Salalah naar Dubai (Oman Air),
-intercontinentale vlucht van Dubai naar Amsterdam (Emirates).


Hotels:
Dubai: JA Ocean View Hotel
Khasab: Atana Khasab
Muscat: Shangri-La Barr Al Jissah Resort
Nizwa: Falaj Daris Hotel
Wahiba Sands: Safari Desert Camp
Ras Al Jinz: Ras Al Jinz Turtle Reserve
Wadi Shab: Wadi Shab Resort
Salalah: Crowne Plaza Resort
Dubai: Millennium Dubai Airport

Alle reviews zijn te lezen op Tripadvisor.
Reis uitgewerkt in samenwerking met Aladin Travel.  

Facts & figures:
Temperatuur: tussen de 30 en 35° overdag in de steden en aan de kust, in de bergen op 2000 meter hoogte rond de 20°.

Prijsniveau: hotels zijn duur tot zeer duur. Eten in plaatselijke restaurantjes in Dubai en Oman is goedkoop. Met 'plaatselijk' bedoel ik Pakistaans, Libanees, Indiaas want authentieke keuken stelt niet zoveel voor. De invloeden van de vroegere bezetters en van de huidige arbeiders (in Dubai dan) hebben hun sporen nagelaten. In positieve zin.
Eten in de hotels is minstens even duur dan een gemiddeld restaurant in België. Alcohol is zeer prijzig. Het mag ook alleen geschonken worden in de internationale hotels, zowel in Dubai als in Oman. Een fles (Chileense of Zuid-Afrikaanse) huiswijn bv. kostte omgerekend gemiddeld zo'n 36 euro.
In Dubai hebben we al onze verplaatsingen per taxi gedaan. Taxis zijn er goedkoper dan bus of metro (starttarief 3 dirhams, nadien 1.6 dirham per km). 1 AED = 0.25 euro (november 2014).
Benzine in Oman is spotgoedkoop! 1 liter super kost 0.12 rials, omgerekend zo'n 28 eurocent. 1 OMR = 2.30 euro.

Picknicken: in de grote steden zit er overal een LuLu Hypermarket waar ze lekkere sandwiches, belegde broodjes, slaatjes, in partjes gesneden fruit, enz. verkopen. Maar ook het aanbod aan brood, broodjes, croissants, ... is hier vele malen groter dan in de gemiddelde Belgische supermarkt! 

Kwaliteit hotels: goed tot zeer goed! Het was overal zeer proper, in de luxe 5* hotels (Shangri-La en Crowne Plaza) werden we ongelooflijk gepamperd (zowel 's morgens als 's avonds propere handdoeken, bedden werden iedere dag verschoond als je dat wenste, [wij wensten dat niet, we doen dat thuis ook niet en het is een ramp voor het milieu in een - weliswaar rijk - land waar er nauwelijks water is] enz.). Buiten de grote steden in Oman is het aanbod beperkt, maar we hebben altijd het beste genomen wat er was. Overal was het proper en het waren stuk voor stuk goede, brede bedden.

Bevolking: we hebben geen contact gehad met Emiratis. Wel met Omanis. Supervriendelijke mensen, altijd bereid om te helpen ... als je, zoals ons wel eens gebeurde, de weg kwijt bent.

Het was een vermoeiende reis, met lange ritten omdat we ons roadbook moesten volgen. Het waren niet altijd veel kilometers, maar het ging meestal traag vooruit vanwege de bergritten met soms heel smalle gravelwegen. Dat waren trouwens ook adrenaline momenten! En de bewegwijzering was een regelrechte ramp. Na een paar uren sukkelen om een bepaald dorp te vinden hebben we (TIP!) een lokaal SIM-kaartje met 1 GB dataverkeer gekocht voor de smartphone en hebben we op Google maps gereden. Prima te doen!

Twee weken Oman waren veel te kort om alles te zien, zeker omdat wij ook graag wat rustmomenten inbouwen. Bij ons lag de focus op de natuur (bergen, woestijn). Het culturele, de forten, de kleine dorpen en de steden zijn veel minder aan bod gekomen.

zondag 14 september 2014

Nomandië



Ons laatste tripje was alweer bijna een maand geleden ... hoog tijd dus voor nog eens een klein reisje. ;-) Een weekje Haute Normandie deze keer, een streek die we nog niet kenden. De Côte d'Albâtre dankt zijn naam aan 140 km krijtrotsen gelegen tussen de monding van de Somme in het noorden en die van de Seine in het zuiden. In Étretat zijn de falaises het mooist: hier rijzen de rotsen 50-60 meter verticaal uit de zee omhoog.

Vandaar dat ik in deze buurt een hotelletje had uitgezocht, meer bepaald in het landelijke dorp Les Loges. Een dorp waar het nog ruikt naar vers gebakken brood als je voorbij de bakker wandelt. Een dorp waar vanaf 7 uur 's morgens tot 11 uur 's avonds de kerkklokken ieder kwartier luiden en waar geen mens er van wakker ligt dat een enkele toerist wel eens graag uitslaapt tijdens zijn vakantie. Zo'n dorp dus. Heerlijk rustig en toch maar tien minuten rijden van de drukte van Étretat. Hoewel 'drukte' in dit seizoen een zeer relatief begrip is.

We werden hartelijk welkom geheten door François in Les Loges d'Étretat, kregen een uitgebreide uitleg over de oorsprong van het mooie 18de eeuwse gebouw in de typische "brick & flint" stijl van de Caux en werden naar onze kamer geëscorteerd. Een ruime kamer op het gelijkvloers met alle nodige moderne luxe voorzieningen waaronder een badkamer met een enorme inloopdouche. De overige zes kamers zijn allemaal in dezelfde trendy stijl ingericht, zij het met andere kleuren en net iets andere meubels. Erg mooi gedaan! Ook op het tuinterras en in de tuin was het heerlijk vertoeven.

Gewapend met een lijstje eetadresjes togen wij in de late namiddag naar het toeristische Étretat, voor een aperitiefje op een terras in de zon en een maaltijd met een prachtig panoramisch zicht op enerzijds de Falaise d'Aval en anderzijds de Falaise d'Amont. De mooie zonsondergang kregen we er gratis bij.

De volgende dag zijn we trouwens teruggekeerd om uitgebreid te gaan wandelen door deze toch wel woeste natuur. Hoewel Étretat maar een klein stadje is hebben we er ons uren vermaakt, rots op en rots af, en nog een rots verder, ...  Erg mooi, de ruwe rotsen waar de zee tegenaan beukt, de  wilde bloemen overal, het uitzicht dat overal anders is. En de vissers die hun lekkere buit aanvoerden in kleine bootjes. Tourteaux, bar de ligne, homards, ... 's Morgens op het strand, 's avonds op het bord. Verser kan niet.

Ook de aangrenzende dorpen en stadjes zijn uitgebreid aan bod gekomen, alsook het schitterende binnenland met zijn grazende koeien in de wei, de rollen stro op het land, bossen waar het licht zo mooi doorheen scheen. Genieten met een Grote G, en dat allemaal met open dak en een temperatuur van zo'n 20-23 graden, in Rouen zelfs 25 graden. Heerlijk!

Omdat het overal erg stil was en we toch wat gezelligheid en ambiance ambieerden, zijn we ook een dag naar Honfleur en Deauville in de Basse Normandie geweest. Honfleur zal zowat de meest toeristische stad van Normandië zijn, en aan het Vieux Bassin was het inderdaad heel druk. Het staat er dan ook overvol met terrassen. Je kan er nauwelijks passeren. De binnenstad is rustiger en er zijn een aantal hele mooie kunstgalerijen. Helaas was het beeldhouwwerk van Marie-Paule Deville-Chabrolle waarop ik mijn oog had laten vallen niet voor onze portemonnee. Deauville is ook geanimeerd, maar het trekt een totaal ander publiek aan. Aan 30 euro per dag voor twee strandstoelen is dit dan ook niet direct een plek voor jan-met-de-pet. We hebben trouwens niet op het strand gezeten, het is een zonnig terras geworden.

In Dieppe en Rouen zijn we ook geweest. Dieppe vanwege het Festival International de Cerf-Volant (vliegerfestival), dit jaar in het teken van India en Indonesië. De stad op zich was niet zo interessant, het festival was eens tof om te zien. Er wordt op muziek gevliegerd, wat zeer artistiek gedaan was.

Rouen vond ik dan weer wel een heel mooie stad. Het historisch centrum is compact maar goed bewaard gebleven. Heel veel mooie vakwerkhuizen, een aantal grote kerken (helaas allemaal in de steigers), en een hele prettige sfeer. Veel restaurantjes en terrasjes langsheen onze stadswandeling. Daar hebben we dan ook volop van genoten!

Op de terugweg naar huis zijn we langs Saint-Valéry-sur-Somme gereden en hebben daar nog even rondgewandeld. Ik had er mij meer van voorgesteld. Als je de oversteek van de Baai van de Somme niet doet, dan valt er weinig te beleven daar. Het was er overigens wel stikdruk! Verder langs Calais naar De Panne om nog even te genieten van de laatste zonnestralen.

En zo kwam er weer een einde aan ons uitstapje. Wat hebben we geluk gehad met het weer. Daar staat en valt alles mee!

dinsdag 19 augustus 2014

Wenen

 

Wenen




Tweede citytrip dit jaar. Deze keer georganiseerd door de Vriendenclub van manlief zijn werk. Een citytrip naar Wenen. De stad stond al langer op mijn wenslijstje en dit vonden we een mooie gelegenheid. Anders zou het toch maar weer naar achteren geschoven worden. Mijn moeder heeft er altijd van gedroomd om Wenen te bezoeken. Een extra reden voor ons om te gaan.

Zo vertrokken wij op 14 augustus in alle vroegte naar de luchthaven voor de vlucht van 7u05 naar Wenen. Goed anderhalf uur later stonden we al op Wenen airport. Meer dan ideaal dus. 

Met de bus naar het hotel, inchecken ging uiteraard nog niet maar onze koffers werden netjes in de bagagekamer gezet en gewapend met een stads- en metroplan gingen wij er snel met ons tweeën vandoor. Het weer was wat grijzig maar dat mocht de pret niet drukken.

Uiteraard moest er eerst koffie gedronken worden, in Weense stijl, bij een van de bekende Wiener Cafés. Café Mozart had de eer om ons de eerste wiener melange te mogen schenken. Aan 5,50 euro voor een kleine tas wel goed aan de prijs maar kom, je bent tenslotte niet in Wenen geweest als je die bijzondere gelegenheden niet bezocht hebt.

 
Verder hebben we ons gewoon ondergedompeld in al het moois wat er in Wenen te zien is. Gebouwen, immens veel imposante gebouwen, paleizen en tuinen voornamelijk. De HofburgSchloss SchönbrunnSchloss BelvédèreWiener StaatsoperBurggartenMuseumsquartier, ... maar ook gewone huizen 'in de rij'. Veel te veel om in vier dagen te kunnen bevatten. En dan heb ik het nog niet gehad over de vele kerken. Een walhalla voor architectuurliefhebbers, eigenlijk voor kunstliefhebbers in het algemeen.

Natuurlijk moesten wij, als regelrechte toeristen, ook een ritje op het Riesenrad  maken. En dan heel snel weer weg van het Prater, want zo'n druk pretpark is echt onze stijl niet. 

Ga ik nog terug naar Wenen? Neen, want ik voelde geen binding met deze stad. Het is mij te klassiek, te popperig, te braaf, te statig, te koel, te veel toegespitst op Franzl & Sissi, op een sprookje waarvoor ik helaas te veel met beide voeten op de grond sta.

donderdag 26 juni 2014

Andalucía

 

Andalucía



En daar was de maand juni weer, al jaren onze vakantiemaand. Door ziekte van ons allebei hebben we wel tot op het laatste moment getwijfeld of we niet beter zouden annuleren, maar uiteindelijk besloten we om toch maar te vertrekken voor onze 3-weekse fly & drive Andalusië. We zouden wel zien ... 

Na aankomst op de luchthaven van Málaga namen we onze Renault Clio in ontvangst en reden we naar ons eerste verblijf, een hotelletje aan de rand van de stad. Vijf nachten hadden we hier geboekt, om wat te genieten van het strand en om de stad Málaga te verkennen. Málaga is tegenwoordig erg in trek als citytrip-stad en dat is zeker terecht. Een mooie en propere stad waar veel te bezichtigen is, leuke pleinen en pleintjes, lekker eten, het strand La Malagueta vlakbij. En we konden alles op de fiets doen want onze gastheren Jeroen en Frens hebben voor iedere gast een gratis fiets ter beschikking. Dat was natuurlijk, in ons geval met een man die nauwelijks kon lopen, een groot voordeel! Kortom, een goed begin van onze vakantie. Hoewel ...  


Op dag 2 voelde ik me niet lekker en heeft Frens voor mij een afspraak kunnen regelen bij zijn huisarts. Een uitgebreid onderzoek en vele vragen later had ik een recept op zak voor antibiotica (de vierde reeks sinds half mei). Op hoop van zegen ...

Vanuit Málaga hebben we nog een dagtrip gemaakt naar Comares, een hele mooie pueblo blanco in de bergen. Nu ja, heuvels. We hebben daar een uitgestippelde 'stads'wandeling gemaakt.  
Niet met een kaart of met een gidsje, maar aan de hand van keramieken 'voetstappen'-tegels tussen de bestrating van de smalle straatjes. Heel origineel.

En natuurlijk moesten we ook nog eens in Marbella gaan kijken. We zijn er vroeger zo vaak geweest, toen het nog het walhalla voor de rijke Arabieren was. Nu zit er stikvol nieuw-rijke Russen, wier vrouwen blijkbaar allemaal naar dezelfde plastische chirurg gaan, want ze lijken allemaal op elkaar. Neen, Marbella viel vies tegen. Gelukkig hebben we er wel heel lekker gegeten ... bij een restaurant met een Belgische chef, zo bleek tijdens een babbeltje met de knappe jongeman die ons bediende. 


Onze 5 dagen Málaga zijn voorbij gevlogen en voor we het wisten zaten we alweer in de auto op weg naar onze volgende bestemming: Granada.
De route hebben we trouwens langs de kleine wegen gereden, dwars door de Alpujarras. Mooi, mooi, mooi! Tussenstop was voorzien in Trevélez, bekend om de lekkerste jamón ibérico. Wat ik trouwens niet wist, is dat de term 'pata negra' niet meer mag gebruikt worden. Ofwel heb je jamón ibérico (van de donkere varkens), of jamón serrano (van de witte varkens). 
Omdat het langs de kleine bochtige bergwegen natuurlijk voor geen meter vooruit gaat vreesde ik een beetje dat we niet op tijd in Trevélez zouden zijn voor de lunch. Buiten de steden worden de lunchtijden namelijk heel strikt aangehouden. Dus stopten we in een bergdorp onderweg, zo'n dorp met een kerk, een paar huizen en een bar. In een van de huizen hing er een vrouw door het raam op de verdieping die ons toeriep 'aquí restaurante'. Tja, we moesten toch iets eten, dus wij ernaartoe. Blijkt dat het lieve mens haar huiskamer vol kleine tafeltjes had gezet en voor eventuele gasten een stevige maaltijd op tafel zet. We hebben haar maar iets laten klaarmaken wat zij voorstelde want we waren toch een beetje de kluts kwijt. Waar waren we terechtgekomen? Eind goed, al goed natuurlijk. Lekker gegeten en gedronken en ons best gedaan om te begrijpen wat de praatgrage vrouw allemaal vertelde. Ruim anderhalf uur later stonden we in Trevélez waar alle bars en restaurantjes nog open waren ...

Onderweg hebben we nog genoten van het mooie landschap, van de bloeiende struiken langs de weg, en van de besneeuwde bergtoppen van de Sierra Nevada. Jammer dat er zo weinig plekken zijn waar je eens kan stoppen om een mooie foto te maken, want fotogenieker dan dit kan bijna niet.

's Avonds om een uur of zeven kwamen we in Granada aan en toen ik uit de auto stapte dacht ik dat ik dood ging. Zevenendertig graden maar liefst en een drukte van jewelste, waarschijnlijk vanwege de zaterdagavond en het lange Pinksterweekend. Gelukkig hadden we een rustig gelegen hotelletje met een hele goede airco op de kamer. Ik voelde me echt niet lekker, kreeg geen lucht en ik vreesde dat Córdoba, onze volgende stop én de warmste stad van Spanje, nog erger zou zijn. Na veel wikken en wegen hebben we toen besloten het hotel in Córdoba te annuleren en een hotelletje te boeken aan de zee waar het allicht wat frisser zou zijn en waar ik wat meer lucht zou hebben.

De volgende morgen waren we al vroeg op pad - hoe vroeger hoe frisser tenslotte - en het viel me allemaal erg mee. De temperatuur was een aangename 25° en het was rustig in de straten. We hebben eerst de vooraf bestelde tickets voor het Alhambra uit de automaat gehaald en hebben toen de bus genomen naar het Albayzín. Daar zijn we op het hoogste punt uitgestapt en langs de kleine straatjes terug naar beneden gekomen. Manlief was in goede vorm want hij heeft maar een paar keer een korte rustpauze genomen. In de namiddag hebben we het Alhambra bezocht, eerst het Generalife en de tuinen en om 6u hadden we een timeslot voor de Palacios Nazaríes. Eigenlijk is het niet slecht dat er maar een beperkt aantal mensen per tijdslot toegelaten worden, zo wordt het nooit te druk en kan je rustig kijken en foto's nemen.  

Toen we daar buiten kwamen om een uur of acht was het nog steeds zesendertig graden. We hebben ons gedoucht en

omgekleed en op onze kamer gewacht tot de temperatuur buiten wat gezakt was, en toen kreeg ik toch zo'n spijt dat ik Córdoba geannuleerd had, want ik had zo graag de Mezquita nog een keer gezien en ik had tickets voor een heel bijzondere flamencoshow. Dus heb ik het hotelletje aan zee maar weer geannuleerd en naar het hotel in Córdoba gebeld om te vragen of onze kamer nog vrij was. En die was nog vrij!

De volgende morgen heeft manlief de plaatselijke economie nog wat gesteund door de aankoop van kleding en schoenen. Ik heb hem moeten herinneren aan de bagage restrictie van 23 kilo per persoon op het vliegtuig, anders zou hij nog veel meer hebben gekocht! En dan zijn we, weer langs de kleine wegen, naar Córdoba vertrokken. Het eerste stuk zagen we niet anders dan olijfgaarden, zo ver het oog reikt. En verderop velden vol zonnebloemen, kilometers en kilometers lang. Een prachtig zicht!

Córdoba was heet, heel heet maar het was er enorm rustig en dan lijkt de hitte veel beter te verdragen. In het hotelletje kregen we de beschikking over de 'private suite', twee verdiepingen hoog - 54 trappen - zonder lift maar heel erg ruim met een apart slaap- en zitgedeelte en een privé terrasje met loungemeubels. We hebben er geen gebruik  van gemaakt want je smolt er weg van de hitte. Ook in deze kamer weer een super airco gelukkig. Toen het wat afgekoeld was naar tweeëndertig graden waagden we ons naar buiten, naar de Judería wijk die ik mij nog herinnerde alsof ik er gisteren nog geweest was. Het is nochtans een jaar of dertig geleden (van Granada herinnerde ik mij trouwens nog nauwelijks iets). Wat heb ik weer genoten van de prachtige patios in de stad.

De volgende dag ook weer vroeg uit de veren, voor een bezoek aan de Mezquita. Ik had echt geen tickets op voorhand moeten bestellen want er was nauwelijks volk. Soms waanden we ons alleen in dat immense indrukwekkende bouwwerk. Daarna hebben we ook nog het Alcázar bezocht, wat geterrast en tegen 22u werden we verwacht bij Arte y Sabores voor de flamencoshow. De show vindt plaats in een hele kleine tablao, een uniek antiek badhuis uit de 10de eeuw. Het biedt plaats aan maximum 30 gasten. Ik denk dat we met 16 waren en dat was perfect.  








Het was absoluut geen toeristische show met veel kleur en poespas. De twee danseressen en de danser waren volledig in het zwart gekleed, verder was er nog een zanger en twee gitaristen. Het was een vrij ruwe versie van flamenco (ook wat sevillana erbij), dramatisch en heel passioneel. Door het beperkt aantal toeschouwers werd het een heel intiem gebeuren. Ik had het niet willen missen.

De volgende dag na het ontbijt zijn we vertrokken voor onze laatste etappe: naar zee, naar Conil de la Frontera meer bepaald.


We zouden Sevilla passeren en daar wilden we in eerste instantie nog even afstappen om te lunchen. Maar we weten van vorig jaar dat parkeren er heel moeilijk is en tijdens het rijden en het surfen op mijn smartphone (hij reed, ik surfte) las ik iets over Carmona, het kleine broertje van Sevilla. Dat kenden we niet, dus hebben we daar geluncht en wat rondgelopen. Heel leuk stadje trouwens. Meer kerken dan inwoners, zo op het eerste zicht.

En zo kwamen we dan uiteindelijk in Conil de la Frontera terecht, een badstad met zo'n 20.000 inwoners ... tijdens de zomervakantie oplopend tot 200.000.  Maar in juni gelukkig nog heel erg rustig, op de weekends na.
De toeristen hier zijn voornamelijk Spanjaarden en Duitsers (of Duitstaligen in ieder geval). Ook een enkele Nederlander, maar Vlaams hebben we er niet gehoord.


Ons huis lag in een nieuwe woonwijk aan de rand van de stad, gewoon tussen de plaatselijke bevolking. Het lag op 10 minuten lopen van het strand en 15 minuten lopen van het oude centrum. Al namen we altijd de auto om naar het strand of naar de stad te rijden want ons huis was nogal hoog gelegen. Naar strand/stad was zo geen probleem, maar terug ... 
Ook hier was het heel heet en de levante wind waaide, dwz dat je op het strand zowat wegwaait.  De eerste paar dagen hebben we dan ook gewoon aan en in ons zwembad doorgebracht. De andere helft van het huis was niet verhuurd, dus we hadden het zwembad helemaal voor onszelf. Heerlijk!

Helaas stond ik ook hier op dag twee alweer bij de dokter voor antibioticakuur nummer vijf (in evenveel weken tijd).

Vanuit Conil hebben we nog uitstappen gedaan naar het pittoreske Vejer de la Frontera, naar Cádiz, naar Sanlúcar de Barrameda en naar Jerez de la Frontera. Cádiz was best wel de moeite, in Sanlúcar en Jerez was niet zo veel te zien. En uiteraard hebben we ook wat (halve) dagen aan het heerlijke strand doorgebracht. Allemaal leuk, allemaal erg van genoten.

Met de gezondheid van ons beiden ging het ook alsmaar beter. Manlief heeft zelfs op onze laatste vakantiedag een strandwandeling gedaan van iets meer dan een uur. Dat hij  's avonds dan weer redelijk wat pijn had nam hij dan maar op de koop toe.

En zo kwam er ook aan deze vakantie weer veel te snel een einde. Op naar de volgende ...

Totaal aantal kilometers gereden: 1.870.





Logies:
Málaga, Villa Lorena
Aantrekkelijke villa met 7 kamers in de residentiële wijk El Limonar, aan de rand van de stad. Villa met klein zwembad en terras/tuintje. Perfect rustig gelegen. Erg leuke Nederlandse uitbaters die geen moeite uit de weg gaan om het hun gasten naar de zin te maken en een huiselijke en gemoedelijke sfeer creëren. Gratis fietsen voor iedere gast, lekker vers ontbijt 's morgens, veel info en tips. 5 min. fietsen naar het strand La Malagueta, 10 min. fietsen naar de stad, 10 min. fietsen naar de heerlijke visrestaurantjes op de boulevard van Pedregalejo.
Ik had hier een standaardkamer geboekt. De kamer had helaas weinig kastruimte en ze was ook vrij donker vanwege de veranda die ervoor zat, en de badkamer was aan de kleine kant. Er was geen koelkastje op de kamer maar er was wel een grote 'honesty bar' in het huis. Wel koffie- en theezetfaciliteiten op de kamer trouwens. Gratis WiFi. Individuele airco. Parkeren op straat (hadden altijd plaats recht voor de deur).
Als we nog een keer naar Málaga komen, dan wil ik beslist weer bij Jeroen en Frens logeren, maar dan boek ik wel een luxe kamer met balkon.
Prijs/kwaliteit: goed.

Klein design hotel in een rustig straatje. Goed gelegen, vlakbij de winkels en op wandelafstand van het Alhambra, al hebben wij de bus genomen vanwege de hitte en het feit dat manlief zich een beetje moest sparen om het Alhambra nog te kunnen 'doen'.
Ik had hier een superior kamer geboekt. Deze lag op de derde verdieping aan de straatkant en was zogenaamd 'soundproof'. Dat was helaas niet het geval en gezien de drukte op de zaterdagavond/zaterdagnacht hebben we allebei met oordopjes geslapen. De volgende nacht hebben we trouwens geen lawaaioverlast meer gehad. 
Ook hier geen koelkastje, ook geen koffie- en theezetfaciliteiten. Gewoon een degelijke kamer met goede bedden en een badkamer met inloopdouche. Gratis WiFi. Individuele airco. Geen eigen parking, maar wel mogelijkheid tot parkeren tegen verminderd tarief in een parkeergarage (met camerabewaking) op enkele minuten wandelen van het hotel.
Ontbijt wordt hier niet geserveerd, maar kan genomen worden in het naastgelegen restaurant van het hotel, à la carte. Voor 5 euro heb je een prima ontbijt met versgezette cappuccino, vers appelsiensap, een toast met ham of kaas en een grote croissant.
Prijs/kwaliteit: onovertroffen.

Hotelletje met 12 kamers en een 'private suite'. Deze hadden wij! Zeer ruime kamer met slaapgedeelte - het slaapgedeelte was groter dan onze slaapkamer thuis! - en zitgedeelte, heel veel kastruimte en grote badkamer met ligbad/douche. Heel rustig gelegen. Gratis WiFi. Individuele airco. Geen eigen parking, maar wel mogelijkheid tot parkeren in een parkeergarage (met camerabewaking) op vijf minuten wandelen van het hotel.
Ook hier wordt geen ontbijt geserveerd maar zoals overal in Spanje kan je in iedere bar/pasteleria ontbijt krijgen. Er waren mogelijkheden te over in de onmiddellijke nabijheid van het hotel.
Prijs/kwaliteit: onovertroffen.

Conil de la Frontera, Appartement Atalaya 2
Een vrijstaande woning in de nieuwe wijk Atalaya. Geen vakantiecomplex, gewoon een huis in een straat met plaatselijke bewoners.
Het huis is opgedeeld in twee appartementen. Wij hadden het appartement op de verdieping gehuurd (benedenburen geven minder hinder dan bovenburen). Het is een ruim appartement met een living met volledig geïnstalleerde open keuken, twee slaapkamers met veel kastruimte, een badkamer met ligbad/douche, een terras met tuinmeubels, een groot dakterras, beneden een gezamenlijk terras met zwembad, vanuit ons appartement met een buitentrap te bereiken, en een immense ondergrondse garage. Overal airco en free WiFi uiteraard!
De benedenverdieping was niet verhuurd, dus wij hadden het benedenterras en het zwembad voor ons alleen. Super!
Prijs/kwaliteit: zeker zijn geld waard.