vrijdag 19 november 2010

Valencia



Valencia

Zondagavond toen we uit het vliegtuig stapten was het in Valencia nog 23 graden en wolkenloos. Bijna niet te geloven als je twee uren en tien minuten eerder in Brussel op de tarmac het troosteloze grijze weer aanschouwde. Wij dus snel de metro in, en ingecheckt in het vooraf geboekte boutique hotel Ad Hoc Monumental.
Bij navraag aan de receptionist waar we eens lekker konden eten wist deze ons alleen te vertellen dat er op zondag heel veel restaurants gesloten zijn en dat de meeste restaurants maar om 21u open gaan. Nu weten we natuurlijk al heel lang dat er in het zuiden laat gegeten wordt, maar negen uur vind ik persoonlijk toch wat overdreven. Mijn maag kan dat niet meer aan ... dan kan ik slapen wel helemaal vergeten.

Wij op goed geluk naar de Plaça de la Reina, zowat het meest toeristische plein in de ciutat vella, daar zouden we allicht wel een tapasbar of zo vinden.

Het werd een wijnbar waar we ons te goed hebben gedaan aan overheerlijke jamón ibérico gevolgd door paella valenciana (kip, konijn en groenten) voor mij en paella mariscos (zeevruchten en groenten) voor manlief.  En een fles lekkere rode wijn. Nadien hebben we nog tot na elven op een terras gezeten, en dit op 14 november!

Toen ik op dag twee de gordijnen opentrok zag ik een staalblauwe hemel en de zon scheen vrolijk onze kamer binnen.

Na het lekkere ontbijt togen we de oude stad in voor een uitgebreide verkenning. De oude stad is mooi, maar kleiner dan ik had verwacht. Prachtige grote appartementsgebouwen, wit geschilderd en met smeedijzeren balkonnetjes, en heel veel kerken natuurlijk, we zijn tenslotte in Spanje.



Helaas stonden er veel gebouwen in de steigers, en even buiten het historische centrum was er ook nogal wat leegstand. 's Middags pinxtos gegeten bij Sagardi, een hippe en trendy en heel druk bezochte pinxtosbar. Alle pinxtos kosten 1,80 euro. Koude hapjes staan op de toog (onder een stolp uiteraard) en met de warme hapjes komen ze rond. Je bedient jezelf, en om af te rekenen worden gewoon de prikkertjes op je bord geteld.
In de namiddag alweer lang op een terras in de zon gezeten, het leek wel zomer.

's Avonds kwamen we toevallig voorbij Restaurant Ness. Het was het enige restaurant in de omgeving dat al om 8u open was.Het zag er gelikt uit en de kaart beviel ons ook wel. Niet de typische toeristenkost en ook niet de typisch spartaanse Spaanse inrichting. Eerder integendeel: het restaurant was luxueus ingericht, volledig in het wit met hier en daar een zwart accent.

De gastvrouw sprak vlekkeloos Engels, maar waardeerde ook wel mijn pogingen om de conversatie in het Spaans te voeren. Na de uitgebreide maaltijd hebben we nog een rondje oude stad gelopen en wat gedronken. Daarop volgde een lange en slapeloze nacht. De combinatie veel wijn, uitgebreid én laat eten werkt dus absoluut niet voor mij.

Dag drie begon (en eindigde) even blauw en zonnig als dag twee. We hadden fietsen gehuurd die om tien uur bij het hotel werden afgeleverd. Fietsen door Valencia is een aparte belevenis.

Rondom de oude stad loopt een brede ringweg met vier rijvakken maar aan de fietser is er helaas niet gedacht. Het was dus hier en daar wat slalommen tussen het andere verkeer. Maar ook dat went, en eens we in de Jardí del Turia waren was het heerlijk fietsen.

Ons doel van vandaag waren de bouwwerken van de Valenciaanse architect Santiago Calatrava en het strand.

Met open mond hebben we staan kijken in de Ciutat de les Arts i les Ciències. Wat een contrast met de art nouveau, gotiek, enz. in de oude stad. Prachtig en overweldigend.

Nadien ging het langs een brede  boulevard, mét fietspad, richting haven en strand. Valencia heeft een lang en breed goudgeel strand omzoomd door een niet eens zo lelijke strandboulevard. Spijtig dat we geen badgerief bij hadden.

We hadden ons graag een paar uurtjes op het strand neergevleid want het was er echt weer voor. In plaats daarvan hebben we dan maar uitgebreid geluncht bij La Alegria de la Huerta aan het strand en nog lang na-geterrast.

Dag vier zag er grijzig uit en toen we na het ontbijt naar buiten stapten regende het. Niet zo tof, maar we gingen daar toch niet voor binnen blijven! Regenachtig weer is uitstekend om te shoppen: de overdekte Mercat Central met - naar het schijnt, ik heb ze niet geteld - 900 kramen, de luxe warenhuizen El Corte Inglés en de talloze boetieks konden ons wel bezighouden tot het ophield met regenen.

In de namiddag hebben we dan wat rondgewandeld in de Jardins del Real. Eigenlijk is Valencia best wel een groene stad, en ik kan me zo voorstellen dat het in de lente en de zomer een zeer kleurige en fleurige bedoening is.
Die avond hebben we trouwens gegeten in een hele gezellige tapasbar. Tapas ... je kan er niet omheen in Valencia.

Donderdagmorgen - blauwe hemel en zon - moesten we helaas al om 11u vertrekken richting luchthaven. Na het ontbijt had ik nog net even de tijd om mijn eerder begonnen blogje over onze Mop verder van me af te schrijven. 

donderdag 1 juli 2010

Algarve

 

Terug

En hier ben ik alweer terug. De Algarve is ons prima bevallen. Ik had eigenlijk geen idee wat ik er van kon verwachten. Veel Engelsen, dat wel en we hebben ook best veel Engels gehoord maar niet aan de kant waar wij zaten. Dat was in Cabanas de Tavira, een klein badplaatsje vlakbij het nog authentieke stadje Tavira. Daar hoorden we overwegend Portugees en Spaans. De Spaanse grens op 24 km afstand zal daar niet vreemd aan geweest zijn.

In Cabanas was er niet zoveel te beleven. Er waren wat kleine restaurantjes in de oude straatjes en wat meer toeristisch georiënteerde restaurants aan de 'boulevard', maar verder was het een heel rustig plaatsje. Wij reden dan ook meestal 's avonds naar Tavira, een heel gezellig stadje op 4 km van Cabanas, met een keur aan restaurantjes. En tijdens onze uitstapjes aten we ter plekke, daar waar we toevallig waren. Overal hebben we lekker gegeten voor echt heel weinig geld. Vis natuurlijk, heel veel vis op het menu. Dorade, espada, stokvis, sardienen, schaal- en schelpdieren, ... maar ook nogal wat lam en geit en veel gemengde schotels vlees/schaaldieren. Ook veel lekkere wijntjes gedronken, wit en rood, en natuurlijk de bekende vinho verde die ik persoonlijk heel erg lekker vond.

Het was eigenlijk de bedoeling om het uit eten te gaan een beetje te beperken en zelf te kokkerellen maar met de lage Portugese prijzen is het er niet echt van gekomen. Eén keer heb ik pasta gemaakt want dat is daar in de restaurants moeilijk te krijgen. Portugezen zijn nogal aardappeleters, zowel de gewone als de zoete variant. En rijst staat er ook altijd op het menu. Maar wij hadden zin in pasta en kochten op de markt in Loulé een mooi stuk vis en wat verse groenten en aten daar wat lekkere pasta bij.

De Algarve is qua natuur zeer gevarieerd. Je hebt natuurlijk de overbekende stranden, maar ook het binnenland is fascinerend mooi. De Serra do Caldeirão bijvoorbeeld waar het krioelt van de kurkeiken, waar je eindeloos kan rijden en je afvragen waarom er daar in 's hemelsnaam een weg getrokken is ... tot je dan hoog op een berg twee huisjes tegenkomt. En een kerkje natuurlijk.

Qua stranden heb je aan de oostkust prachtige lange stranden van fijn wit zand omzoomd door duingebied. De stranden tussen Quinta do Lago en de Spaanse grens liggen trouwens allemaal in beschermd natuurgebied: het Parque Natural da Ria Formosa. In feite zijn het allemaal langgerekte eilandjes (zandbanken) die in een lagune liggen en je moet er dus heen met een bootje, met een treintje of over een brug. Je kan er eindeloos wandelen en het was er overal nog super rustig. Ten westen van Faro is de kust dan weer veel ruiger met goudgele stranden met grillige rotsformaties in Praia da Rocha en Ponta de Piedade, om maar een paar voorbeelden te noemen. Indrukwekkend mooi. Nog verder naar het westen, richting Sagres heb je dan weer terug wat kleinere baaien met fijn wit zand, zoals Salema. Maar er zijn ook oerlelijke stranden en badplaatsen. Het Praia dos Pescadores in Albufeira spant vast de kroon. Mensenlief, daar zou ik nog niet gratis willen logeren. De hoge appartementenblokken liggen bijna tot op het strand en het lawaai dat er uit alle bars naar buiten knalt is gewoon niet te harden.

Ik zou de prachtige bloemen nog vergeten! Lanen vol met jacaranda's, bougainvilleas die weelderig over een muur hangen, oleanders die zomaar in het wild langs de kant van de weg groeien, strelitzia's, hibiscus, bloeiende cactussen, ... echt te veel om op te noemen en veel meer dan we er in Madeira hebben gezien. Echt genieten was dit.

Foto's op Facebook!

dinsdag 6 april 2010

De vloek van de farao

 

De vloek van de farao

Net terug van onze tiende (zo ongeveer toch) vakantie in Egypte. Ik die altijd roep "ik ben nog nooit ziek geweest in Egypte", wat ook de waarheid is, heb deze keer ook prijs gehad. De vloek van de farao is voor het eerst op mij neergedaald. Ik had er zelfs al een beetje rekening mee gehouden dat het deze keer wel eens zou kunnen gebeuren. Hier het verhaal.
Begin februari begin ik uit te kijken naar een last minute in Egypte. Er is een schitterend aanbod op een nieuw hotel, pas 2 maanden open, van een gekende Belgische keten die vooral geroemd wordt om zijn lekkere keuken. OK, die hotelketen is maar vier sterren waar we er normaal toch wel vijf willen hebben in Egypte, maar op Vakantiereiswijzer en Zoover krijgt het nieuwe hotel goede kritieken, en de introductieprijs ligt op ongeveer de helft van wat we normaal betalen ... In mijn achterhoofd zat alweer een extra reisje naar de zon begin december.
Voor alle zekerheid toch maar even een mailtje gestuurd naar het hoofdkantoor van Three Corners met de vraag of het hotel al volledig operationeel was. Het antwoord was positief, dus wij waren er helemaal gerust in.
Drie dagen voor vertrek kijk ik voor de aardigheid nog eens op Vakantiereiswijzer en lees ik dat er heel veel zieke gasten zijn in het hotel. Toen al vreesde ik dat wij er deze keer wel eens bij zouden kunnen zijn, want dit leek me geen geval van niet oppassen met eten of veel te lang in de hete zon hebben liggen bakken. Maar goed, there is no way back dus we wagen het erop.
Daar aangekomen horen we van de andere gasten dat het eigenlijk veel ernstiger is dan we aanvankelijk dachten. Op een gegeven moment zouden er zo'n vijftig zieken geweest zijn (maag- darmproblemen), waarvan er verschillende aan het infuus lagen. Oorzaak onbekend, maar het lag zeker niet aan het eten wist de directeur (die ik hierover had aangesproken) mij te vertellen. Hij kan natuurlijk veel zeggen. Wat doet een mens dan? Die let extra op wat hij/zij eet, gaat niet vanaf dag één voluit in de hete zon liggen, drinkt geen te koude drankjes, eet geen ijsjes, enz. Kortom, de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen die ons altijd al hebben geholpen. Maar het heeft allemaal niet mogen baten want op dag vier pendelde ik tussen vier uur 's nachts en drie uur 's middags van mijn bed naar het toilet. Ik kon op den duur van slapte bijna mijn bed niet meer uit. Diezelfde directeur heeft me hoogstpersoonlijk een doosje medicijnen (Antinal, ik vergeet het nooit meer) bezorgd en de volgende dag was ik, dankzij een dieet van rijst, vetvrije groentesoep, toast, een hardgekookt ei en bananen, alweer een stuk beter.Maar de farao vond blijkbaar dat hij me nog niet genoeg had gestraft want zaterdag begon het opnieuw. Gelukkig in minder erge mate, maar rijst hoef ik voorlopig toch even niet meer.
Zeer vreemd is wel dat manlief, die aan een eerdere Salmonella-besmetting - opgedaan in een spiksplinternieuw hotel in Spanje 22 jaar geleden - overgevoelige darmen heeft overgehouden, niet ziek is geweest. Gelukkig voor hem natuurlijk.
Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen zegt het spreekwoord. Ik heb nu ook mijn lesje wel geleerd. Nooit nog een nieuw hotel, en nooit nog minder dan vijf sterren in Egypte. Want we blijven wel gewoon naar Egypte reizen. We beschouwen dit als een eenmalige gebeurtenis.

zondag 15 juli 2007

Rousillon en Frans-Baskenland

Ik was zo verstandig geweest om de laatste dagen voor vertrek niet meer te gaan werken. Het hele inpakken en wegwezen gebeurt dan toch een stuk meer 'op het gemak'. Zelfs mijn vrees dat we niet alles in de koffer van mijn auto zouden krijgen bleek helemaal ongegrond.

Zo togen we dus richting Frankrijk op 13 juni. Chambre d'hôte voor onderweg, hotel voor de eerste etappe, appartement voor de laatste etappe ... alles was netjes op voorhand geboekt. Ik hou wel van wat zekerheid op dat vlak.

Onze eerste stop was in de Auvergne waar ik een overnachting geboekt had in het Domaine de Ternant, een groot landgoed (chambre d'hôte) midden in het natuurpark 'Volcans d'Auvergne'. Het regende lichtjes toen we daar aankwamen en het hele gebied leek mij erg donker en somber. Brrr. 's Avonds een regionaal menu gegeten in de Auberge des Muletiers. Ik herinner me mijn brandade de morue (een aardappelpuree waarin stukjes rauwe kabeljauw verwerkt zijn en dat even de oven in gaat) en de pieds de cochon (quoi? des pieds de cochon?? Ah oui, c'est une délicatesse! C'est une substance plus ou moins gélatineuse ...) die mijn man kreeg voorgeschoteld. Hij vond het nog lekker ook bovendien! Ik vond eigenlijk alleen de kaasjes en het brood lekker.

De volgende morgen goot het en zag je geen hand voor ogen van de mist. Ondanks het feit dat een vriendin van me ons de prachtige weerspreuk "Rond den elven komt het weder tot z'n zelven, maar om half tien kan je er nog niets van zien" had meegegeven, hebben we daarop niet gewacht en zijn we eerder dan gepland richting zuiden vertrokken.

Wij in full speed naar het zuiden dus, naar het warme weer. Dachten we, maar aangekomen in Argelès-sur-Mer viel dat behoorlijk tegen. De zon scheen wel een beetje maar het waaide hard en de wind was fris.

We settelden ons in het vooraf geboekte hotel Le Cottage - een prima adresje trouwens van de keten Relais du Silence, en trokken op verkenning. Het haventje was op zich wel gezellig maar om daar aan het water wat te eten was het te koud. Zo kwamen we terecht bij L'Amadeüs, een gastronomisch restaurant waar we zeer fijn gegeten hebben voor een zeer schappelijke prijs.

Tijdens onze vijf dagen in de Roussillon is het weer gestadig zonniger en warmer geworden en hebben we prachtige uitstappen gemaakt naar nabij gelegen stadjes zoals Collioure en Banyuls, maar ook in de Pyrénées Orientales. Een schitterend gebied. We vonden het allebei heerlijk om met het dak neergeklapt aan een gezapig tempo over de smalle en bochtige weggetjes te cruisen. Pure ontspanning!

Onderweg, zo ongeveer in the middle of nowhere, tijdens een ritje in het Pays des Cathars, in het onooglijke plaatsje Maury hebben we zeer toevallig nog een prachtig restaurant ontdekt, het 
Maison du Terroir van Pascal Borrell, een naam om te onthouden. Bij kenners van *-restaurants wellicht een bekende naam, voor mij totaal nieuw maar een ware ontdekking.

De dag dat we uit de Roussillon vertrokken naar Frans Baskenland - dwars door Zuid-Frankrijk de Pyreneeën over dus - was het snikheet! Dat beloofde voor het laatste deel van onze vakantie ...

Na check-in in ons appartement in de Résidence du Golf in Saint-Jean-de-Luz togen we op verkenning. Ons viel de vreemde bouwstijl op. 'Vreemd' in die zin dat het plaatje niet klopte: vakwerkhuizen met donker gekleurde houten balkonnen, inclusief geraniums en massa's hortensia's in de tuinen. Het leek wel of we in een of andere bergstreek waren aanbeland. Geen bougainvillea's hier, geen oleanders, zelfs niet één armzalig palmboompje ... Enfin, niet getreurd. De stranden waren prachtig breed met goudgeel fijn zand, en een enorm goede surf voor de liefhebbers. Het was er alleen wel broeierig heet, 36 graden gaf de buitentemperatuurmeter in de auto aan. 90 percent vochtig wist de hygrometer op een pleintje ons te vertellen.
Het mondaine Biarritz hebben we bezocht (my cup of tea), de bakermat van de 
espadrilles. Natuurlijk heb ik ook een paar gekocht, de échte, met een lint rond de enkel, in koraalrood.

Na dag 2 veranderde het weer. 's Morgens was het nog half zonnig, maar tegen de middag kwamen de wolken opzetten en 's avonds regende het vaak. Nog een paar dagen later zou het niet meer ophouden met regenen en bedroeg de dagtemperatuur nog 14 graden.

Een halve dag hebben we op het strand gezeten en voor de rest van de tijd hebben we veel sightseeing gedaan in de buurt en wat verder weg: o.m. Hondaribbia, een vissersdorp net over de Spaanse grens, met het houten treintje naar La Rhune (in de bergen en koud dat het was!), naar de Col d'Aubisque in de Hautes Pyrénées (prachtig!), naar Bayonne (jambon de Bayonne gegeten natuurlijk) in de regen en naar Donostia (San Sebastián) in de regen op txikiteo (pinxtos hopping).
Toen hadden we het helemaal gehad met de regen en de kou en zijn we voortijdig naar huis terug afgereisd.

Mijn speciale dank gaat uit naar Claire, de text-to-speech stem van onze GPS, die ons feilloos doorheen het hele parcours heeft geleid. 'Zij' is Nederlandse en haar Frans is voor verbetering vatbaar, maar ook dat went. Zo hadden we in het begin niet meteen door wat ze bedoelde met "500 meter doorrijden op de départementale c'est ça". Later begrepen we dat ze de départementale 16A (seize A) bedoelde.

Tja, terug van weggeweest, vier dagen eerder dan voorzien. We hadden al dagen door de regen en de kou gelopen in Frans en Spaans Baskenland en hadden er helemaal genoeg van. Inpakken en wegwezen dus! Ooit schrijf ik nog wel eens een reisverslagje. Nu ligt de regen en de minder mooie herinneringen nog te vers in het geheugen. Over een paar dagen komen vast de mooie herinneringen weer boven. Zoals het lekkere eten in de Roussillon, en de prachtige ritten door de Pyreneeën met de wind in de haren.

Al is het drukste plein in het hart van Donostia (San Sebastián), de Plaza de la Constitución, in de regen ook wel een apart plaatje (zie foto)!