Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

woensdag 3 juli 2019

Zwitserland en Italië

 

De vakantie

Grüezi mitenand!
Grüessech!

In dit Schweizerdeutsch (Schwyzerdütsch), dat soms moeilijk te verstaan is, werden wij vaak begroet in het mooie Zwitserland. Gegroet samen! Ik groet u!

Ik groet jou, lezer, en ik wil je vertellen over de mooie reis die wij gemaakt hebben. Eens iets totaal anders want normaal trekken wij zuidwaarts in juni: Zuid-Frankrijk, Spanje, Zuid-Italië, Portugal, ... Ik heb vroeger, toen ik nog met mijn ouders op vakantie ging, genoeg bergen gezien voor de rest van mijn leven. Dat zei ik tenminste altijd.

En dan was daar toch plots die goesting om nog eens naar Zwitserland te gaan. En toen vond ik op het wereldwijde web ook nog eens een hele mooie route: de Grand Tour of Switzerland. Die zouden we gaan rijden, en we zouden er drie weken over doen. Alleen bleek al gauw dat dit financieel niet haalbaar was. Hotels zijn pokkeduur, en niet alleen hotels! Daarom hebben we ervoor gekozen om delen van Zwitserland waar we vroeger al geweest waren over te slaan en de meeste nachten in Italië te verblijven. Niet al te ver van de grens zodat we toch Zwitserland konden zien zonder er te moeten logeren. 

De eerste dag (5 juni) zijn we meteen tot in Luzern gereden. Dat ging vrij vlot. Regen tot in Luxemburg en daarna zon en (heel) warm. Aangekomen bij het hotel konden we nog heerlijk op het terras eten bij een temperatuur van 29 graden.

Dat was de volgende dag wel anders. 15 graden wees de thermometer aan en het was grijs maar droog. Goed weer voor een stadswandeling in de voormiddag. Luzern is een aangename stad waar veel te zien is. En het is ook de ideale locatie voor uitstapjes in Centraal Zwitserland.

Kapellbrücke, Luzern

In de namiddag hebben we de auto genomen voor een rondje Vierwaldstättersee: Luzern - Beckenried - Vitznau - Weggis - Küssnacht - Luzern. De zon kwam ook nog piepen toen we aan de voet stonden van de Mont Rigi met zijn besneeuwde toppen. Wat is het Berner Oberland mooi!

Vierwaldstättersee

Vanuit Luzern, waar we vier nachten verbleven, hebben we ook nog uitstappen gemaakt naar de Thunersee en de Brienzerzee. Het was er overal nog erg rustig en Brienz is gezellig en typisch Zwitsers, en zalig om te wandelen aan de meren. Interlaken was ook mooi, en Lauterbrunnen waar we zaten te picknicken op een plekje aan een waterval met vol zicht op de Jungfraujoch.

Picknicken met uitzicht

Op onze laatste dag in Luzern zijn we 's avonds nog eens de stad in geweest. Het was prachtig weer en zo heb ik toch nog zonnige foto's van de Kapellbrücke, het uithangbord van Luzern. Voormiddags zijn we nog naar Schaffhausen gereden voor de Rheinfall. Daar hebben we als echte toeristen een boottochtje geboekt voor een paar rondjes op de Rijn tot vlakbij de denderende waterval. Echt wel de moeite. Maar druk, druk, druk, ...

Rheinfall, Schaffhausen

We hebben ook nog Stein am Rhein bezocht, een middeleeuws stadje met mooi beschilderde huizen. We waren in de buurt want het was maar een klein eindje rijden vanaf de Rheinfall. Echt wel om je ogen uit te kijken. Manlief wou nog naar Burg Hohenklingen stappen maar dat was mij te veel klimwerk. 

Stein am Rhein

We hadden gepland de Vier-passen route te rijden (Grimsel, Gotthard, Nufenen, Susten), maar drie van de vier passen waren nog niet open vanwege sneeuw en risico op lawines. En dat half juni!

O ja, in Zwitserland picknickten we 's middags omdat de prijzen van eten en drinken daar echt over de top zijn. Vijfentwintig Zwitserse francs (22.50 euro) voor een eenvoudige spaghetti, zes francs (5.40 euro) voor een flesje bruiswater van 33 cl. Minimum acht francs (7.20 euro) voor 100 cl lokale wijn. Honderd centiliter ... drie slokken en het is op! We hadden een koeltas bij en in al onze hotels hadden we een koelkastje op de kamer. Picknickvoorzieningen zijn ook prima in Zwitserland. Mooi gelegen in de natuur, heel verzorgd en altijd met een proper sanitair blok. En de Coop in de dorpen heeft lekker vers brood en een keur aan beleg, salades, fruit, ... We zijn niets tekort gekomen!

Vanuit Luzern hadden we een lange rit voor de boeg naar onze tweede verblijfplaats, Bormio. In vogelvlucht misschien 20 km van de Zwitserse grens. Maar met vogelvlucht ben je niks als je met de auto bent. We wilden de route van de Grand Tour volgen en zijn dan via Appenzell, Liechtenstein en de Flüelapas gereden. De Appenzell regio is weer heel anders mooi. Het is er groen met veel koeien in de weiden. En ze hebben er lekkere kaas! In Vaduz is niks te zien buiten een oude ruïne. Maar goed, we zijn eens in Liechtenstein geweest.

Appenzell

Appenzeller Käse

Liechtenstein

Op tien kilometer van onze bestemming, op het hoogste punt van de Umbrail pas, stonden we plots voor een gesloten bareel: het laatste stuk van de Stelviopas waar wij over moesten, was nog niet open. Geen verwittiging voor we aan de pas begonnen, ofwel hebben we die niet gezien. In ieder geval, we moesten twee passen terug - in de plensende regen dan nog - en hebben daar zeker twee uren verloren.

Wegafzetting  boven aan de Passo dello Stelvio

De volgende dag was het geen te beste weer. Het was de bedoeling dat manlief een fiets zou huren om de Stelvio te rijden, maar het was zo koud en er stond zoveel wind, het zou niet verantwoord geweest zijn. We hebben dan maar het stuk Stelvio pas met de auto gereden tot zo ver we konden.

Bormio in de zomer stelt niet veel voor. Zeker niet bij slecht weer. Maar het hotel had een wellness, dus hebben we ons daar enkele uren vermaakt tot het opklaarde en we nog een kilometer of tien gewandeld hebben. En lekker geaperitiefd en gegeten in het stadje, aan prijzen waarvan we in België alleen maar kunnen dromen.

Passo dello Stelvio

Op dinsdag 11 juni vervolgden we onze reis en zijn we voor vijf nachten naar het Gardameer getrokken waar we logeerden in Colombare (Sirmione). Het was er drukkend warm toen we aankwamen en dat is tijdens de hele periode niet veranderd. Zeer onaangenaam weer met zon en veel bewolking.

De reden dat ik nog eens naar het Gardameer wou is puur sentimenteel. Daar hebben manlief en ik onze eerste vakantie samen doorgebracht. Met mijn ouders, ik mee in het gehuurde vakantiehuis en hij in een tentje in de tuin ... zo ging dat in het jaar 1974.

Sirmione

Het Gardameer viel tegen. Niet alleen vanwege de hitte, maar je struikelt er over de toeristen. En vrijwel alle stadjes lijken op elkaar. Had ik dat op voorhand geweten, dan had ik daar twee nachten minder geboekt.

Vanuit Sirmione hebben we een dagtrip gemaakt naar Verona. Een stad die ons heel erg meegevallen is. Veel te zien ook. Ik heb nood aan de combinatie cultuur/natuur tijdens mijn vakantie. En die portie cultuur vonden we onder andere in Verona.

HET balkon, Verona

Tijdens ons verblijf aan het Gardameer kwam er nog een fijne verrassing. Vrienden van ons waren onderweg van Trente naar Padua en zouden zo goed als voorbij het Gardameer komen. Zij een stukje omweg, wij een stukje rijden en samen heerlijk lunchen en bijpraten in Lazise (wat trouwens wel een aangenaam stadje is.

Zondag 16 juni uitgecheckt en naar Cannobio-Traffiume, nog net aan de Italiaanse kant van het Lago Maggiore. Hoewel het zondag was, was het heel druk op de baan en we zijn lang onderweg geweest. Angelo, de eigenaar van onze B&B, stond al op de uitkijk!

Hier wilden we toch wel weer wat actiever zijn. Dus stonden we de volgende morgen al vroeg - vanwege de warmte - aan de Villa Taranto om de tuinen te bezoeken. Machtig mooi en we waren de drukte voor. Na de tuinen hebben we in Baveno de ferry genomen naar de Borromeo eilanden. Op Isola Bella hebben we de barokke Villa Borromeo en de schitterende tuinen bezocht. Zeker de moeite. En op Isola Pescatori hebben we lekker gegeten.

Villa Taranto

Villa Borromeo, Isola Bella

De volgende dag hebben we de Centovalli gereden. Dat is een gebied van - de naam zegt het - 100 valleien en je slingert er duizelingwekkend hoog tussen de pijn- en kastanjebomen. Er wordt aangeraden deze rit met de trein te doen (van Locarno naar Domodossola en terug langs dezelfde weg) omdat de wegen smal zijn en heel erg bochtig. Maar wij rijden graag en wij hebben geen schrik van wat bochten. Omdat wij vanuit Cannobio vertrokken konden we er een loop van maken - langs de Italiaanse kant heen, langs de Zwitserse kant terug - en hebben we er ook nog de Valle Cannobina en de Valle Vigezzo bij gedaan. Misschien wel de mooiste rit van de hele vakantie. Je komt er ook door kleine dorpjes, soms wonen er maar twintig mensen. Daar krijg je nog een lekkere cappuccino voor 1.30 euro.

Dorp Centovalli

Centovalli

Aan het einde van onze rit, in Locarno, zijn we doorgereden naar Bellinzona waar we de Tre Castelli ge-/bezocht hebben. Drie middeleeuwse kastelen, UNESCO werelderfgoed. We hebben ze trouwens alleen aan de buitenkant gezien want in één van de kastelen was er een tentoonstelling die ons niet aansprak, voor het andere kasteel waren we te laat en het derde hebben we door wegenwerken en onduidelijke omleidingen niet gevonden.

Castello di Montebello, Bellinzona

We zijn ook nog naar Andermatt geweest, via de Gotthard pas. Langs de nieuwe pas heen, langs de oude pas terug. Prachtig! In Andermatt zelf was veel nog gesloten. Het is een typische wintersportplaats. Het stadje ligt op 1447 meter, de temperatuur was er dus wel zalig. Zon en zuivere berglucht, ik voel dat direct.

Passo San Gottardo

Dat was ook zo in Saas-Almagell (1672 m hoogte) waar we de volgende drie nachten zouden verblijven. Heerlijke frisse berglucht daar in de hoge Alpen. Als hotelgast in het Saasdal krijg je een Gästekarte waarmee je gratis (*) de gele postbussen en de kabelbanen kan nemen. Daar hebben we natuurlijk gretig gebruik van gemaakt. De gele postbus bracht ons o.a. naar Saas-Fee waarna we door het woud teruggewandeld zijn naar Saas-Almagell.

(*) Gratis ... niks is gratis. De verblijfstaks is hier zeer hoog met 7 euro per persoon per dag, terwijl dat op andere locaties maar tussen de 1,5 en 2 euro pppn was.


Wandeling 

En ook een keer met de bus naar Saas-Grund, dan met de kabelbaan naar Triftalp waar toevallig die dag de koeien naar de alp gebracht werden waar ze de rest van de zomer verblijven. Er wordt daar zo'n klein feestje rond gebouwd voor de bewoners en de schaarse toeristen. Leuk om eens mee te maken.

Triftalp

Nadien verder met de kabelbaan naar Hohsaas op 3140 meter hoogte. Daar hebben we ons na een kleine wandeling (veel te veel klimwerk voor mij) in het bergrestaurant in de zon gezet met een dure cappuccino om te genieten van de 18 besneeuwde vierduizenders rondom ons. In de verte zagen we de zomerskiërs hun ding doen. Het was er overweldigend mooi! 

Hohsaas

Hohsaas panorama

Vanuit de kabelbaan

Daarna afgedaald met de kabelbaan naar Kreuzboden voor een mooie wandeling 'Wellness & Genussweg'. We hoopten gemzen en 'Murmeltiere' te zien maar het is bij wat keutels gebleven.

Dit was een 'leichte' wandeling, maar ik begrijp nu dat 'leicht' niet persé 'vlak' hoeft te betekenen. Het was klimmen en dalen maar wel over goed begaanbare paden. En er was wat afwisseling onderweg onder de vorm van ligbedden, een fit-o-meter, een hangbrug, ... Echt een leuke wandeling. 

Wellness & Genussweg, Kreuzboden

Verder zijn we ook nog naar Grimentz geweest. Grimentz behoort tot de mooiste dopen van Zwitserland met zijn historisch centrum met houten huizen uit de 17de eeuw die nog steeds bewoond worden.

Grimentz

Onze laatste twee nachten zouden we doorbrengen aan het Meer van Genève, maar dat verblijf heb ik geannuleerd. Het was genoeg. We wilden allebei graag naar huis. Het facetimen met onze Kleine Man zal hieraan niet vreemd geweest zijn.

Maandag 24 juni zijn we dan in één trek terug naar huis gereden, een stuk met de Lötschtunnel autotrein naar Kandersteg. Ik vond het maar akelig in die lange donkere tunnel. Van Kandersteg, waar ik ook nog wel een keer naar terug wil, verder naar Basel en dan maar scheuren over de Duitse Autobahn. Heerlijk!

Lötschtunnel

Wat zeker zal bijblijven is dat we tijdens heel deze reis heel veel Baustellen en Stau hebben getrotseerd!


Info voor mezelf:
aantal km gereden: 4.587 km gereden deur tot deur
aantal km gewandeld: 97 km.

Weer:
Van alles wat.
Berner Oberland: een dag bewolkt en de rest volle zon. Heerlijk weer!
Bormio: bewolkt, klein beetje zon.
Gardameer: veel zon met bewolking en heel zwoel. Onaangenaam weer.
Lago Maggiore: veel zon met wat wolken maar toch al aangenamer dan aan het Gardameer.
Wallis: een dag bewolkt en de rest volle zon. Heerlijk weer!

Hotels:
4 nachten: hotel Felmis, Horw-Luzern
2 nachten: hotel Baita dei Pini, Bormio
5 nachten: hotel International, Colombare-Sirmione
5 nachten: B&B Locanda dei Pini, Traffiume-Cannobio
3 nachten: hotel Mattmarkblick, Saas-Almagell


Zoals altijd: hotel reviews op Tripadvisor.

Wandelschoenen aan!

dinsdag 5 juni 2018

Bologna en Ravenna

 

Bologna & Ravenna

Vorige week zijn we eens gaan kijken wat Bologna te bieden heeft. We hebben al grote delen van Italië (+ de eilanden) gezien maar de regio Emilia-Romagna kenden we niet. Deze citytrip was trouwens vorig jaar al geboekt maar die heb ik toen moeten annuleren vanwege een kleine chirurgische ingreep die niet kon wachten.

Ik weet niet of anderen dat ook hebben, maar ik weet eigenlijk vanaf de eerste aanblik of ik een klik heb met een stad/gebied. En met Bologna had ik die niet. Mijn man trouwens ook niet. Ons hart is niet sneller gaan kloppen bij het ontdekken van deze stad. Wij vonden het een stad met weinig karakter, een beetje saai met rechttoe-rechtaan straten en geen oogverblindende monumenten. Behalve de kerken natuurlijk, zoals overal in Italië, bombastisch en weelderig versierd met veel goud en marmer.


Typisch voor Bologna zijn de portici, een reeks van arcaden en zuilen langsheen de gebouwen, verspreid over 40 kilometer doorheen de stad. Praktisch wel deze arcaden: ze beschutten tegen de zon en de hitte (en het wás heet vorige week!) en ook tegen de regen (en het heeft ook alle dagen wel wat geregend). Op sommige arcaden zijn aan de binnenkant nog oude fresco's te zien ... maar dan moet je wel echt heel goed gaan zoeken. De graffiti overal - bekladden om te bekladden - was wel heel vaak in het straatbeeld aanwezig, net zoals talloze bedelaars.


Waar Bologna wel in uitblinkt, dat is zijn rijke keuken. En daar hebben we dan ook ten volle van genoten. Zelden hebben we in Italië zo lekker gegeten dan hier. Zelden ... eigenlijk nergens. Bolognese koks werken veel en graag met producten als boter, room, vlees en kaas en dat zullen we geweten hebben. Heerlijke taglieri (charcuterieschotels) met verschillende hespen, salami's, kazen en échte mortadella (de specialiteit van de stad) als antipasto om de avondmaaltijd starten. Vervolgens als primo rijkgevulde verse pasta met volle romige saus of perfect bereide risotto ; de secondo zacht smaakvol vlees, en dolci om duimen en vingers bij af te likken. Helaas ben ik maar een kleine eter en vier gangen krijg ik nooit op, maar manlief heeft zijn best gedaan én genoten!


Omdat we Bologna eigenlijk al snel gezien hadden zijn we nog een dag met de trein naar Ravenna geweest. Ravenna is bekend om zijn vroegchristelijke en Byzantijnse mozaïeken. In de Basilica di San Vitale, het Mausoleo di Galle Placidia, het Battistero Neoniano en de Basilica di Sant'Apollinare Nuovo hebben we ons vergaapt aan mozaïeken uit de 5de en 6de eeuw. Werkelijk schitterend en ongezien. En helaas ook niet goed op beeld vast te leggen.


We hebben op die vijf dagen zo'n drieënveertig kilometer afgelegd. Te voet wel te verstaan! En dat in drukkend warm bewolkt weer. Mensenlief, wat was het toch benauwd. En als er nu iets is waar ik niet tegen kan ... Gelukkig hebben we de laatste dag toch nog de zon gezien. Heb ik toch nog een paar mooie foto's.

woensdag 28 september 2016

Ciao ...

 

Ciao ...



Hier ben ik weer. De vakantie is voorbij. Het was een beetje een vakantie in mineur ... het weer wou niet echt mee. De eerste week heel veel regen en zware onweders met overspoelde wegen tot gevolg, de tweede week heet en uiterst vochtig (tot 88%) en de laatste halve week haalden we nog met moeite 21 graden. Hele mooie wolkenpartijen gezien ... bijna drie weken aan een stuk. Het had wat minder gemogen.


Maar laat ik beginnen bij het begin. Ik probeer het zo kort mogelijk te houden, maar dat zal een moeilijke opgave zijn want we hebben heel veel gezien.

We hadden een vroege vlucht op donderdag 8 september vanuit Charleroi, zo'n 135 km van huis, en besloten daarom om alvast een dag eerder naar Charleroi te rijden en een park-sleep-fly te boeken bij Van der Valk. Scheelde toch weer anderhalf uur slaap en is niet eens zoveel duurder dan parkeren op de luchthaven. Zo gezegd, zo gedaan. 's Avonds nog genoten van een drankje op het heerlijke terras en 's morgens netjes op tijd door de shuttle afgeleverd op Charleroi Airport. Waarom moeilijk als het ook gemakkelijk kan?! 

Bij aankomst in Bari een uur in de rij gestaan aan het loket van de autoverhuurder. Gelukkig waren we nog redelijk snel weggeraakt bij de bagageband want de rij die achter ons stond was op den duur niet meer te overzien. Slechte service van Sicily by Car! Dan door de gietende regen naar de parking, onze VW Polo opgepikt en de 75 km naar onze eerste masseria in Montalbano gereden. Onderweg was het gelukkig gestopt met regenen zodat we na het inchecken direct op weg konden om een restaurant te zoeken dat nog open was voor de lunch. In dit deel van Italië worden de openingsuren van restaurants nog strikt gerespecteerd. Na 14u moet je je toevlucht nemen tot een snack uit de snackbar, en daarvoor waren we niet naar Italië gekomen. 

 
Tijdens ons verblijf in Montalbano hebben we het volledige centrale deel van Pugia bezocht. We zaten midden in de mooie Valle d'Itria. Vanaf het terras van onze kamer hadden we een prachtig zicht op de onmetelijke olijfboomgaarden en de zee op de achtergrond. Deze vallei is bekend om zijn eeuwenoude olijfbomen met stammen die in de vreemdste vormen zijn gedraaid. De oudste bomen geven de meest kwalitatieve olijven.


Ook onze masseria had zijn eigen olijfbomen en olijfolieproductie, en tijdens de proeverij leerden we dat er bijna net zoveel olijvenvariëteiten zijn dan druivenrassen. Én dat de zuurtegraad de belangrijkste parameter is om een goede olijfolie te herkennen: hoe lager de zuurtegraad, hoe beter. Het was in ieder geval een interessante en lekkere namiddag.

Van hieruit hebben we zowat alle stadjes in Centraal Puglia bezocht. 

Monopoli, bijvoorbeeld, is een mooi havenstadje aan de Adriatische Zee. Vanaf de oude toegangspoort tot het centro storico heb je een mooi zicht op de oude haven. En, zoals elk zichzelf respecterend dorp/stad, heeft Monopoli - naast talloze 'gewonere' kerken - uiteraard een fraai gedecoreerde kathedraal. 


In Monopoli hebben we trouwens onze veertigste huwelijksverjaardag gevierd op 11 september. Daarvoor had ik op voorhand geboekt bij Angelo Sabatelli (1*). Op het menu, na de amuses, het volgende:
Cannoncino di gamberi, battuto di melone, pomodoro, basilico
Cavatelli con frutti di mare e cicoria su crema di fave
Spaghetto al polpo, crema di fagioli al miso
Spigola “al forno”, pomodoro arrosto
Ananas, cioccolato bianco, cassis


Alles was lekker bereid en kraakvers, en Angelo blijft trouw aan de cucina povera van Puglia, dwz eenvoudige producten van de streek en van het seizoen: pasta, (inkt)vis, zeevruchten, bonen, tomaten, ... Het was een heerlijke lunch, met als afsluiter een verrassend extra dessert.

Polignano a Mare was ook zo'n gezellig stadje aan zee, gebouwd op een rots. A propos, Domenico Modugno, de zanger van Volare ..., is hier geboren, en daar zijn ze trots op in Polignano.  Het eerste wat je ziet als je het stadje binnenrijdt is een groot standbeeld van de zanger. Nel blu dipinto di blu, felice di stare lassù, ...


Ook Taranto, een stadje aan de Ionische Zee, heeft voor ons geen geheimen meer. Hier hebben we wat geshopt in het nieuwe gedeelte van de stad. Mooie winkels langs brede lanen. Een enorm contrast met het historisch centrum dat wat deed denken aan de 'mindere' wijken in Napoli ... echt vies en verwaarloosd. Ook dit is Italië: mooi van lelijkheid.


Het witte stadje Ostuni, Martina Franca enz. enz. ... we hebben ze allemaal gezien.


Uiteraard mochten ook Alberobello en Locorotondo niet ontbreken op ons lijstje van 'must sees'. De stadjes van de trulli, dé toeristische trekpleisters van Puglia. Ze waren ook echt heel bijzonder. Ik heb er wel honderd foto's genomen. In het niet-toeristische deel van Alberobello zijn nog veel trulli gewoon bewoond, door mensen die trots zijn op hun cultureel erfgoed. Alberobello staat trouwens sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Verdiend! 

Tussen haakjes, in de namiddag is het zo hard beginnen regenen dat er verschillende wegen helemaal verzakt en weggespoeld waren. Bovendien was de elektriciteit in onze masseria uitgevallen en hebben we tot de volgende morgen in het donker gezeten. Gelukkig hebben onze e-readers een leeslampje. 


Na het centrale deel van Puglia was het de bedoeling om wat zogenaamd mooie stranden in de Salento, het zuidelijkste deel van de hak, te bezoeken. Het weer was echter niet van dien aard dat we veel aan het strand of het zwembad van onze tweede masseria hebben gezeten. En helaas was er in dit deel van Puglia ook niet zo heel veel te zien buiten de barokke stad Lecce en nog wat kleinere stadjes, maar daar kom ik later op terug. Ik heb mijn best gedaan om toch wat mooi weer foto's bij elkaar te sprokkelen.


Lecce dus, een prachtige stad vol monumenten in barok. Lecce wordt ook wel het Firenze van Puglia genoemd. Lichtelijk overdreven, maar het was wel indrukwekkend.


Santa Maria di Leuca is niet echt een bijzondere stad, het is wel de meest zuidelijke stad van de hak, daar waar Adriatische en Ionische Zee samenkomen. Hier kan de wind hevig te keer gaan, maar het was heet, vochtig en windstil. Mooie oude villa's in S.M. di Leuca!


Otranto, een vissersstadje aan de Adriatische Zee. Hier herinner ik mij nog de vissers die met de overschotten van de mosselen aas maakten. Stukje per stukje mossel werd nauwgezet aan een touwtje geregen. Andere vissers waren hun netten aan het herstellen, zoals je zo vaak ziet in vissersdorpen.  Sfeervol vind ik dat. En we hebben er ook zeer lekker gegeten, met zicht op zee!


Op naar Matera, een zijsprong dus want Matera ligt in Basilicata en het was best een eind rijden vanaf Specchia. Het landschap is ook niet bijster interessant, ... olijven, olijven en nog meer olijven en de laatste 50 km wijnstokken, wijnstokken en nog meer wijnstokken. Heerlijke wijnen hebben ze trouwens in Puglia, van druivenrassen die je hier niet zo gemakkelijk kan krijgen. Daarom hebben we er ginder maar extra van geprofiteerd. :-)

Matera was eigenlijk het interessantste deel van onze reis. Hier hebben we twee dagen de voeten van onder ons lijf gelopen, trap op en trap af, verdwalend in het labyrinth van de sassi. In het kleine museum in Sassi Barisano konden we een video bekijken over het ontstaan, het hoe en waarom van de sassi. Reeds in de prehistorie werden de grotten en holen in Matera door de mens gebruikt als schuilplaats. Steeds weer groef men nieuwe holen of maakte men bestaande holen dieper, nieuwe gangen en vertrekken werden toegevoegd. Zo ontstonden er opslagruimtes, stallen, woningen en kerken. Op sommige plaatsen kan je zien dat er tien of zelfs meer woningen boven elkaar gegraven zijn.


Tot in de jaren 50 was Matera een bron van schaamte voor Italië. Een plaats van armoede, malaria en veel kindersterfte ; de stad waar mensen samen met hun veestapel in grotten leefden, balancerend op de rand van het ravijn, zonder elektriciteit, stromend water of riolering. Daglicht was er nauwelijks want er was slechts een deur, of een luik in het plafond waardoor wat licht kon binnenvallen.
Omwille van de zeer ongezonde levensomstandigheden werd toen besloten de sassi te ontruimen en de bewoners te huisvesten in nieuwe huisjes en appartementen net buiten de stad. Begin jaren '60 waren de sassi geheel verlaten en dat bleven ze tot eind jaren '80.


In 1993 werden de sassi op de werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst en sindsdien is het leven er weer teruggekeerd. Net *iets* exclusiever dan destijds, met kunstgaleries, winebars, restaurantjes, en luxe hotelletjes. Ook als filmlocatie was Matera zeer gegeerd. En in 2019 is Matera Culturele Hoofdstad van Europa. Matera was echt heel bijzonder.


Vieste, gelegen in het Parco Nazionale del Gargano, was onze laatste stop. Een totaal ander landschap, meer bergachtig in het binnenland, andere vegetatie (naast druiven en olijven ook citrusvruchten), mooie lange stranden, een andere sfeer ook. Kwam misschien wel omdat het daar wat zonniger was. Vieste had een prachtig centro storico, misschien wel het mooiste dat we gezien hebben. En heel veel uitstekende restaurants waar we verse funghi porcini gegeten hebben, recht uit het bos geplukt. Misschien niet zo heel bijzonder, maar een welkome afwisseling na alle frutti di mare en fritti misti.


Omdat we een late terugvlucht hadden, konden we nog een paar uren rustig genieten van Trani, een aangenaam stadje aan de Ionische Zee. Ook toen was het mooie weer van de partij.


Eindoordeel: ik kan heel moeilijk een oordeel geven over Puglia. We hebben veel moois gezien, maar het weer was heel dikwijls een spelbreker. Ik had ook niet gedacht dat het zo'n toeristische bestemming zou zijn . Hele busladingen, opvarenden van cruiseschepen vooral, in Alberobello en Matera. Dat had ik niet verwacht.Gelukkig waren de andere stadjes een stuk rustiger.



Nog meer foto's? Kijk op onze flickr fotopagina.

En nog wat voor mijn archieven.  

Route:
Charleroi - Bari (Ryanair)
5 nachten Montalbano de Fasano
6 nachten Specchia
2 nachten Matera
3 nachten Vieste
Wagen (VW Polo) gehuurd bij Sicily By Car via AutoEurope. Slechte service, redelijke prijs.
Aantal gereden kilometers: 2.090 km ... zeer veel voor zo'n klein gebied, maar dat kwam door het slechte weer.


Het weer: daar kan ik kort over zijn: onaangenaam (nat/heet&vochtig). En aangezien bij ons een vakantie staat en valt met het weer, hebben wij brute pech gehad.

Logies:
Montalbano di Fasano, Masseria Spetterrata
Ligging: afgelegen, te midden van 40 hectare aan eeuwenoude olijfboomgaarden - zeer rustig!
Kamer: zeer ruim, met een kingsize 4-posterbed, airco, WiFi, met groot terras met ligstoelen en uitzicht op de Valle d'Itria
Badkamer: ruim met grote inloopdouche
Faciliteiten:  
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, ...), fruit, granen, en lekker verse cappuccino
-Restaurant waar we twee keer lekker en overvloedig gegeten hebben. De ligging van het restaurant was +/- 300 meter verder naar beneden langs een nogal rotsachtig steil en onverlicht pad. Doenbaar voor het ontbijt bij droog weer (dus niet toen wij er waren), maar niet voor het diner want om 19u is het pikdonker. Jammer dat je dan speciaal je auto moet nemen (700 meter met de auto).
-Infinity zwembad met ligstoelen, een niveau lager gelegen met prachtig uitzicht over de vallei
-Grote privé parking.
Algemene indruk: goede masseria met 10 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé terras, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Persoonlijke service. Zwakke WiFi. 
Prijs: OK. 

Specchia, I Mulicchi
Ligging: in een groot domein met oude olijfgaarden in het hart van de Salento, op 15 min. rijden van zowel de Ionische Zee als de Adriatische Zee - zeer rustig!
Kamer: de kamers waren verdeeld over het terrein in kleine gebouwtjes van telkens twee kamers, het deed een beetje bunkerachtig aan met de ijzeren deur en de kleine raampjes. Kamer was wat spartaans ingericht maar was zeer ruim, met een kingsize bed, airco, WiFi, groot privé terras/tuintje met ligstoelen en een hangmat, een tafeltje en twee stoelen. Door het slechte weer was onze kamer zeer vochtig, zowel onze kleren als het beddengoed, de handdoeken. Na dag drie hadden we eindelijk door dat we de airco op de ontvochtigingsstand konden zetten waardoor dit probleem min of meer opgelost was.
Badkamer: zeer ruim, met grote douche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, ...), fruit, en lekker verse cappuccino. Ontbijt werd slechts mondjesmaat bijgevuld.
-Zwembad in de tuin met ligstoelen
-Grote privé parking.
Algemene indruk: iets minder dan de vorige masseria, 13 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé tuintje, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal.
Prijs: te duur. 

Ligging: een 16de eeuws pand gelegen in de Sassi Caveoso di Matera (UNESCO werelderfgoed). Het 'hotel' bestaat uit verschillende rotswoningen die allemaal zijn omgevormd tot luxekamers.
Kamer: ruime kamer uitgehouwen in de rots, zeer smaakvol ingericht - de eigenaresse was een vrouw en dat merk je aan allerlei kleine details - met een kingsize bed, airco, WiFi. Alle kamers zijn verschillend van grootte/ligging, maar de onze had ook een klein terras met een tafeltje en 2 stoelen.
Badkamer: ruim, met inloopdouche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, ...), fruit, en lekker verse cappuccino.

Algemene indruk: luxe verblijf in het hart van de Sassi, zeer bijzonder! In totaal 6 rotskamers, naast en boven elkaar gelegen, allemaal met eigen ingang. Iedere kamer had een minibar, koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal. Geen parking, maar parkeren kan in een bewaakte parkeergarage op 7 min. lopen (sleutel moet je afgeven) en je kan ervoor kiezen om je bagage naar/van het hotel te laten brengen want het zijn nogal wat trappen ...
Prijs: duur, maar zijn geld meer dan waard.

Ligging: aan het strand in San Lorenzo, 2 minuten rijden van Vieste.
Kamer: ruime, beetje ouderwets aandoende kamer met kingsize bed, airco, WiFi, en giga terras met dubbel ligbed en grote hangmat. Zicht op zee.
Badkamer: grote badkamer met kleine douchecabine (dat snapte ik niet goed want er was zoveel plaats om een ruimere douche te plaatsen).
Faciliteiten:
-Uitgebreid ontbijtbuffet, dwz het standaard Italiaanse zoals hierboven maar dan uitgebreid met eitjes, appelsienen om zelf te persen, een volledige prosciutto crudo waar je zelf mocht van snijden, enz. en ook hier weer zeer lekkere verse cappuccino.
-Zwembad in de tuin met veel ligbedden.
-Tennisterrein.
-Eigen privé parking.
Algemene indruk: het roze gekleurde castellino maakte een wat frivole/kinky eerste indruk. Het was ook een rare constructie met in totaal 14 kamers. Alles was zeer netjes en goed verzorgd, en de receptie was 24/7 bemand. Ook hier weer minibar, koffie/theefaciliteiten op de kamer en prima WiFi, maar ook een gezellig groot terras met zicht op zee. Een extra pro: in de kamerprijs zijn twee ligbedden en een parasol bij Lido Marilupe inbegrepen. Het lido bevindt zich schuin tegenover het hotel.
Prijs: zeer goed.