donderdag 2 april 2015

Mallorca revisited

 

Mallorca revisited


Na achtentwintig jaar zijn wij nog eens op Mallorca gaan kijken. Gewoon even een weekje Palma, om de zinnen te verzetten. Propere stad met brede lanen, mooie gebouwen, veel kerken uiteraard, volop winkels, barretjes en restaurants.

Palma is ook een hele groene stad, al was daar nu nog niet veel van te zien. Kale bomen overal, een raar zicht. Behalve de citrusbomen, die waren zwaar van de citroenen en appelsienen.

En terwijl België kreunde onder wind, regen en kou, zaten wij lekker in de zon. De eerste dag nog een beetje aarzelend, met wat druppels. Niet genoeg om de paraplu open te doen, net te veel om hem dicht te laten. Maar vanaf dag twee was de lucht staalblauw en priemde de zon aan de hemel. Volop terrasjesweer. En wie ons kent, die weet dat we daar gretig gebruik van hebben gemaakt.

We hadden geen auto gehuurd deze keer want vanuit Palma kan je gemakkelijk met het openbaar vervoer naar de andere stadjes. Zo waren we in Valldemossa, een bergstadje in een schitterende omgeving.

Naar Sóller gingen we met het antieke toeristentreintje, alom geprezen omwille van de mooie uitzichten tijdens de rit. Sóller is een heel toeristisch plaatsje. Veel is er niet te zien, en op het marktpleintje voor de kerk zaten de terrasjes overvol. Het is wel mooi gelegen in de bergen.

Na een korte koffiestop zijn we vanuit Sóller te voet naar Port de Sóller gewandeld. Dik vijf kilometer, maar manlief heeft het zonder pijn en aan een flink tempo uitgewandeld. Ik denk dat ik het zwaarder had dan hij!


Port de Sóller (Puerto de Soller) is gezellig. Waarschijnlijk omdat ik van
water en van bootjes houd. Een mooie moderne wandeldijk loopt van het ene eind van de jachthaven naar het andere. Veel terrasjes, en uiteraard ook de gebruikelijke souvenirwinkeltjes.

Port d'Andratx (Puerto de Andraitx) moesten we ook gezien hebben, volgens een kennis. We vonden er niet veel aan. Zoals de naam doet vermoeden is ook dit een plaatsje met een jachthaven, maar dan veel kleiner en niet zo gezellig als Port de Sóller.

We waren er snel uitgekeken en hebben de volgende bus terug naar Palma genomen. Daar aangekomen zagen we dat de straat van ons hotel volledig was afgezet. Al van ver hoorden we fanfaremuziek en korterbij zagen we een enorm lange stoet voorbij trekken: de processie van palmzondag! Vandaar dat we zoveel mensen met palmtakken zagen rondlopen. Heel bijzonder eigenlijk. Dat hadden we vroeger hier ook. Ik heb zelf tussen mijn zes en mijn twaalf, zo trots als een pauw, met een lang gewaad en een hermelijnen manteltje in de processie van onze parochie meegelopen.

Het was tof in Palma. We hebben het rustig aan gedaan, hoewel we toch iedere dag vele kilometers gelopen hebben. Maar evengoed 's middags en 's avonds lekker gegeten (Ombu, Puro Chef, RibelloMar de NudosPort BlancTast, L'Osteria di Giovanni, Café Bonaire, ...). Natuurlijk ook veel geterrast, en heerlijk zitten lezen in de Sky Bar van het hotel, met prachtig zicht op de stad.





donderdag 18 december 2014

Dubai en Oman

 

Reisverslag Dubai & Oman


Ik heb wat moeten broeden op mijn reisverslag want de beleving was zo apart en totaal anders dan pakweg drie weken door Zuid-Spanje toeren. Wij hebben echt drie weken in een andere wereld vertoefd. Correctie: in twee andere werelden, want het contrast tussen het mondaine, decadente emiraat Dubai en het serene, bescheiden sultanaat Oman kon niet groter zijn. Het is heel moeilijk om weer te geven wat ik daarbij gevoeld heb.

Maar laten we beginnen bij het begin. Dubai dus. Omdat we toch die richting uitgingen, vonden we het maar logisch dat we een paar dagen Dubai vastknoopten aan onze rondreis door Oman.

Dubai is het absolute tegenovergestelde van de echte Moslim wereld. Niet voor niets noemt men het het Las Vegas van het Midden Oosten. Er zijn hier heel veel regels van wat mag en vooral van wat niet mag, maar die worden allemaal - klandestien uiteraard - met voeten getreden. Alle pleziertjes zijn voor geld te koop, zo lang het maar in het geniep gebeurt.   

In Dubai is alles groot, groter, grootst, ... hoog, hoger, hoogst, ... duur, duurder, duurst, ... Enorme wolkenkrabbers tot meer dan 400 meter hoog, immense shopping malls, grote luxe auto's overal, prachtige hotels, kunstmatige eilanden die voor de kust gebouwd worden, ... Het is het enige land ter wereld waar ze een 7*-hotel hebben, de Burj Al Arab, streng beveiligd en niet toegankelijk voor non-guests. Een kamer ... pardon, een suite ... kost er in het laagseizoen gemiddeld 1600 euro. Per nacht.

Dubai is hectisch en chaotisch. Vooral het verkeer dan. Duizenden taxi's - beige met een gekleurd dak - vervoeren er even veel passagiers. Soms maar voor een ritje van een kilometer want het is overdag te heet om ver te lopen en taxi's zijn spotgoedkoop: 3 Dhs (0.6 euro) startgeld en nadien 1.6 Dhs (0.32 euro) per km. Goedkoper dan een kaartje voor de metro of de tram. O ja, taxi's met een roze dak zijn voorbehouden voor dames.

Alles, werkelijk alles is er air conditioned: de metrohaltes, de hokjes waarin de geldautomaten staan, de 'slurf' aan het vliegtuig, echt alles. De zwembaden van de hotels zijn gekoeld. Restaurants maken reclame voor hun "outdoor dining terrace for the cooler winter evenings". Het was er tijdens ons verblijf, eind november, 's avonds en 's nachts nog zesentwintig graden! In de zomer moet het hier onleefbaar zijn.

Dubai leeft vierentwintig uren op vierentwintig. Je kan hier rustig om drie uur 's nachts nog een restaurant binnen gaan. Het is ook pas 's avonds dat de Emiratis zelf buitenkomen. De dames gekleed in een zwarte abaya (vaak rijkelijk versierd) en niqab of een sluier ; de heren in spierwitte dishdasha met een witte of roodgeblokte ghutra op het hoofd. De dames dragen onder hun abaya trouwens gewone westerse kleding ... winkels à la Victoria Secret draaien hier op volle toeren! ... , hoge hakken en ze hebben stuk voor stuk een handtas van een exclusief merk bij. Het is heel spijtig dat deze mensen totaal niet toegankelijk zijn.

Uiteraard hebben we de Burj Khalifa bezocht, het hoogste gebouw ter wereld. In exact één minuut zoefden we met de lift naar de 124ste verdieping van waar we een fenomenaal 360° uitzicht hadden op de stad beneden ons. We hebben ook 'op hoogte' geluncht, in The Observatory, op de 52ste verdieping met mooi uitzicht op The Palm Jumeirah. "Lunch with a view" ... erg lekker gegeten ook nog!

Oud Dubai, de wijken Deira en Bur Dubai, is nog redelijk typisch. Hier vind je de gold souk en de spice souk met de typische geuren van het Midden Oosten. Je vaart er naartoe met een abra, een kort 'ritje' over Dubai Creek. Het is ook in deze wijken dat je nog de echte oosterse keuken vindt. Libanees, Indiaas, Pakistaans, enz. Dubai krioelt van de vreemde nationaliteiten, want er moet natuurlijk gewerkt worden. En dat wordt niet door Emiratis gedaan. Emiratis bekleden alleen hogere functies. Horeca-, hotel- en winkelpersoneel, bouwvakkers (Dubai is op dit moment één grote bouwwerf), taxichauffeurs, ... zijn allemaal buitenlanders. Veel Pakistanen, Indiërs, Sri Lankanen, ...

Onze tijd hier was te kort om alles intens te beleven, maar we hebben er eens van mogen proeven. Het was interessant en apart. We zijn vast van plan om hier nog een keer uitgebreid terug te komen!
(NVDR: dat hebben we ook gedaan, een goed jaar later).


~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ 

Na drie dagen Dubai gingen we overland door de andere emiraten (met de taxi, vier uren rijden) naar Khasab op het schiereiland Musandam, een exclave van Oman. Oman wordt wel eens het best bewaarde geheim van het Midden Oosten genoemd. Het is gelegen aan de Straat van Hormuz, de Golf van Oman en de Arabische Zee. Oman is sereen, bescheiden, écht. Het land is rijk aan cultureel erfgoed, de natuur is er van een adembenemende schoonheid en de mensen zijn er oprecht vriendelijk. En het toerisme viert er nog geen hoogtij.

Een kennismaking met dit schitterende land van kamelen, woestijnen en zoveel meer ...

Het contrast tussen Dubai en Khasab kon niet groter zijn! Eén laagbouw hotel aan zee te midden van majestueuze bergen. En stilte, alleen maar stilte. Naar Musandam kom je eigenlijk alleen om met een dhow tussen de fjorden te varen en om dolfijnen te spotten. Wat we dan ook gedaan hebben. Na de drukte van Dubai was het heerlijk om een dagje te relaxen op de boot en te genieten van de mooie fjorden en van de dolfijnen die vrolijk om onze boot heen zwommen.

Twee dagen later vlogen we met een klein propeller vliegtuigje van Khasab naar Muscat. Een goed uur gevlogen en onderweg genoten van het prachtige uitzicht dat we hadden op de Hajar Mountains.

In Muscat hebben we de eerste dag totaal niks gedaan. Alleen maar aan het zwembad gelegen en ons laten verwennen door het super gedienstige hotelpersoneel (ook hier weer Aziaten). Handdoeken werden gespreid, er werd een koelbox met flesjes gekoeld water gebracht, af en toe kwam er een mannetje langs met een schaal met in parten gesneden fruit, een ander mannetje kwam je bril poetsen, enz. Op en top verwennerij. Het beste hotel van de hele reis ook.

Wat hebben we nog gedaan in Muscat? De wijk Muttrah bezocht, met de souk uiteraard. De souk van Muttrah zou de oudste markt uit de Arabische wereld zijn. We hebben ook even langs de Corniche gelopen. Niet lang, want het was weer heel warm. Uiteindelijk hebben we nog een plezant 'klapke' gedaan met een groepje taxichauffeurs. Omanis zijn gelukkig wel heel toegankelijk. Ze waren gefrituurde hapjes aan het snoepen, geen idee wat het was, maar we moesten en we zouden proeven!

De Sultan Qaboos Grand Mosque is natuurlijk ook een must als je in Muscat bent. Het is de enige moskee in Oman die je als niet-moslim mag bezoeken. Je moet wel gepast gekleed zijn (armen en benen bedekt, dames een sjaal op het hoofd). Een schitterend gigantisch bouwwerk is dit, er kunnen 27.500 gelovigen in. Lusters van Swarovski kristal, glasramen van Venetiaans glas, marmer van Carrara, een handgeweven Perzisch tapijt met 1.700.000 knopen van 21 ton zwaar, aan één stuk, waaraan vier jaar gewerkt is, ... Groots en overweldigend.

Na drie dagen verwisselden we de stad voor de natuur. Onze Toyota Land Cruiser werd aan het hotel afgeleverd, samen met Yaqoob, de Omani chauffeur die met ons een dagje off-road ging rijden.
Alvorens aan de spannende rit te beginnen hebben we eerst nog een van de vele forten bezocht die Oman rijk is, het fort van Nakhl

De rit door de prachtige Wadi Bani Awf was spectaculair. Deze wadi zou tot de mooiste van Oman behoren. En er zijn daar heel veel wadi's en ik vond ze allemaal even mooi. Deze wadi (droge rivierbedding), omzoomd door palmbomen, loopt door een diep dal met aan alle kanten rotsgebergte. De volledige route (40 km) is off-road. Soms was de weg zó smal dat de auto aan de ene kant bijna de bergflank raakte en aan de andere kant over het diepe ravijn hing.

We passeerden verschillende oases, dadelpalmtuinen, bergdorpjes en overal hadden we de meest schitterende uitzichten. Deze rit gaat door de Hajar Mountains die we al uit het vliegtuig gezien hadden, tegelijk idyllisch en indrukwekkend, en vooral bangelijk! Onderweg hebben we nog gepicknickt aan een mooie bron. We hebben eigenlijk de meeste dagen gepicknickt want we zaten soms zo ver van de buitenwereld dat er in geen velden of wegen een restaurant te bespeuren viel. Mooie picknickplaatsen waren er altijd wel.

Yaqoob was een aangename gids. Hij sprak goed Engels en heeft ons veel verteld over de geschiedenis van zijn land, over de cultuur, en over zijn gezin met tien kinderen!

Zo kwamen we dan tegen de avond op onze volgende bestemming aan: Nizwa. Op zich niet zó interessant, maar we hadden nog veel bergen en wadis voor de boeg, en vanaf nu zaten we zelf aan het stuur van onze 4WD.

Vanuit Nizwa zijn we naar Jebel Shams gereden (aka de Grand Canyon van Oman) van waar je op het hoogst toegankelijke punt duizend meter de diepte in kijkt.

Wondermooi! Ook naar Jebel Akhdar (2000 m hoog), we hebben nog verschillende wadis gedaan en kleine, meestal uitgestorven, dorpjes bezocht. De mensen willen niet meer in de traditionele lemen huisjes wonen. Ze willen een moderne woning. En die kunnen ze redelijk gemakkelijk verwerven.

Yaqoob vertelde ons dat ieder Omaans gezin van de staat een stuk grond krijgt om een woning op te bouwen. Mensen die bovengemiddeld verdienen moeten hiervoor een kleinigheid betalen: 1 OMR (= 2 euro) per m². Overal ten lande zie je dan ook grote nieuwbouw villa's verschijnen.

Uiteraard hebben we ook nog de geitenmarkt in Nizwa bezocht. Die gaat iedere vrijdagmorgen door, vanaf zonsopgang tot 11u. Het is er een drukte van jewelste.

De verkopers lopen met hun geiten en schapen rondjes op een plein tot er een koper toehapt die het gewenste geitje volledig inspecteert. Er wordt eens in geknepen, er wordt in de bek gekeken, ...

Als je vrouwen met een snavelmasker wil zien: this is the place! Spijtig dat ze niet gefotografeerd willen worden (al was een snelle snapshot toch wel mogelijk). Ik wist eigenlijk niet dat hoofd- en gezichtbedekking zo streekgebonden zijn. Snavelmaskers zie je alleen in Nizwa. Op andere plaatsen dragen de vrouwen, net zoals in Dubai, een niqab en in de kleine dorpen alleen een sjaal op het hoofd en het gezicht vrij.

Omaanse mannen dragen trouwens dezelfde witte dishdasha als de Emiratis. Op het hoofd hebben zij een kuma of een massar. Ook mijn man heeft de hele tijd een kuma gedragen. Prima bescherming tegen de zon! Een Omani met een khanjar hebben we helaas niet gezien.

Na Nizwa kwam - voor mij - het mooiste van de hele reis: Wahiba Sands. Ik droomde er al jaren van om eens een nacht in de woestijn door te brengen, onder de sterrenhemel.
Die sterrenhemel is niet helemaal gelukt want het was volle maan. Misschien nog wel mooier! Na het (gedeeltelijk) aflaten van de banden van onze jeep zijn we zelf, achter een gids aan, tot aan het desert camp gereden, zo'n 30 km de woestijn in. We moesten wel de vaart erin houden om niet vast te geraken, maar het is ons zonder problemen gelukt.

In het tentenkamp kregen we een houten cabin toegewezen, van binnen bekleed met authentieke tapijten. Best comfortabel met een kingsize bed en een eigen douche en toilet in de open lucht.

Na het aanschouwen van de zonsondergang van op een hoge duin (op de kameel er naartoe) en de avondmaaltijd bij kaarslicht (geen elektriciteit in het kamp) lagen we al vroeg onder de wol.
De volgende morgen ook vroeg weer op want om kwart over zes was de zon er alweer.

We hadden een bedouinengids geboekt voor een halve dag desert crossing en dune bashing: 140 km dwars door de woestijn, soms op een wielspoor (aan 80 km/u), maar dikwijls ook gewoon door de hoge duinen, verticaal naar boven en naar beneden. Adrenaline momenten, en genieten met een grote G! Deze gids was minder spraakzaam en zijn Engels was niet zo goed verstaanbaar, maar we hadden eigenlijk ook geen behoefte aan een gesprek. We genoten van de omgeving, van de hoge duinen die overal een andere kleur hebben. Het was prachtig.

Toen we eenmaal terug op de gewone weg zaten namen we afscheid van de gids, hebben we in Al Ashkharah de banden laten bijvullen en zijn we langs de kustweg terug noordwaarts gereden, naar de havenstad Sur (waar vroeger de dhows gebouwd werden), en later verder door naar Ras Al Jinz. Daar komen 's avonds de zeeschildpadden hun eieren leggen op het strand. Hoewel het niet het goede seizoen was, hebben we toch drie grote schildpadden (80 cm lengte) gezien. In het seizoen zijn dat er dikwijls meer dan honderd! Twee schildpadden waren een plek aan het zoeken om hun nest te maken, een was bezig met eieren leggen. Dat zijn er zo'n 80 à 100 per keer. Het was fantastisch dat we zo'n intiem gebeuren hebben kunnen meemaken.

De volgende dag hebben we nog Wadi Tiwi en Wadi Shab gedaan, weer twee spectaculaire ritten door de bergen naar twee hele mooie wadi's. Verder ook nog Bimah Sinkhole bezocht en super-de-luxe geluncht bij The Chedi in Muscat. Netjes op tijd leverden we onze auto weer in (1700 km) en na de middag hadden we onze vlucht naar Salalah, helemaal in het zuiden van Oman.

Daar aangekomen hebben we een andere auto opgepikt maar daar hebben we niet veel meer mee rondgetoerd. We zijn nog naar de opgravingen van Khor Rori gereden. Daar zou een paleis gestaan hebben van de Koningin van Sheba. Dan verder door naar Wadi Darbat. Ook een hele mooie wadi waar veel kamelen lopen.

Ze lopen ook gewoon op straat, zelfs op de autoweg waar je aan 120 km/u mag rijden. Oppassen geblazen want ze komen zomaar ineens te voorschijn.

Salalah ... wuivende palmen, witte zandstranden, diepblauwe oceaan ... Het leek wel of we op de Caraïben zaten, maar dan zonder de vervelende hoge luchtvochtigheid. Onze laatste dagen hebben we hier alleen maar uitgerust aan het mooie strand van ons hotel. Er waren nauwelijks gasten, het was er zo heerlijk rustig. We hadden er nog wel een paar dagen langer willen blijven.

Maar helaas moesten we na drie dagen alweer het vliegtuig op, terug naar Dubai voor onze laatste nacht Midden-Oosten. De volgende dag hebben we nog tot na de middag aan het zwembad doorgebracht en toen was het echt voorbij.  







Onze reisweg:
-intercontinentale vlucht van Amsterdam naar Dubai (Emirates),
-overland van Dubai naar Khasab, Musandam
-binnenvlucht van Khasab naar Muscat (Oman Air),
-binnenvlucht van Muscat naar Salalah (Oman Air),
-internationale vlucht van Salalah naar Dubai (Oman Air),
-intercontinentale vlucht van Dubai naar Amsterdam (Emirates).


Hotels:
Dubai: JA Ocean View Hotel
Khasab: Atana Khasab
Muscat: Shangri-La Barr Al Jissah Resort
Nizwa: Falaj Daris Hotel
Wahiba Sands: Safari Desert Camp
Ras Al Jinz: Ras Al Jinz Turtle Reserve
Wadi Shab: Wadi Shab Resort
Salalah: Crowne Plaza Resort
Dubai: Millennium Dubai Airport

Alle reviews zijn te lezen op Tripadvisor.
Reis uitgewerkt in samenwerking met Aladin Travel.  

Facts & figures:
Temperatuur: tussen de 30 en 35° overdag in de steden en aan de kust, in de bergen op 2000 meter hoogte rond de 20°.

Prijsniveau: hotels zijn duur tot zeer duur. Eten in plaatselijke restaurantjes in Dubai en Oman is goedkoop. Met 'plaatselijk' bedoel ik Pakistaans, Libanees, Indiaas want authentieke keuken stelt niet zoveel voor. De invloeden van de vroegere bezetters en van de huidige arbeiders (in Dubai dan) hebben hun sporen nagelaten. In positieve zin.
Eten in de hotels is minstens even duur dan een gemiddeld restaurant in België. Alcohol is zeer prijzig. Het mag ook alleen geschonken worden in de internationale hotels, zowel in Dubai als in Oman. Een fles (Chileense of Zuid-Afrikaanse) huiswijn bv. kostte omgerekend gemiddeld zo'n 36 euro.
In Dubai hebben we al onze verplaatsingen per taxi gedaan. Taxis zijn er goedkoper dan bus of metro (starttarief 3 dirhams, nadien 1.6 dirham per km). 1 AED = 0.25 euro (november 2014).
Benzine in Oman is spotgoedkoop! 1 liter super kost 0.12 rials, omgerekend zo'n 28 eurocent. 1 OMR = 2.30 euro.

Picknicken: in de grote steden zit er overal een LuLu Hypermarket waar ze lekkere sandwiches, belegde broodjes, slaatjes, in partjes gesneden fruit, enz. verkopen. Maar ook het aanbod aan brood, broodjes, croissants, ... is hier vele malen groter dan in de gemiddelde Belgische supermarkt! 

Kwaliteit hotels: goed tot zeer goed! Het was overal zeer proper, in de luxe 5* hotels (Shangri-La en Crowne Plaza) werden we ongelooflijk gepamperd (zowel 's morgens als 's avonds propere handdoeken, bedden werden iedere dag verschoond als je dat wenste, [wij wensten dat niet, we doen dat thuis ook niet en het is een ramp voor het milieu in een - weliswaar rijk - land waar er nauwelijks water is] enz.). Buiten de grote steden in Oman is het aanbod beperkt, maar we hebben altijd het beste genomen wat er was. Overal was het proper en het waren stuk voor stuk goede, brede bedden.

Bevolking: we hebben geen contact gehad met Emiratis. Wel met Omanis. Supervriendelijke mensen, altijd bereid om te helpen ... als je, zoals ons wel eens gebeurde, de weg kwijt bent.

Het was een vermoeiende reis, met lange ritten omdat we ons roadbook moesten volgen. Het waren niet altijd veel kilometers, maar het ging meestal traag vooruit vanwege de bergritten met soms heel smalle gravelwegen. Dat waren trouwens ook adrenaline momenten! En de bewegwijzering was een regelrechte ramp. Na een paar uren sukkelen om een bepaald dorp te vinden hebben we (TIP!) een lokaal SIM-kaartje met 1 GB dataverkeer gekocht voor de smartphone en hebben we op Google maps gereden. Prima te doen!

Twee weken Oman waren veel te kort om alles te zien, zeker omdat wij ook graag wat rustmomenten inbouwen. Bij ons lag de focus op de natuur (bergen, woestijn). Het culturele, de forten, de kleine dorpen en de steden zijn veel minder aan bod gekomen.

zondag 14 september 2014

Nomandië



Ons laatste tripje was alweer bijna een maand geleden ... hoog tijd dus voor nog eens een klein reisje. ;-) Een weekje Haute Normandie deze keer, een streek die we nog niet kenden. De Côte d'Albâtre dankt zijn naam aan 140 km krijtrotsen gelegen tussen de monding van de Somme in het noorden en die van de Seine in het zuiden. In Étretat zijn de falaises het mooist: hier rijzen de rotsen 50-60 meter verticaal uit de zee omhoog.

Vandaar dat ik in deze buurt een hotelletje had uitgezocht, meer bepaald in het landelijke dorp Les Loges. Een dorp waar het nog ruikt naar vers gebakken brood als je voorbij de bakker wandelt. Een dorp waar vanaf 7 uur 's morgens tot 11 uur 's avonds de kerkklokken ieder kwartier luiden en waar geen mens er van wakker ligt dat een enkele toerist wel eens graag uitslaapt tijdens zijn vakantie. Zo'n dorp dus. Heerlijk rustig en toch maar tien minuten rijden van de drukte van Étretat. Hoewel 'drukte' in dit seizoen een zeer relatief begrip is.

We werden hartelijk welkom geheten door François in Les Loges d'Étretat, kregen een uitgebreide uitleg over de oorsprong van het mooie 18de eeuwse gebouw in de typische "brick & flint" stijl van de Caux en werden naar onze kamer geëscorteerd. Een ruime kamer op het gelijkvloers met alle nodige moderne luxe voorzieningen waaronder een badkamer met een enorme inloopdouche. De overige zes kamers zijn allemaal in dezelfde trendy stijl ingericht, zij het met andere kleuren en net iets andere meubels. Erg mooi gedaan! Ook op het tuinterras en in de tuin was het heerlijk vertoeven.

Gewapend met een lijstje eetadresjes togen wij in de late namiddag naar het toeristische Étretat, voor een aperitiefje op een terras in de zon en een maaltijd met een prachtig panoramisch zicht op enerzijds de Falaise d'Aval en anderzijds de Falaise d'Amont. De mooie zonsondergang kregen we er gratis bij.

De volgende dag zijn we trouwens teruggekeerd om uitgebreid te gaan wandelen door deze toch wel woeste natuur. Hoewel Étretat maar een klein stadje is hebben we er ons uren vermaakt, rots op en rots af, en nog een rots verder, ...  Erg mooi, de ruwe rotsen waar de zee tegenaan beukt, de  wilde bloemen overal, het uitzicht dat overal anders is. En de vissers die hun lekkere buit aanvoerden in kleine bootjes. Tourteaux, bar de ligne, homards, ... 's Morgens op het strand, 's avonds op het bord. Verser kan niet.

Ook de aangrenzende dorpen en stadjes zijn uitgebreid aan bod gekomen, alsook het schitterende binnenland met zijn grazende koeien in de wei, de rollen stro op het land, bossen waar het licht zo mooi doorheen scheen. Genieten met een Grote G, en dat allemaal met open dak en een temperatuur van zo'n 20-23 graden, in Rouen zelfs 25 graden. Heerlijk!

Omdat het overal erg stil was en we toch wat gezelligheid en ambiance ambieerden, zijn we ook een dag naar Honfleur en Deauville in de Basse Normandie geweest. Honfleur zal zowat de meest toeristische stad van Normandië zijn, en aan het Vieux Bassin was het inderdaad heel druk. Het staat er dan ook overvol met terrassen. Je kan er nauwelijks passeren. De binnenstad is rustiger en er zijn een aantal hele mooie kunstgalerijen. Helaas was het beeldhouwwerk van Marie-Paule Deville-Chabrolle waarop ik mijn oog had laten vallen niet voor onze portemonnee. Deauville is ook geanimeerd, maar het trekt een totaal ander publiek aan. Aan 30 euro per dag voor twee strandstoelen is dit dan ook niet direct een plek voor jan-met-de-pet. We hebben trouwens niet op het strand gezeten, het is een zonnig terras geworden.

In Dieppe en Rouen zijn we ook geweest. Dieppe vanwege het Festival International de Cerf-Volant (vliegerfestival), dit jaar in het teken van India en Indonesië. De stad op zich was niet zo interessant, het festival was eens tof om te zien. Er wordt op muziek gevliegerd, wat zeer artistiek gedaan was.

Rouen vond ik dan weer wel een heel mooie stad. Het historisch centrum is compact maar goed bewaard gebleven. Heel veel mooie vakwerkhuizen, een aantal grote kerken (helaas allemaal in de steigers), en een hele prettige sfeer. Veel restaurantjes en terrasjes langsheen onze stadswandeling. Daar hebben we dan ook volop van genoten!

Op de terugweg naar huis zijn we langs Saint-Valéry-sur-Somme gereden en hebben daar nog even rondgewandeld. Ik had er mij meer van voorgesteld. Als je de oversteek van de Baai van de Somme niet doet, dan valt er weinig te beleven daar. Het was er overigens wel stikdruk! Verder langs Calais naar De Panne om nog even te genieten van de laatste zonnestralen.

En zo kwam er weer een einde aan ons uitstapje. Wat hebben we geluk gehad met het weer. Daar staat en valt alles mee!

dinsdag 19 augustus 2014

Wenen

 

Wenen




Tweede citytrip dit jaar. Deze keer georganiseerd door de Vriendenclub van manlief zijn werk. Een citytrip naar Wenen. De stad stond al langer op mijn wenslijstje en dit vonden we een mooie gelegenheid. Anders zou het toch maar weer naar achteren geschoven worden. Mijn moeder heeft er altijd van gedroomd om Wenen te bezoeken. Een extra reden voor ons om te gaan.

Zo vertrokken wij op 14 augustus in alle vroegte naar de luchthaven voor de vlucht van 7u05 naar Wenen. Goed anderhalf uur later stonden we al op Wenen airport. Meer dan ideaal dus. 

Met de bus naar het hotel, inchecken ging uiteraard nog niet maar onze koffers werden netjes in de bagagekamer gezet en gewapend met een stads- en metroplan gingen wij er snel met ons tweeën vandoor. Het weer was wat grijzig maar dat mocht de pret niet drukken.

Uiteraard moest er eerst koffie gedronken worden, in Weense stijl, bij een van de bekende Wiener Cafés. Café Mozart had de eer om ons de eerste wiener melange te mogen schenken. Aan 5,50 euro voor een kleine tas wel goed aan de prijs maar kom, je bent tenslotte niet in Wenen geweest als je die bijzondere gelegenheden niet bezocht hebt.

 
Verder hebben we ons gewoon ondergedompeld in al het moois wat er in Wenen te zien is. Gebouwen, immens veel imposante gebouwen, paleizen en tuinen voornamelijk. De HofburgSchloss SchönbrunnSchloss BelvédèreWiener StaatsoperBurggartenMuseumsquartier, ... maar ook gewone huizen 'in de rij'. Veel te veel om in vier dagen te kunnen bevatten. En dan heb ik het nog niet gehad over de vele kerken. Een walhalla voor architectuurliefhebbers, eigenlijk voor kunstliefhebbers in het algemeen.

Natuurlijk moesten wij, als regelrechte toeristen, ook een ritje op het Riesenrad  maken. En dan heel snel weer weg van het Prater, want zo'n druk pretpark is echt onze stijl niet. 

Ga ik nog terug naar Wenen? Neen, want ik voelde geen binding met deze stad. Het is mij te klassiek, te popperig, te braaf, te statig, te koel, te veel toegespitst op Franzl & Sissi, op een sprookje waarvoor ik helaas te veel met beide voeten op de grond sta.