dinsdag 12 februari 2019

Costa Rica

Costa Rica stond al een hele tijd op onze bucket list. Schitterende natuur, dat spreekt ons wel aan. Toch waren er wel een aantal zaken die vooral mij tegenhielden:

  1. de lange vlucht (minimaal 16 uren - toen nog met tussenstop in Panama of in de VS)
  2. het tijdsverschil van 7 uren
  3. de hitte en de hoge luchtvochtigheid.
Daarom heeft het nog tot in 2019 geduurd voor ik de stap durfde te wagen. De lange vlucht was inmiddels teruggebracht tot 11 uren en 45 minuten (KLM vliegt in de winter rechtstreeks naar San José). Toch al beter behapbaar. En de hitte, die had ik deze zomer in ons eigen kikkerlandje ook getrotseerd.

 
Dit was wel een reis buiten onze comfortzone, om het met een actueel woord te uit te drukken. Het werd een groepsreis waarbij ik de regie helemaal uit handen moest geven. Moeilijk, maar gezien de medische problemen van echtgenoot van het afgelopen jaar kon het nu even niet anders. Na afloop kan ik alleen maar concluderen dat het ons 100% is meegevallen. Wij kijken terug op een mooie, boeiende maar ook wel erg vermoeiende reis.

11 januari ... Na een vlucht van maar liefst 9.389 kilometer komen we om 19u15 plaatselijke tijd aan in San José waar onze reisleider Bertus ons al staat op te wachten. Korte tijd later, als onze reisgenoten ons vervoegd hebben, brengt chauffeur Jorge - hij is onze vaste chauffeur tijdens de hele reis - ons naar hotel Balmoral in San José waar we een nacht kunnen bekomen van de lange reis. Verder zien we van San José niets, maar het zou ook niet echt een interessante stad zijn.

De volgende morgen worden we, na een ontbijt met o.m. het typisch Costaricaans gerecht gallo pinto (rijst met bonen), al om 7u30 terug bij de bus verwacht voor de 130 km lange rit naar La Fortuna (provincie Alajuela). In België/Nederland een uurtje ... in Costa Rica drie lange uren. Maar de weg die we rijden is prachtig. Hij voert dwars door het Parque Nacional Braulio Carillo, door de bergen en nevelwouden van de centrale vulkanische vallei. Onze eerste ervaring met een nevelwoud en onze eerste (en vrijwel enige) tropische regenbui. Kort maar krachtig.


Onderweg bezoeken we in de buurt van Sarapiquí de bananen- en ananasplantage op de Finca Sura van de familie Gómez. Buiten ananas en bananen worden er ook op kleine schaal andere vruchten geteeld (o.a. guanabana, lekker!), en diverse kruiden zoals kaneel, kruidnagel, peper en kurkuma. Het is geen grote plantage en Rodolfo exporteert niet. Alles is voor de locale handel en voor eigen gebruik. We krijgen een uitgebreide rondleiding en proeverij, spotten onderweg vlinders, leguanen en gifkikkertjes. Het lijfje van deze 'blue jeans' kikkers is ongeveer anderhalve centimeter lang maar ze zijn dodelijk als hun gif in je bloedbaan terecht komt. 's Middags genieten we er van een lunch met zelf gevangen tilapia en verse groenten en fruit uit Rodolfo's eigen tuin. Nooit meer ergens zo'n lekker sappige ananas gegeten.


Tegen half vijf komen we aan in La Fortuna en installeren we ons in een gezellige cabaña in hotel Arenal Montechiari met prachtig zicht op de Arenal vulkaan ... bedekt door een dik pak wolken. We verkennen het mooie domein en gaan op tijd naar bed want de volgende morgen staat er weer een lange rit op het programma: we gaan varen op de Rio Frio in Caño Negro, tot aan de grens met Nicaragua. Na de twee uur durende busrit naar Los Chiles genieten we van een mooie rustige vaartocht waarbij we veel kaaimannen en veel vogels zien, maar ook schildpadden, leguanen en luiaards. Als we terug bij het hotel komen zit de top van de Arenal nog altijd in de wolken.


Maandagmorgen opnieuw om 7u30 op post en onze laatste kans om de Arenal in al zijn glorie te bewonderen want vandaag rijden we verder naar Rincón de la Vieja (provincie Guanacaste). En we hebben geluk, want net voor we onze cabaña afsluiten verdwijnt de laatste sliert wolk.


Onderweg doen we een twee uur durende hangbruggenwandeling in het Mistico park. We hebben er weinig dieren gezien ; het was er vooral heel groen en er vielen af en toe wat verdwaalde druppels. We zitten hier natuurlijk nog altijd aan de Atlantische zijde van de Cordillera Central waar het het gehele jaar door regent. Eens we de cordillera over zijn, schijnt de zon en is het broeierig heet.


Nadat we onze intrek hebben genomen in onze cabaña in de Buena Vista Lodge haasten we ons naar de mirador met uitzicht op de vallei en de Pacific Ocean in de verte om te genieten van een lekkere cocktail en van de zonsondergang.


We hebben de hele dinsdag vrij om te genieten van alles wat het grote domein te bieden heeft. Een aantal medereizigers gaat paardrijden, nog anderen doen een 10 km wandeling naar de watervallen en samen met een reisgenote verken ik het domein. We zitten wat aan het zwembad, gaan koffie proeven in de koffiebranderij en nemen vooral heel veel foto's!


's Avonds, na sluitingstijd, zijn exclusief voor onze groep de hot springs en de spa geopend. We smeren ons in met vulkanische modder, spoelen ons af onder een koude douche en gaan dan de thermale baden in. De thermische warmwaterbronnen ontspringen uit de diepte van de vulkaan Rincón de la Vieja. Het water is kristalhelder en de verschillende baden hebben ook verschillende temperaturen. Het is heerlijk genieten hier in het hart van het weelderige tropische woud. Na een deugddoende massage door Doña Rosa sluiten we de dag af met een barbecue.


Woensdag mogen we uitslapen en vertrekken we pas om 8u30 naar onze volgende bestemming: Sámara (provincie Guanacaste) aan de Pacific Ocean. Maar eerst doen we nog een flinke wandeling in het Parque Nacional Rincón de la Vieja. Droog savannewoud deze keer, met totaal andere bewoners: slingerapen, dikke vette padden, veel vlinders, bladmieren, spinnen, slangen, langneusvleermuisjes, toucans en andere vogels, bijzondere bomen zoals de wurgvijg en de pochote, geisers en modderpoelen. En vooral veel muggen en bloedzuigertjes!


Kort na de middag checken we in in het wel zeer eenvoudig hotelletje Sámara Beach. Maar het is uitstekend gelegen in het kleine sfeervolle dorp, op 2 minuten wandelen van het witte strand. Sámara heeft een geweldig leuke tropische vibe. Op het strand vind je een reeks barretjes en restaurantjes en als je een drankje bestelt kan je de hele dag gratis gebruik maken van een ligbed of een hangmat. Dat is dan ook wat wij de volgende dag gedaan hebben. Maar we hadden 's morgens om 7u - nog voor het ontbijt - al een strandwandeling gemaakt want overdag was het echt bloedheet. En de twee avonden in Sámara dineren manlief en ik - tête-à-tête - letterlijk met de voeten in het zand.

Stel je trouwens niet te veel voor van de Costaricaanse keuken. Die beperkt zich tot arroz con pollo / arroz con pescado (rijst met kip of vis) en bakbanaan en/of bonen. Bonen komen in elke maaltijd terug. Maar natuurlijk zijn er - dankzij het toerisme - ook Italiaanse en Aziatische restaurants waar je heel lekker kan eten. Arroz con pollo is trouwens ook niet slecht, maar na een tijdje wel eentonig.


Vrijdag na het ontbijt rijden we via Nicoya, waar we tijdens een koffiestop rode en blauwe ara's zien, naar Palo Verde (provincie Guanacaste) waar we twee nachten zullen verblijven in de Hacienda La Pacifica. Opnieuw een mooi domein waar we weer andere dieren tegenkomen: wilde reetjes, agouti's en vooral heel veel brulapen die ons halve nachten hebben wakker gehouden. Ze maken een geluid dat onmogelijk te beschrijven is, maar zelfs de beste oorstoppen houden het niet tegen.


Zaterdag, onderweg voor onze boottocht op de Bebedero, passeren we tussen de verschillende kleine dorpen met kleurrijke huisjes kilometerslange rijst- en suikerrietvelden. Tijdens de boottocht zien we veel leguanen, jezus christus hagedissen en krokodillen. En eens we in de mangroven varen heel veel verschillende water- en andere vogels.


De volgende dag rijden we naar Manuel Antonio (provincie Puntarenas). We gebruiken de Pan-American Highway, een tweebaansweg, tegen een maximum snelheid van 80 km per uur. Het is een lange rit en het gaat voor geen meter vooruit. We stoppen nog aan de Tarcoles rivier waar talloze krokodillen op de oevers liggen te slapen. De combinatie lange dagen, slecht slapen, hitte en hoge luchtvochtigheid begint me stilaan op te breken.


We verblijven twee nachten in hotel Tabulia Tree. Onze 'villa' ligt vrij hoog op het domein en het is er heter dan heet. Gelukkig rijdt er een mannetje met een golfkarretje over het terrein om ons steeds naar onze kamer te brengen. Maar eerst gaan we nog een wandeling maken in het Parque Nacional Manuel Antonio. Er gaat een gids met ons mee met een telescoop verrekijker. Fantastisch hoe je dan de kleinste details van de dieren kan zien. Veel luiaards in het park, roze lepelaars, roofvogels en slingerapen. Aan het einde van de wandeling komen we op het mooie witte strand waar het krioelt van de troepen capucijneraapjes. Ze zien er toch zo onschuldig uit ...


Op zondag hebben we de gelegenheid om te gaan zip-linen. Weer om zes uur opstaan. Wij bedanken ervoor en willen liever wat uitslapen, en nadien een paar uurtjes aan het zwembad zitten. In de namiddag maken we met zijn allen een boottocht op zee met een trimaran, met muziek, eten en drank. Heel gezellig en ontspannend, en we genieten van de spectaculaire zonsondergang. 's Avonds vieren we met ons gezelschap de 65ste verjaardag van mijn echtgenoot met een mooie en lekkere chocoladetaart aangeboden door de reisleiding.


De volgende ochtend aan het ontbijt worden we begroet door doodshoofdaapjes. Weer volgt er een lange rit van Quepos via San José en Braulio Carillo naar Puerto Viejo de Sarapiquí (provincie Heredia) in de Caribische laaglanden, waar we één nachtje gaan logeren in de Ara Ambigua Lodge om de lange rit naar Tortuguero te breken. Het is een eenvoudig hotel, maar wel weer met een mooie tuin met veel bloemen waar we die avond de typische kikkers met rode ogen zien in de kikkertuin. Het is er zeer groen, zeer vochtig en zeer heet.


Onze laatste twee nachten brengen we door in Tortuguero (provincie Limón), aan de Atlantische Oceaan. Je kan er alleen komen per boot, maar eerst hebben we nog een lange rit met de bus voor de boeg. Onderweg stoppen we bij de gigantische bananenplantage van Del Monte waar we zien hoe er een partij bananen ingepakt wordt voor transport naar de haven van Antwerpen. Na de busrit nog anderhalf uur per boot naar de Laguna Lodge. Oh rampspoed ... geen airco in de kamers! Maar ook geen glas in de vensteropeningen, alleen muggengaas. Zo kan het, mits wat wind, toch wat doorwaaien. In de namiddag maken we een wandeling in het dorpje Tortuguero. Buiten wat souvenirwinkeltjes en een enkele bar/restaurant is er niet veel te zien. Ook het strand is niet echt aantrekkelijk met zijn zwart vulkaanzand.


Op onze laatste volledige dag maken we een boottocht in het Parque Nacional Tortuguero. We vertrekken met een beetje regen maar al snel klaart het op en het is drukkend warm - gevoelstemperatuur 39° zie ik op mijn telefoon. Weer zien we allerlei dieren, vooral heel veel vogels, maar bij mij is de fut eruit en ik heb het allemaal wel gezien. De namiddag brengen we door in de schaduw aan het zwembad en 's avonds hebben we nog een drink van de reisorganisatie. Daar wisselen we mailadressen uit met onze reisgenoten en bereiden we ons voor op de lange reis terug naar San José en vervolgens de nachtvlucht naar Amsterdam.


¡Pura Vida!

donderdag 1 november 2018

Het hinterland van de Costa Blanca

 Wie bij ‘Costa Blanca’ denkt aan alleen maar zon, zee en dolce far niente komt bedrogen uit. Er is zoveel meer te zien en te doen in die regio. Graag wil ik een aantal uitstappen voorstellen die wij gemaakt hebben tijdens onze lange(re) verblijven aldaar.

Zo deden wij onder andere een meerdaagse uitstap naar CUENCA, ALBARRACÍN en TERUEL.

CUENCA ligt op ongeveer twee uren rijden van Valencia en is gelegen in de autonome regio Castilla-La Mancha. Cuenca is een van de meest authentieke middeleeuwse steden in Spanje, gesticht in de 12de eeuw door de Moren, en is sinds 1996 opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Cuenca ligt op een rotsplateau en is verdeeld in een oude en een nieuwe stad. De oude stad is bekend om zijn Casas Colgadas (hangende huizen) uit de 15de eeuw. Drie van deze huizen zijn nog intact.

Op de Plaza Mayor vind je het prachtige barokke stadhuis, de oudste gotische kathedraal en veel vrolijk gekleurde huizen. De hangende El Puente de San Pablo brug maakt ook deel uit van het culturele erfgoed en van hieruit heb je een mooi uitzicht op de hangende huizen en de mooie omgeving.

Vanuit Cuenca rijden we in de late namiddag naar LA CIUDAD ENCANTADA, een half uur rijden ten noorden van Cuenca. La Ciudad Encantada is een geologische site waar de erosieve krachten van weer en water uit de nabijgelegen Júcar rivier een labyrint van rotsen hebben gevormd in allerlei bijzondere vormen.

De site werd reeds in 1929 uitgeroepen tot natuurgebied van nationaal belang. Een uitgestippeld parcours van 3 km voert je langsheen deze karst formaties van kalksteen en dolomiet en alle rotsformaties hebben een naam.

Dag twee bezoeken we ALBARRACÍN, op twee uren rijden ten noordoosten van Cuenca. Geen straf want de weg ernaartoe, doorheen het Parque Natural de la Serranía de Cuenca, is adembenemend mooi. Albarracín is een van de vele bergdorpen in de provincie Teruel/Aragón en sinds 1961 een nationaal monument.

Oorspronkelijk was Albarracín de hoofdstad van een 11de eeuwse islamitische staat, later een onafhankelijk christelijk koninkrijk (de bekende Reconquista). Albarracín biedt een betoverende mix van oker, rode, roze en terracotta huizen die fel afsteken tegen de donkere heuvels op de achtergrond. Deze plek heeft iets tijdloos en ze verdient zeker een plaats op de UNESCO Werelderfgoed lijst!

Na Albarracín bezoeken we nog TERUEL (autonome regio Aragón) dat bekend is om haar mudejarkunst, en door UNESCO erkend werd als Werelderfgoed. De stad telt talloze gebouwen in mudejarstijl, zoals de Catedral de Santa María de Mediavilla, de Torre El Salvador, Torre San Martín, Iglesia de San Pedro, enz. De mudejarkunst herinnert aan het rijke multiculturele verleden van de stad.

Wat korter bij de kust zijn er ook diverse mooie plekken te bezoeken. Lees even mee …

EL PALMERAL in ELCHE (ELX)

Als je van palmbomen houdt, dan moet je beslist hier zijn. El Palmeral is de grootste verzameling palmbomen in Europa en bevindt zich binnen de bebouwde kom van de stad Elche (Elx in het Valenciaans). El Palmeral is in de tijd van de Moren aangelegd en diende als een oase voor de droogte.

Het behoort sinds 2000 tot het Werelderfgoed van UNESCO. Het heeft een eeuwenoud irrigatiesysteem dat nog steeds functioneert. Er is een gemeentelijke tuin, maar de mooiste en de oudste palmbomen staan in de Huerto del Cura, een tuin met een oppervlakte van 13.361 vierkante meter.

Naast palmbomen (dadelpalmen, keizerspalmen, …) is de tuin nog aangevuld met andere tropische beplanting. In Elche kan je ook nog de Basilica de Santa María bezoeken evenals het Alcázar de la Señoría en de Torre de la Calahorra. Wij hebben ons echter volledig en uitsluitend geconcentreerd op de palmbomen.

GUADALEST

Slechts op 25 kilometer van Benidorm ligt bovenop een berg het voormalig fort El Castell de Guadalest. Guadalest is bekend vanwege zijn ‘hangende kasteel’ en is in 1974 tot nationaal monument verklaard. El Castell de Guadalest is een stadje van islamitisch origine en het was, in de tijd dat het gebouwd werd, een zeer waardevol fort.

De voormalige burcht is omgeven door de resten van de muren en heeft zijn middeleeuws karakter behouden. Het Castillo de San José is gebouwd in de 12e eeuw en ‘hangt’ letterlijk aan de klif. Buiten het kasteel zijn er ook enkele musea te bezoeken en je kan ook een tochtje maken op het stuwmeer dat je van bovenaf mooi kan zien liggen.

LAS FUENTES DEL ALGAR (LES FONTS D’ALGAR)

De watervallen van Algar bevinden zich in Callosa d’en Sarrià, zo’n uurtje rijden van Alicante richting binnenland. Het gebied rondom de watervallen is toeristisch uitgebaat, dwz dat je inkom moet betalen om deze natuurlijke site te betreden.

Je kan er zwemmen in de meertjes onder de verschillende watervallen of door de bedding van de rivier Algar wandelen langsheen een parcours van 1.5 km. Er zijn kleedcabines en lockers om je spullen op te bergen. Vooral leuk om met kinderen te doen.

zaterdag 27 oktober 2018

Toledo

 De maand oktober brachten we, zoals vorig jaar, opnieuw door aan de Costa Blanca, weliswaar in een andere plaats. Omdat het niet altijd zon & zee moet zijn, besloten we om voor enkele dagen naar Toledo te gaan. Vanuit Moraira (waar onze vakantievilla lag) was het best wel een lange rit, zo’n 500 km enkel, maar we hadden het er voor over.

Zo zaten wij op woensdag 17 oktober al om 9u in de auto, op weg naar Toledo zodat we daar tegen lunchtijd zouden arriveren. Hoe verder we naar het noorden reden, hoe dikker en donkerder de wolken werden. Er vielen ook nu en dan al wat druppels.

Ik zei nog tegen mijn man ‘Ik weet niet of ik de paraplu heb ingepakt, maar onze regenjassen zitten in de valies. Jij hebt die toch in de auto gezet hé?’ ‘Nee’, antwoordde hij, ‘ik dacht dat jij ze gepakt had’. Niet dus! En toen werd het even stil.

Terug naar huis dus … we hadden al een uur gereden. Het gevolg was dat we pas om vier uur in Toledo waren … waar de zon ons stralend verwelkomde.

We parkeerden onze wagen in een parkeergarage aan de rand van de stad, net binnen de stadsmuren. Toen we de parking uit wandelden hadden we al direct zicht op de daken van Toledo waar het Alcázar meteen in het oog sprong.

Toledo is een van de oudste steden in Spanje. De hele stad staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO vanwege zijn uitgebreide monumentale en multiculturele erfgoed van christenen, moslims en joden.

Toledo werd veroverd door de Romeinen in 192 v.C., en van de 8ste tot de 11de eeuw maakte Toledo deel uit van het Islamitisch kalifaat. Gedurende deze periode leefden Joden, Christenen en Moslims vreedzaam samen. In 1085 werd Toledo ‘bevrijd’ door Alfonso VI, en de stad werd onmiddellijk het symbool van het nieuwe, puur katholieke Spaanse koninkrijk.

Een enorme kathedraal werd gebouwd op de overblijfselen van een moskee, verschillende kloosters ontstonden, het al-qasr werd het Alcázar, en het was o.a. vanuit Toledo dat de katholieke heerschappij van de Spaanse Inquisitie georkestreerd werd. De macht en het belang van de stad begonnen te verslechteren nadat Philip II in de 16de eeuw Madrid had gekozen als de nieuwe koninklijke hoofdstad.

Dankzij al deze verschillende invloeden heeft Toledo een overvloed aan monumenten. Momenteel zijn dat er meer dan honderd en het is omwille van deze rijkdom dat UNESCO de volledige stad op de Werelderfgoedlijst heeft geplaatst.

Na te hebben ingecheckt in ons hotel, hebben we alvast een beetje de stad verkend en later een avondwandeling gemaakt langs de verlichte gebouwen. Toledo is gebouwd op een granieten heuvel die aan drie zijden wordt omgeven door de rivier de Taag (El Tajo).

Je kan stellen dat er binnen de stadsomwalling geen enkele straat of plein vlak is. Sommige straatjes zijn zelfs erg steil (en erg smal!). Maar niet getreurd, als je helemaal beneden aan de toegangspoorten naar het oude centrum staat, kan je vanop verschillende plaatsen met de roltrap naar boven.

De volgende morgen waren we al op tijd op pad, richting monumenten. Als eerste bezochten we de Catedral Primada de Toledo, een van de belangrijkste gotische kathedralen van Spanje, gebouwd tussen 1227 en 1493 op de restanten van een moskee uit de tijd van de Arabieren.

Aan de buitenkant verschillende grote portalen rijkelijk versierd met beelden en reliëfs. De kerk heeft twee torens waarvan er slechts één is afgewerkt (in België hebben we ook ergens zo’n kathedraal …) ; in de kerk een overdaad aan barokke kunst.

Ik kan hier nog heel lang doorgaan over wat er allemaal te zien is, maar ik denk dat een foto-compilatie meer zegt dan woorden.

We vervolgden onze wandeling naar het Arabische stadsdeel en bezochten daar de Mezquita Cristo de la Luz, gebouwd in de 10de eeuw. Deze moskee werd tijdens de Reconquista in 1085 door Koning Alfonso VI omgevormd tot christelijke kapel. De Moorse gewelven zijn intact gebleven. Je kan het een heel klein beetje vergelijken met de Mezquita in Córdoba.

De volgende dag bezochten we het Joodse stadsdeel. Om te beginnen de Sinagoga de Santa María La Blanca, vroeg 13de eeuw. Deze synagoog is een mix van Mudejar en Nazarí stijl. Opmerkelijk zijn de vijf beuken, onderverdeeld door hoefijzeren bogen en koepels beschilderd in Oosterse stijl. Erg mooi.

Een interessant museum was het Muséo Sefardo in de Sinagoga El Tránsito. Dit museum bevindt zich in de synagoog en het vertelt de historische en geografische achtergrond van de Joden in Toledo: gewoontes, tradities, enz.

Verder in de Joodse wijk is er nog het Monasterio San Juan de Los Reyes (niet bezocht), gesticht door de katholieke vorsten Ferdinand en Isabella in de 15e eeuw.

Via de Puerta del Cambrón verlieten we de Joodse wijk.

En zo waren onze dagen in Toledo om voor we het wisten.

dinsdag 2 oktober 2018

Maand in Spanje

 

Saludos desde España (1)

Net zoals vorig jaar, brengen we ook dit jaar de maand oktober door aan de Costa Blanca.

Herfst aan de Costa Blanca ...

... dat betekent zo'n 26 graden overdag
... een zalige 20 graden 's nachts
... een heerlijke temperatuur van het zeewater (en van het zwembad)
... drie keer per dag buiten eten.

Mij hoor je niet klagen. 

Stukje van 'onze' tuin in Casa El Emperador

'Ons' zwembad

Een ander stukje van de tuin en het huis van de buren op de achtergrond

dinsdag 9 oktober 2018

Saludos desde España (2)

Een vraag die mij wel eens gesteld wordt:

Wat doen jullie daar de hele tijd?

Wij doen eigenlijk niet veel anders dan dat we thuis doen. Manlief fietst 3 à 4 ochtenden per week. Terwijl rijd ik om boodschappen, zit ik buiten op de tablet de krant te lezen of ga ik koffie drinken aan een strandbarretje. Ik probeer ook zo goed en zo kwaad als het kan mijn Spaanse lessen bij te houden. De notities krijg ik van een medestudent, maar dat is natuurlijk totaal anders dan zelf de lessen bijwonen.

's Namiddags, en de dagen dat manlief niet fietst, zitten we aan ons zwembad of in de tuin te lezen, we gaan naar het strand, we maken een wandeling langs de mooie cala's, we bezoeken een stadje in de buurt, we gaan eens bij vrienden langs die hier wonen of zij komen naar ons. 's Avonds gaan we uit eten (laat, net zoals de Spanjaarden) en heel soms maak ik zelf iets klaar.

En het huishouden gaat natuurlijk ook gewoon door. Er is wel een mannetje voor de tuin en het zwembad, maar de kuis doen we zelf, al is het met de Franse slag.

Manlief zijn huurfiets. Pico bello in orde!

En we zijn weer weg ...

De yachthaven in Dénia. Mooie plek om te strollen.

Platja de la Fustera, een van de vele cala's.
Avondlijke genoegens bij Los Baños Sunshine Bar - tapas eten met zicht op zee

dinsdag 16 oktober 2018

Saludos desde España (3)

Ik ben er nog. 

En we genieten nog steeds. 

Van het mooie weer (hoewel veel minder mooi dan vorig jaar), van de jacaranda's die aan hun tweede bloei bezig zijn. Weliswaar veel minder uitbundig dan in het voorjaar, een beetje zoals bij ons de blauwe regen. Van de kleurige bougainvillea, van de appelsienen en citroenen aan de bomen die langzaam maar zeker kleur krijgen, van de rust, de ruimte en de privacy van 'ons' huis.

 De afgelopen week zijn we een dag naar Valencia geweest. Valencia is een heerlijke stad en vrijwel iedere keer dat we aan de Costa Blanca zijn doen we een dag Valencia. Met de auto is het maar een goed uur rijden, gemakkelijk te doen dus. We hebben heerlijk geluncht bij Blanqueries

Missen we dan thuis niet?

We missen natuurlijk bepaalde zaken.
Onze kinderen en kleinzoon, maar met de moderne communicatiemiddelen is dat allemaal zo'n probleem niet.
De wekelijkse koffieklets met mijn vriendin.
De fietstochten, nu het in België zo lang mooi weer is geweest ... vaak mooier dan in Spanje!

En lekkere home-made frieten, dat missen we ook!

Wat foto's.

De jacaranda opnieuw in bloei


 Lunch bij Restaurante Blanqueries

De prachtige gebouwen in Valencia en de heerlijkheden van de Mercat Central

Veel wolken ... het mochten er wat minder zijn

En gelukkig ook mooie dagen!

dinsdag 23 oktober 2018

Saludos desde España (4)

We zijn aan onze laatste week hier bezig. Einde van de week vliegen we terug naar huis.

Het weer vorige week was niet zoals we dat gehoopt en verwacht hadden. Daar heeft Leslie voor gezorgd. En dan mogen we nog niet klagen. Buiten heel veel bewolking en af en toe wat regen viel het al bij al nog mee bij ons. Op TV zagen we dat de omgeving van Valencia echt noodweer heeft gehad. Wij zitten tenslotte nog geen 100 km zuidelijker. 

Leslie heeft wel zijn invloed gehad op de temperatuur. Overdag is het nog wel aangenaam maar de nachten worden kouder en dat is goed te merken aan de temperatuur van het zwembadwater. Mij krijg je er in ieder geval niet meer in. Doe mij de zee maar, die is nog wel heel prettig van temperatuur.

Vorige week zijn we drie dagen naar Toledo geweest. Het was een lange rit van 500 km maar zeker de moeite waard. Toledo is een prachtige historische stad. Mijn honger naar een portie cultuur werd helemaal gestild.

Nu hopen we op nog een paar dagen mooi weer om af te sluiten.

Nog wat foto's.

Toledo

Toledo, een mix van Joodse, Islamitische en Christelijke cultuur

Altea, prachtig stadje niet zo ver bij ons vandaan

zondag 28 oktober 2018

Terug thuis!

We zijn weer thuis en dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Avia Partner, de bagage-afhandelaar op Zaventem, besloot om vanaf vrijdag te gaan staken. Gevolg: afgelaste vluchten in Brussel en omgeleide vluchten naar Brussel. Bij de check-in in Alicante kregen we te horen dat onze vlucht van 17u10 zou omgeleid worden naar Lille en we dan met bussen naar Zaventem zouden worden gebracht. Geen verdere uitleg. Maar bon, niets aan te doen en lijdzaam ondergaan. Mensen die rechtstreeks naar de gate waren gekomen, wisten niet eens dat we op Lille zouden vliegen!

In plaats van om 17u10 op te stijgen werd het 18u50. Stipt 21 uur zijn we geland in Lesquin en toen is de chaos pas begonnen. Lesquin heeft slechts twee bagagebanden en die werden allebei gebruikt om de koffers van passagiers van vier verschillende vluchten af te leveren. Gevolg: een over en weer geloop van misschien wel 300 mensen. Ik kan je verzekeren: als een mens aan zijn gerief wil geraken, dan doet hij rare dingen! Goede manieren zijn op zo'n moment vrijwel onbestaand.

Enfin, dat was het ergste nog niet. We veronderstelden dat er bussen zouden klaarstaan om ons naar Brussel te brengen. Wat niet het geval was. Er stonden twee navettes van de luchthaven klaar, goed voor zo'n 60 man. En de andere 130 passagiers? Geen idee. Communicatie? Nul.

Het was ondertussen 22 uur en net toen ik op het punt stond een hotel te bellen kwamen er drie grote dubbeldekbussen aangereden. 22u20 zijn we vertrokken en om tien minuten over middernacht waren we eindelijk in Zaventem waar onze zoon ons stond op te wachten, want de laatste trein naar huis konden we ook niet meer halen. Goed één uur waren we thuis ... net geen twaalf uren onderweg geweest door-to-door.

Thuis niet meer eerst uitgepakt zoals we altijd doen, maar recht ons heerlijke bed in gedoken. En zalig geslapen!

dinsdag 30 oktober 2018

Vakantie overdenking

Terugdenkend aan onze maand in Spanje ben ik er nu nog meer van overtuigd dat ik geen huis in het buitenland wil. Niet in Spanje en niet ergens anders. We zijn nu drie keer voor een langere periode (waarvan twee keer een maand) in dezelfde regio geweest - niet eens in dezelfde plaats - en dat is echt niets voor mij. Ik wil nieuwe dingen ontdekken. Ik voel me nog veel te jong om x keer per jaar te gaan vegeteren op dezelfde plek. Dan kan ik net zo goed thuis blijven.

Dat gaan we dus niet doen, al denkt mijn man daar enigszins anders over. Voor hem maakt het niet uit waar hij is, zolang er maar zon, water en een fiets is.

Ik ben ook niet zeker of ik nog wel een hele maand weg wil. Ik heb onze kinderen + Kleine Man gemist en mijn sociale contacten. Dat had ik vorig jaar niet, maar ... vorig jaar oktober was ons eerste lang verblijf aan de Costa Blanca, alles was nog nieuw en we hadden nog geen Kleine Man. De villa hoog op de berg zonder andere mensen in de buurt was voor mij ook veel te eenzaam.

Volgend jaar wordt het dus vast en zeker iets anders.

Maar voor nu ga ik me bezighouden met me in te lezen voor onze volgende vakantie. Nog twee en een halve maand ...

donderdag 6 september 2018

L'Atlantique à vélo

 

L'Atlantique à vélo

Nog maar net terug van twee weken Frankrijk ... de Franse taal is nog niet uit mijn systeem!

Het is al vaker gebleken dat onverwachte vakanties dikwijls de leukste zijn. Deze keer was het eigenlijk niet anders. We hebben een super vakantie gehad, met super weer (de enkele uren regen niet te na gesproken), goede hotelletjes, lekker eten en drinken, en geen muggen of wespen. Ook niet onbelangrijk tenslotte.


De Franse Atlantische Kust was ons doel. Verder dan de Vendée waren we nog niet eerder geweest aan de Franse westkust en ik had laatst iets gelezen over een mooie fietsroute langsheen de kust. Daar wilden we dus stukjes van gaan rijden. En ik zeg wel 'stukjes' want de hele route is 1200 km lang. Toch is het allemaal nog iets anders gelopen dan aanvankelijk gepland want accomodatie-gewijs was het eind augustus nog een hele uitdaging om betaalbare logies te vinden daar aan de kust. En mede-forummers op een travel board vonden dat Île de Ré en Île d'Oléron (Charente-Maritime) niet mochten ontbreken tijdens onze fietsvakantie. Maar ik loop op de feiten vooruit.

Op onze eerste dag waren we al in de vroege namiddag in ons overnachtingshotel nabij Orléans zodat we nog ruim de tijd hadden om de stad te verkennen. We hadden best de hele rit tot in La Rochelle op één dag kunnen doen, achteraf beschouwd, maar het verkeer kan ook tegenzitten natuurlijk. Orléans is een aantrekkelijke stad, met veel historische gebouwen, vakwerkhuizen, en het is natuurlijk de stad van Jeanne d'Arc. Op de Place Martroi, het historische hart van de stad, prijkt een monumentaal standbeeld van Jeanne te paard. Het, naar verluidt, oudste standbeeld van Jeanne d'Arc (midden 19de eeuw) bevindt zich voor Hôtel Groslot, het vroegere hôtel de ville dat gratis te bezoeken is (een pareltje!). Dit beeld vertoont nog de kogelinslagen van de bevrijding van Orléans in augustus 1944. Tot zover de les geschiedenis en onze middag/avond in Orléans.


De volgende morgen vertrokken we al op tijd naar La Rochelle. Onze B&B lag 10 km landinwaarts à la campagne maar we waren er pas welkom na 17u. Geen probleem, in La Rochelle was voldoende te zien en te doen om ons een halve dag bezig te houden.


De volgende dag konden we dan eindelijk de fiets op, naar Île de Ré. We hadden de keuze: met de auto over de Pont de l'Île de Ré, @ 16 euro tolgeld (buiten het seizoen is dit 7 euro), of de auto gratis op de parking zetten vóór de brug en met de fiets de 42 meter hoge en 3 km lange brug over. We deden het laatste.

Île de Ré is een gezellig eilandje, ik schat zo ter grootte van Texel. Het ene haventje na het andere, terrasjes in overvloed, goede fietspaden in het bos en langs de zee maar toch ook vaak vlak naast de baan. Wat ons enorm stoorde was de immense drukte: te veel auto's, te veel fietsers, te veel volk tout court. Dag 1 en dag 3 hebben we hier gefietst (respectievelijk 54 en 77 km). Op twee dagen heb je het eiland ook ruimschoots gezien. Dag 2 hebben we het nabijgelegen Rochefort bezocht en daar na de middag twee uren op een terras zitten wachten tot de regen voorbij was. Die kwam daar zó plots uit de lucht gevallen, maar was ook even plots weer weg. Nadien hebben we ook geen regen meer gezien.


Île d'Oléron is van een heel andere orde. Er zijn maar enkele dorpen en het leek ons niet een typisch vakantie-eiland. Op de middag vonden we in het eerste dorp dat we tegenkwamen niet eens een terras om wat te drinken. En, zoals op zoveel plaatsen in Frankrijk, zijn tussen de middag de winkels gesloten van 13 tot 16u. Dood was het er, zo dood als een pier. Gelukkig hadden we 's morgens in La Rochelle een stokbrood en wat kaas gekocht zodat we langs de rand van de weg toch even konden picknicken.
Verder vonden wij het wel een prettig eiland om te fietsen. Geen drukte hier, en dezelfde soort fietspaden als op Île de Ré. Door de bossen, over landwegen, tussen de wijngaarden, langs de kust en helaas ook langs de baan.


Hier hebben we ook twee dagen gefietst (32 en 58 km). Dag 3 was het zodanig heet dat we de auto genomen hebben om in een dorp wat noordelijker op het eiland nog wat foto's te gaan nemen. Nadien hebben we lui aan het zwembad van het hotel gezeten.


Na de eilanden reden we verder door naar de Landes, voluit Les Landes de Gascogne. Best wel een lange rit want we moesten helemaal rond langs Bordeaux. Maar niet getreurd, want hier begonnen dan eigenlijk pas echt onze fietstochten over de Vélodyssée. We hebben er maar twee gemaakt omdat we ook nog een dag naar Bordeaux geweest zijn, en ik twee dagen wat grieperig geweest ben. Maar wat een mooie streek om te fietsen. Ik roep altijd dat ik niet van bossen hou. Er is hier waar ik woon naar mijn gevoel te veel bos en te weinig open lucht. Doe mij maar polder en weidse uitzichten. Maar wat heb ik genoten van onze twee fietstochten doorheen de pijnboombossen van de Landes. De routes zijn prachtig uitgestippeld en meanderen als riviertjes door het bos. Het gaat de hele tijd licht (of minder licht) op en neer en het is totaal niet saai, wat de mede-forummers van het travel board ook mogen beweren.


Onze eerste fietstocht leidde van Biscarrosse naar de Dune du Pyla, de hoogste (110 meter) en langste (3 km) zandduin van Europa. De eerste 20 kilometer verliepen vlotjes, zoals reeds gezegd door de bossen en vrij vlak. Tot de duin in zicht kwam ... toen werd het ook op het fietspad klimmen en dalen. Op de beschrijving van de route stond er 'ça grimpe un peu, mais rien de bien méchant'. Voor mij, mét mijn e-bike, was het 'très méchant'! En toen moest ik nog die 110 meter hoge duin beklimmen. Het is het allemaal waard geweest. Zó geweldig mooi daarboven: het uitzicht op de oceaan en het Bassin d'Arcachon, en op de bossen van de Landes. Wat heb ik genoten. Correctie: wat hebben wij genoten (60 km).


Omdat Biscarrosse maar een goed uur van Bordeaux ligt (files helaas niet meegerekend), vonden we dat we deze stad eens moesten bezoeken. We hebben daar de stadswandeling gemaakt van Reisroutes. Het was niet zo'n hele lange wandeling, maar ik voelde me wat grieperig. Vijf en een halve kilometer was dus wel genoeg. Bordeaux heeft alles wat elke grote stad heeft: grootste gebouwen, een historische binnenstad die in 2007 in zijn geheel op de UNESCO werelderfgoed is geplaatst, pleinen en parken, veel dure winkels en - hoe kan het anders - talloze wijnhandels en -bars. Een fijne stad om een dagje in door te brengen.
 

De volgende dag hebben we het - vanwege mijn grieperige toestand - rustig aan gedaan en zijn we met de auto tot in Mimizan Plage gereden. Mimizan lijkt me iets mondainer dan Biscarrosse én je kan er ligbedden huren op het strand. Dat kan in Biscarrosse niet. Daar zit iedereen op zijn handdoek of meegebrachte stoel. Wij hebben er nog de SeatZac trachten te introduceren, maar we vonden het zelf niet echt een succes (tamelijk oncomfortabel). Heerlijk strand trouwens in Biscarrosse met veel surfers vanwege de harde wind. Warm en wind ... hou ik van!


Onze laatste fietstocht ging naar Parentis-en-Born en voerde langs de Lacs de Biscarrosse. Mooi. Mooi. Mooi. Echt uitzonderlijk mooi. Wel pittig, met een dénivelé van 10% daar waar we een dubbele duinenrij over moesten! Weinig fietsers ook op het uitstekende fietspad, het was er zo rustig en vredevol. We hebben nog een tijdje aan een van de meren zitten genieten van de rust. En van de meegebrachte picknick, want je moet wel zelfvoorzienend zijn daar in de bossen. Het is een zeer dun bevolkt gebied en de dorpen liggen ver uit elkaar (53 km).


En na de inkopen voor thuis (blikken en glazen foie gras producten en een voorraadje wijnen) was het tijd om afscheid te nemen. Van het uitstekende hotel en van de prachtige streek. Maar we zijn vast van plan om nog wat zuidelijker stukken van de Vélodyssée te gaan fietsen in de toekomst. Wordt dus vervolgd ...


Logies (reviews op Tripadvisor):
Meung-sur-Loire (tussenstop):  Best Western La Porte des Châteaux
Clavette (4 nachten): B&B La Collégiale
Saint-Pierre-d'Oléron (3 nachten): Les Jardins d'Oléron (Logis de France)
Biscarrosse Plage (5 nachten): Les Vagues (Logis de France)